Blog

  • De ontwikkeling van je Labradoodle pup per week

    De ontwikkeling van je Labradoodle pup per week

    Je puppy kun je net als je baby zien, ze ontwikkelen zich razendsnel en dat is leuk om te volgen. Per fase maken ze nieuwe dingen mee, ontwikkelen ze hun eigen karakter en groeien ze als kool. Het is echt heel leuk om van dichtbij de groeicurve van je Labradoodle puppy mee te maken en je pup te helpen in z’n ontwikkeling. Maar gebeurt er per fase in de ontwikkeling van je pup? In dit artikel vertel ik je de verschillende fases en de ontwikkeling van je pup van de eerste weken tot 18 maanden oud.

    Als baasje is het belangrijk dat je snapt wat je puppy per fase doormaakt. Heb je een kind? Dan heb je al goede ervaring opgedaan en zul je een stuk zekerder zijn in veel situaties. De groeicurve van je baby kun je een klein beetje vergelijken met de groeicurve van je puppy. Niet letterlijk, maar wat ik bedoel te zeggen is dat ze in elke fase unieke eigenschappen ontwikkelen en jij hen hierbij helpt. En ze vooral vertrouwen en veiligheid geeft.

    Per fase moet je hier als baasje je pup goed helpen en hem de nodige ervaringen bieden. Ook moet je je pup op correcte wijze manieren bijleren en hem de wereld laten ontdekken. Lees hieronder verder als je dit interessant vindt.

    De eerste 2 weken

    Vanaf de geboorte tot de leeftijd van 2 weken is je puppy in de neonatale periode. Net als een pasgeboren kind is dit het stadium waarin je pup het meest afhankelijk is van zijn moeder. Ze kunnen elkaar aanraken en proeven, maar hun ogen en oren zijn nog steeds gesloten. Tijdens deze fase leert je pup vooral om goed te lopen. In het begin gaat dit nog niet echt goed en dat zorgt vaak voor grappige situaties.

    Hoewel het misschien niet lijkt dat je puppy in deze fase van zijn leven veel gedaan krijgt, zijn ze in feite bezig met het oppikken van belangrijke sociale – en overlevingsvaardigheden. Dit zijn belangrijke vaardigheden voor de rest van hun leven die doen ze op tijdens deze eerste paar weken van hun leven.

    Kenmerkend aan deze fase is dat ze vooral eten en slapen.

    3 – 4 weken

    Van week 2 tot 4 gaat je puppy over in een peuter! Dit noemen we de overgangsperiode. Ze kunnen lopen en piepen. Sommige kunnen zelfs hun staart een beetje kwispelen. In deze fase krijgen ze ook hun eerste tanden en begint het reukvermogen zicht te ontwikkelen en kunnen ze meer horen.

    Het baby gehalte gaat er nu een beetje vanaf. Op dit punt in hun leven begint je puppy te communiceren met zijn broers of zussen en zijn moeder. Rond de leeftijd van 3 weken zal je puppy voor de eerste keer kennismaken met vast voedsel. Dit is het begin van het speen-proces!

    Socialisatieperiode: 4 – 12 weken

    Van week 4 tot 12 begint de persoonlijkheid van je puppy te bloeien. Daarom noemen we dit de socialisatieperiode. Tijdens deze fase gaan de pups ook uit het nest en naar hun nieuwe baasjes. Meestal gebeurt dit rond de 8 – 10 weken.

    De pups komen eerder al in aanraking met hun nieuwe baasjes, maar in deze fase gaat ook echt naar hun nieuwe huis. De fokker doet er al alles aan om de pups te socialiseren. Alleen uiteindelijk, middenin deze fase, verlaten ze het nest en moet de nieuwe familie deze lijn doorzetten.

    De pup blijft dus tot ongeveer 8 weken bij hun moeder. Terwijl je puppy op dat moment gespeend is, leren ze nog steeds belangrijke socialisatie-vaardigheden van hun moeder. En dit merk je bij jouw pup. Daarom adviseer ik om goed naar het gedrag van de moeder te kijken. Is de moederhond bang? Dan is de kans groot dat jouw pup dit ook wordt. Is de moederhond blij? Dan zal jouw pup ook vriendelijk zijn.

    Van de 9 tot de 12e week kun je je pup verschillende dingen leren. Hier staan ze op dat moment enorm voor open. Denk aan zindelijkheidstraining en het leren van basisregels. Hier ontwikkelt je pup zich en neemt hij de ervaringen mee in zijn eigen rugzak(je).

    Als familie druk je dus een grote stempel op de nieuwe vaardigheden van je pup.

    Peuterperiode: 12 – 24 weken (6 maanden)

    Je pup heeft zich ontwikkelt van baby tot peuter. Qua weken zit je in deze fase op 12, 14, 16 en 18 weken waarin belangrijke ontwikkelingen in het lichaam en hoofd van je pup plaatsvinden. Ook kun je deze fase in 3, 4, 5 en 6 maanden onderverdelen.

    In deze fase staan vooral de ‘rangen’ centraal. Deze fase kun je ook zien als de ‘basisschoolperiode’ van je kind. Je pup bepaalt waar de hiërarchie in je huishouden ligt en welke knoppen ze kunnen indrukken zonder gecorrigeerd te worden.

    Je pup is in deze fase een stuk onafhankelijker, maar zal voor sommige dingen nog wel bang zijn. Ook in deze fase moet je de hond op z’n gemak stellen en een goede roedelleider zijn. Geef je pup vertrouwen en leer hem goede vaardigheden aan. Zorg voor liefde en rust in huis, zodat je pup goed kan uitrusten. Schelden of schreeuwen tegen de hond heeft geen zin en zal in deze fase veel schade toebrengen.

    Andere dieren in huis beïnvloeden de pup in deze periode. Eventuele andere, oudere, honden in huis zullen je pup hiërarchie aanleren en bepalen zijn positie in het gezin. Op sommige momenten kunnen oudere honden flink ingrijpen. Schrik hier niet van!

    Juist in deze fase moet je opnieuw laten zien dat je de leider van de roedel bent. Zo win je het vertrouwen van je pup.

    Naast het gedrag krijgt je pup in deze fase de meeste tanden. Schaf dus goede accessoires aan om dit te ondersteunen. Ik adviseer hiervoor bijvoorbeeld een Kong. Anders gaat je hond op andere dingen, zoals meubels, bijten!

    De tienerfase: 6 – 18 maanden

    De tienerfase is de langstlopende fase. Deze duurt van 6 tot 18 maanden oud. Hiervoor heb je de basis van het gedrag gelegd en in deze fase zal dit uitvergroot worden. Vooral de 6, 7, 8 en 9 maanden zijn belangrijke maanden.

    In deze fase moet je duidelijke regels en grenzen stellen, want je pup gaat je in deze fase nog flink uittesten.

    Dit is ook de fase waar je het meeste kan bonden met je pup. Op sommige momenten moet je streng zijn en ze correct straffen. Maar wees altijd geduldig, liefdevol, consequent en eerlijk tegen je pup. Zo krijg je respect en een goede band met hem.

    Ga in deze fase ook nog door met het trainen van vaardigheden. Laat ze kennismaken met andere honden en ga er lekker op uit met je pup. Speel, maak plezier en zorg ervoor dat hij z’n energie kwijt kan. Socialisatie is enorm belangrijk in deze fase.

    Vanaf 18 maanden: je hond is volwassen

    Als je hond ouder is dan 18 maanden, is hij volwassen. Natuurlijk zal hij nog steeds ‘tienertrekjes’ hebben en zal hij je nog steeds gaan testen, maar het grootste gedeelte van zijn puppytijd heeft hij al gehad. Ze zijn echt volwassen.

    Jouw rol per fase is cruciaal

    De manier waarop je als baas met elk van deze levensfasen omgaat, zal van invloed zijn op het karakter en gedrag van je hond. Jij hebt de grootste invloed op zijn gedrag. Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat het belangrijk is dat je consequent, duidelijk en standvastig bent. Zonder boos of geïrriteerd te raken.

    Geef liefde aan je pup en wees vriendelijk. Sla de hond niet en zorg ervoor dat het geen bange of angstige hond wordt. Natuurlijk is elke pup anders en is er niet één manier waarop je een hond kan opvoeden. Het zal niet altijd volgens het boekje gaan, maar volg je gevoel.

  • Tips om een oude (Labradoodle) hond te verzorgen

    Tips om een oude (Labradoodle) hond te verzorgen

    In dit artikel leg ik je alles uit over het verzorgen van een oude hond en dan met name gericht op een Labradoodle of Australian Labradoodle. Maar eigenlijk maakt het niet uit wat voor hond je hebt, deze tips zijn voor bijna elk ras geschikt.

    Net als bij mensen komt er op een gegeven moment de oude dag voor honden. Een deel of heel je leven is je hond bij je geweest en heb je een mooie tijd beleefd. Je pup is uitgegroeid tot een prachtige volwassen hond en je hebt van hem genoten. Daarna breekt de oude dag aan.

    Dan komt er een tijd dat je hond extra verzorging nodig heeft, niet meer zo goed ter been is, er anders uitziet, slechter eet, etc. Dan heeft hij je harder nodig dan ooit. Je leest hier hoe je goed voor hem kunt zorgen in deze fase van zijn leven.

    Wanneer is het een ‘oude hond’?

    Een hond is ‘oud’ als hij op ongeveer 75% tot 85% van zijn levensduur zit. Grotere honden zullen hier sneller op zitten dan kleinere honden, zoals de mini Labradoodle. Daarbij krijgen de honden in deze fase allerlei lichamelijke klachten. Als baas moet je in de voeding en verzorging dan ook dingen aanpassen.

    Verderop in het artikel geef ik ook nog tips hoe je lichamelijke klachten kunt herkennen en wat je eraan kunt doen.

    Hoe oud wordt een (Australian) Labradoodle gemiddeld?

    Labradoodles of Australian Labradoodles bereiken ongeveer de leeftijd van 10 tot 13 jaar oud. Dit is wel per hond verschillend!

    Hoe oud wordt een mini Labradoodle?

    Voor een mini Labradoodle geldt dezelfde verwachting qua leeftijd.

    Kwalen van een oude hond

    Als je hond op ongeveer zo’n 80% van zijn levensduur zit gaat hij klachten krijgen. De klachten kunnen heel erg uiteenlopen en zijn per hond verschillend. Andere honden hebben lange tijd nergens last van en kunnen dan opeens snel bergafwaarts gaan.

    Hieronder vind je de verschillende kwalen die bij een oude hond kunnen voorkomen.

    Slechte gewrichten

    Let goed op zijn gewrichten, die kunnen zwellingen vertonen. Dat is een probleem voor je hond en daarmee kun je het beste naar de dierenarts gaan. Ook kan je hond moeite krijgen met lopen of springen. Door stijfheid of artritis kan je Labradoodle moeilijker in en uit de auto springen en afstappen nemen. In deze levensfase mag je hond niet meer traplopen en ook niet in of uit de auto springen.

    Het is veel beter voor hem om een trapje bij bijvoorbeeld je auto te zetten als hij mee moet. Hij kan dan gemakkelijker de auto in en uit komen, met minder pijn.

    Kan je Labradoodle alleen nog lopen om zijn behoefte buiten te doen? Masseer zijn gewrichten dan zachtjes tegen de pijn en om stijfheid te voorkomen. Overleg dit met je dierenarts. Voeg ook extra Omega-3 vetzuren aan zijn eten toe. Dat helpt zijn gewrichten en tegen de stijfheid.

    Staar

    Oudere honden krijgen sneller last van staar, waardoor hun zicht vertroebelt. Dit is vergelijkbaar als bij oudere mensen. Door minder zuurstof in de lens, neemt de lens allerlei andere stoffen zoals water op. Hierdoor gaat de lens minder licht doorlaten en vermindert het zicht.

    Zie je wittige wolkjes in de ogen van je hond verschijnen, ga dan naar de dierenarts. Honden weten meestal blindelings de weg in huis te vinden, dus het valt niet zo op dat ze niets meer zien.

    Slecht zicht en doofheid

    Een oude hond kan minder goed zien en horen. Daarom is het belangrijk dat je zoveel op dezelfde plaats laat staan. Benader de hond rustig en kalm en laat hem niet schrikken. Anders wordt de hond bang en kan hij gaan bijten. Dat is de reden dat sommige oude honden meer gaan bijten.

    Het kan ook zijn dat je hond aanhankelijker wordt. Hij heeft aan jou dan steun.

    Artrose

    Omdat de gewrichten minder sterk worden, kan er artrose ontstaan. Je hond zal het niet leuk meer vinden om te bewegen en blijft liever op z’n plek liggen. Voedingssupplementen op basis van glucosamines en chondroïtinesulfaat kunnen het gewrichtsweefsel herstellen en gezond houden, omega-3 vetzuren kunnen de ontsteking afremmen.

    Mocht dat niet werken geef de hond dan pijnstillers. Doe dit wel in overleg met je dierenarts.

    Gevoelig voor infecties

    Oudere honden zijn gevoelig voor infecties, omdat hun afweersysteem minder goed werkt. Zorg dus dat je regelmatig je hond controleert op vlooien en ontworm hem regelmatig. Geef hem zijn jaarlijkse vaccinaties (Parvo bijv.) en zo houd je hem goed beschermd tegen ziektes.

    Meer last van warmte en kou

    Ook kan je hond meer last van warmte en kou krijgen, zorg daarom dat hij zowel binnen als buiten een plek heeft om comfortabel te liggen. Je hond zal veel meer slapen als hij ouder is, maar ook hierbij geldt dat als het heel erg wordt en/of heel plotseling gaat, dat je dan beter je dierenarts kunt bezoeken. Er kan zomaar wat met je hond aan de hand zijn.

    Slecht gebit

    Als de hond ouder wordt neemt de kans op gebitsproblemen toe. Honden waarbij in de puppytijd en de tijd daarna goed voor het gebit is gezorgd hebben daar minder last van. Maak dus het gebit van je hond regelmatig schoon en laat hem professioneel reinigen, dan voorkom je dit.

    Laat het gebit van je oudere hond regelmatig controleren en verwijder dingen als tandsteen.

    Nieren die niet of slecht functioneren

    Bij oudere honden zie je vaak problemen met de nieren. Nieren filteren het bloed en zorgen voor een balans van o.a. Mineralen in het lichaam. Er zijn verschillende oorzaken voor nierfalen, zoals bijvoorbeeld ontsteking, tumor, te hoge bloeddruk of vergiftiging.

    De symptomen zijn een slechte vacht, flink afvallen, mager worden, uit hun bek stinken en veel drinken. Mocht je dit zien bij je hond? Ga dan snel naar de dierenarts. Zij kunnen het bloed van de hond controleren en bepalen of de nieren nog goed werken.

    Overige kwalen

    Naast de kwalen die ik hierboven heb beschreven, kunnen ook de volgende kwalen voorkomen:

    • Overgewicht door minder beweging
    • Of ondergewicht door minder eten
    • Plassen in huis
    • Veel drinken
    • Trillen
    • Rotte tanden
    • Slecht eten
    • Uit z’n bek stinken
    • Omvallen
    • Veel plassen
    • Bloed plassen (ga dan meteen naar de dierenarts)
    • Diarree
    • Veel hijgen
    • Veel hoesten
    • Droge neus
    • Last van het hart
    • Nierziektes, last van z’n nieren
    • Dementie
    • Sneller moe
    • Tegen dingen oplopen
    • Bruine tanden
    • Vaak of regelmatig overgeven
    • Knobbels in de vacht
    • Afzonderen en geen contact meer zoeken (anders dan normaal)

    Pas de voeding aan

    Als je een pup hebt geef je hem puppyvoeding, in de volwassen jaren geef je je hond speciale voeding en als hij oud is geef je hem senioren hondenvoeding. Let goed op de samenstelling van de brokjes, voedingsstoffen en hoe je hond hierop reageert.

    Het advies is om hiermee te beginnen vanaf een jaar 7 of 8, maar dat verschilt per hond. Je moet dit per hond bekijken, want bij grotere hondenrassen wordt zelfs geadviseerd om eerder te starten. Blijf goed naar de conditie van je hond kijken en hoe hij reageert op de voeding.

    Senioren voeding is er zowel in brokjes of in blik. Ik adviseer brokjes om tandplak te voorkomen. Mocht je hond dit echt niet willen, dan kun je altijd blikvoeding proberen.

    Speciale senioren hondenvoeding heeft de volgende eigenschappen:

    • Minder calorieën door een lager vetgehalte (overgewicht voorkomen)
    • Meer vezels om de darmen goed te verzorgen
    • Minder fosfor en zout om de nieren en het hart te beschermen

    NB: als de hond minder eet of erg afvalt om een andere reden, geef dan geen senioren hondenvoeding en ga naar de dierenarts.

    Kijk voor voeding op Bol.com of Zooplus.

    Oude hond goed onderhouden

    Naast de kwalen en voeding, moet je je oude hond ook goed onderhouden en verzorgen. Vaker trimmen, borstelen en lichaamsbeweging houden de hond soepel. Ook zul je zien dat je de nagels vaker moet knippen, omdat ze minder slijten. De hond loopt minder en dus slijten zijn nagels minder snel.

    Controleer ook vaker zijn ogen en oren. Oude honden hebben sneller viezen oren omdat hun epitheliomigratie trager verloopt. Doe je dit niet dan kan er oorontsteking ontstaan.

    De vacht heeft meer aandacht nodig. Naast wat grijze haren is het vooral wat stugger geworden en kan de vacht meer gaan stinken. Dit heeft te maken met het huidvet (talg) en daarom heeft het meer verzorging nodig.

    Was de hond met speciale hondenshampoo, borstel de hond vaker en controleer zijn huid en vacht op eventuele bobbels of schilfers. Dit kan een ziekte aangeven. Een extra afspraak bij de trimsalon kan ook, zij zijn ook gespecialiseerd in oude honden.

    Zorg dus goed voor je oude hond!

    Zoals ik in het begin aangaf heeft je hond je nu harder nodig dan ooit. Houd hem extra in de gaten, geef hem extra liefde en verzorging. Denk terug aan de mooie tijd die je samen had. Toen je trots je puppy op kwam halen en aan de tijd die volgde dat je jarenlang van hem genoten hebt.

    Hij was ook trouw aan jou en verdient de extra zorg. Verzorg zijn kwaaltjes zonder mopperen, wees net zo trots op zijn doorleefde bejaarde uiterlijk en heb bewondering voor het aanpassingsvermogen.

    Elke hond is een bijzonder exemplaar. Hij heeft zijn leven lang aan jouw zijde gelopen en alles gegeven. Denk als hij oud is, of het even wat minder gaat, nog terug aan vandaag en voel dezelfde trots op jou kanjer. Dat verdient hij!

  • Tips om je Labradoodle (hond) te ontwormen

    Tips om je Labradoodle (hond) te ontwormen

    Het onderhouden en verzorgen van je Labradoodle is heel belangrijk. Niet alleen de buitenkant, trimmen en borstelen, maar ook de binnenkant van je hond moet je goed verzorgen. Je geeft je hond toch ook goede voeding? Daarom is het belangrijk om je hond regelmatig te ontwormen. Hoe vaak je dit moet doen? En hoe je dat doet, ontdek je in dit artikel.

    Ik wil me in dit artikel richten op hoe vaak je je hond moet ontwormen, wat de symptomen zijn, welke producten je kunt kopen en hoe je wormen een beetje kunt voorkomen. Ik ga niet uitleggen welke soorten wormen er zijn. Wil je hier meer over weten? Dan raad ik je aan om dit artikel te lezen: Labradoodle verzorgen: soorten wormen.

    Het is belangrijk om je hond te ontwormen. Zo voorkom je ziektes bij andere dieren en mensen en voorkom je dat je hond ziek wordt en in de puppy tijd zelfs een groeiachterstand kan oplopen. Infecties van wormen verlagen ook de weerstand van je hond, waardoor de kans op andere ziektes toeneemt.

    Alleen kun je besmetting niet helemaal voorkomen. Door goede hygiene verminder je de kans, maar de wormen bevinden zich overal en zijn altijd actief. Het is bijna onmogelijk om te voorkomen dat jouw hond in contact komt met wormeieren.

    Symptomen

    Aan de buitenkant is soms lastig te zien of je hond is besmet met wormen. Voor jou als baas is het niet altijd zichtbaar. Zelfs als hij wormen in zijn lichaam heeft. Maar als je goed oplet zie je wel als je hond last heeft van wormen.

    Symptomen kunnen zijn:

    • Doffe vacht
    • Opgezette buik
    • Lusteloosheid
    • Snelle vermoeidheid bij inspanning
    • Diarree
    • Worm in de ontlasting
    • Gebrek aan eetlust
    • Gewichtsafname
    • ‘Sleetje rijden’ of wormen rond de anus

    Dat je niets aan je hond ziet wil dus niet zeggen dat je huisdier geen wormbesmetting heeft. Het is overal mogelijk om een besmetting op te lopen, vooral tijdens de dagelijkse wandeling en op plekken waar meer honden komen. Denk aan vreemde ontlasting, knaagdieren of andere honden met een wormeninfectie. Hier kun je als eigenaar weinig aan doen.

    Hoe moet je een hond ontwormen?

    Als je hond wormen heeft moet je een goed ontwormingsmiddel gebruiken. Je kunt kiezen uit tabletten, vloeistof of pasta. Bij de dierenspeciaalzaken, je dierenarts of online zijn er verschillende merken te koop.

    Ontwormingsmiddelen zijn medicijnen die een worm bestrijden. Ze voorkomen dat wormen nieuwe eieren leggen en sommige middelen doden een groep van de wormen. Er zijn pasta’s en vloeibare wormkuren te koop. Vaak geef je de middelen direct in de bek van de hond of in het voedsel van de hond.

    Hieronder heb ik een paar merken opgesomd tegen het behandelen van wormen:

    • Panacur
    • Milbemax
    • Drontal
    • Milpro
    • Flubenol
    • Milbactor
    • Mansonil

    Soms vragen mensen mij of je je hond ook kunt ontwormen met knoflook. Je kunt je hond niet preventief ontwormen. Je kunt je hond pas ontwormen als hij ook wormen heeft. Alleen met een ontwormingsmiddel zorg je ervoor dat je eventuele wormen in het lichaam van je hond worden vernietigd.

    Schapenvetbonbons en snoepjes met knoflook (alliine) kunnen een goede aanvulling zijn op een ontwormingsmiddel. Alliine is de reukloze en werkzame stof (virusremmend, bacteriedodend) uit knoflook, die door oraal gebruik van de natuurlijke snoepjes en bonbons in de bloedbaan terecht komt en een vernietigende werking heeft op bacteriën waar insecten, zoals vlooien, luizen, teken en wormen van leven.

    Knoflook met alliine is veilig voor je hond als je het met mate gebruikt (geldt voor alle voedingsstoffen). Het kan helpen bij veel symptomen van je hond, zoals winderigheid en tegen vlooien.

    Waar kan ik ontwormingsproducten kopen?

    De kosten voor het ontwormen zijn heel verschillend. Sommige ontwormingsproducten zijn € 5 en andere zijn € 20. Het is dus afhankelijk waar jij voor kiest, maar gemiddeld genomen zijn de ontwormingskosten € 25 tot € 75 per jaar. Ook afhankelijk of je een grote, medium of kleine Labradoodle hebt (afhankelijk van het gewicht).

    Ontwormingsproducten zijn te koop bij je dierenarts, dierspeciaalzaak of online via Zooplus.

    Hoe vaak moet je een hond ontwormen?

    Een hond moet je regelmatig ontwormen om er voor te zorgen dat je hond geen wormeitjes vrijlaat in zijn omgeving. Hierdoor wordt de hond minder snel ziek. Je moet op vroege leeftijd beginnen met ontwormen, begin dus al wanneer je hond nog een puppy is.

    Puppy’s kunnen al besmet raken voordat ze geboren zijn en later kunnen ze besmet raken via de moedermelk. Ontworm puppy’s op de leeftijd van 2, 4, en 6 weken oud. Dit doet de fokker al, maar vraag dit voor de zekerheid na. Als je puppy éénmaal in huis is, moet je je pup met 2, 4 en 6 maanden ontwormen. Daarna adviseer ik om je pup elke 3 maanden te ontwormen. Preventief blijven ontwormen is heel belangrijk.

    Hieronder zie je een handig ontwormingsschema van Sterkliniek Dierenartsen Utrecht. Als je tijdens de eerste kuur wormen ziet in de ontlasting van je hond, is het aan te raden om na 3 weken een nieuwe kuur te doen.

    ontwormingsschema-hond-1

    Je hond kun je in alle seizoenen ontwormen. Het is wel aan te raden om je hond 2 weken voor z’n inenting te ontwormen. Dit heeft te maken met het afweersysteem van de hond en dat de reactie van de hond op de inenting minder intens is. De hoeveelheid antistoffen die aangemaakt wordt bij honden die wel ontwormd zijn, is een stuk hoger.

    Het kan zijn dat je hond bijwerkingen krijgt van het ontwormingsmiddel. Sommige honden zijn gevoelig voor de stof in het product. Bijwerken kunnen zijn: overgeven, diarree of jeuk. Dit verschilt wel per product, lees daarvoor de bijsluiter.

    Wil je het zeker weten? Dan adviseer ik je om je dierenarts om advies te vragen.

    Kan ontwormen en ontvlooien tegelijk?

    Het ontvlooien en ontwormen tegelijkertijd kan zeker en raad ik ook aan. Lintwormen en vlooien gaan meestal samen. Vlooien zijn een bron van wormen en je moet je hond goed verzorgen om dit te voorkomen. Je hond moet je maandelijks ontvlooien.

    Dit kan tegenwoordig met één pipet, die je op de huid van zijn nek toedient. Dan bestrijdt je zowel de wormen als vlooien.

    Voorkom wormen bij je hond

    Je hond kan altijd wormen oplopen, maar als eigenaar kun je wel het een en ander doen om dit te voorkomen. Zoals ik hierboven aangeef kun je het nooit helemaal voorkomen, maar door te letten op de hygiene en het gebruik van natuurlijke producten kun je wormen wel voorkomen.

    Het belangrijkste is een goed immuunsysteem van je hond. Een goede darmomgeving voorkomt ziekten, en dus wormen. De darmen hebben goede en slechte bacteriën die in balans moeten zijn. Het gebruik van probiotica kan hierbij helpen. Dit zal helpt om het darmsysteem van de hond te versterken waardoor het minder aantrekkelijk wordt voor de wormen om zich hier te nestelen.

    Lees ook meer over: FIPRONIL

    Naast probiotica helpt een schone omgeving ook. Ruim de ontlasting van je hond goed op, dek zandbakken af en was regelmatig je handen. Naast het regelmatig ontwormen is ook een goede vlooienpreventie van belang, om besmetting met lintworm te voorkomen.

  • Is de (Australian) Labradoodle een hond die niet verhaart?

    Is de (Australian) Labradoodle een hond die niet verhaart?

    Veel mensen met een hondenallergie zijn op zoek naar een hond die niet verhaart. Ook wel hypoallergene honden genoemd. Dat is de reden dat veel mensen bij een Australian Labradoodle uitkomen. Maar is het zo dat deze hond echt niet verhaart? En krijgt niemand meer een allergische reactie van een Australian Labradoodle? Ik geef daar antwoord op in dit artikel.

    Laat ik als eerste uit de wereld helpen dat er geen enkele hond is, die echt niet verhaart. Elke hond wat haar heeft, zal verharen. Honden die helemaal geen haren of huidschilfers verliezen bestaan niet. Alleen de manier waarop de hond het haar en huidschilfers loslaat zijn verschillend. Maar hoe zit dat dan met de (Australian) Labradoodle?

    In principe laat een echte Australian Labradoodle geen plukken haren in huis dwarrelen en verliezen ze minder huidschilfers dan andere honden. Vanwege de kruising met een Poedel heeft een Australian Labradoodle ook hypoallergene eigenschappen. Veel fokkers staan hiervoor garant en kunnen met een vrij hoge nauwkeurigheid beloven dat de hond hypoallergeen is en de kans klein(er) is dat je een allergische reactie krijgt.

    Maar het geeft nooit een 100% garantie voor mensen met een allergie. Je moet echt goed controleren waar de hond vanaf stamt en je moet op bezoek gaan bij de fokker om te kijken of je echt geen allergische reactie krijgt. De haren blijven namelijk wel op de vacht van de (Australian) Labradoodle liggen en het CAN.F1 draagt de hond wel.

    Hieronder leg ik je nog meer uit over het niet verharen bij (Australian) Labradoodles, waar allergische reacties vandaan komen, de krulvacht en hoe belangrijk het is dat je de hond goed verzorgt (borstelen en wassen en trimmen).

    Wat zijn hypoallergene honden?

    Mensen met een allergie reageren op het allergeen CAN.F1, het eiwit in de huidschilfers en speeksel van de hond. Ongeveer bij één op de tien mensen in Nederland roept dit eiwit een allergie op. De kleine eiwitdeeltjes worden ingeademd en dat geeft de vervelende allergische reactie.

    Één van de rassen die minder haarverlies leidt, is de Poedel. Door een verminderde haaruitval komt dit ras in het rijtje met hypoallergene hondenrassen te staan. Hypoallergeen betekent: “minder of weinig allergeen”. Er zijn dus minder eiwitten, CAN.F1, beschikbaar waar het immuunsysteem op zal reageren.

    Voorbeelden van hypoallergene hondenrassen zijn:

    • Basenji
    • Yorkshire Terriër
    • Bedlington Terriër
    • Shih Tzu
    • Bichon Frise
    • Havanezer
    • Maltezer
    • Poedel
    • Schnauzer
    • Soft Coated Wheaten Terrier
    • Coton de Tulear
    • Ierse Water Spaniël
    • Portugese Waterhond

    De Poedel verhaart bijna niet

    De Poedel is één van de rassen waar geen haren in de lucht rond circuleren. Door de dichte krullen is de Poedel een type hond dat amper verhaard of huidschilfers verliest. De meningen zijn erover verdeelt of ze helemaal nooit verharen, maar daar ben ik het niet mee eens.

    Elke cel in het lichaam van de hond, en mens, wordt na bepaalde tijd hernieuwd, dit geldt ook voor de haren. Alleen bij de Poedel blijven de haren in de vacht hangen. Hierdoor zijn ze geschikt voor mensen met een allergie.

    Alleen een Poedel vraagt wel veel onderhoud. Het goed door borstelen van de krullen is lastig, daarom worden veel Poedels elke 6 tot 8 weken getrimd. Tenminste als je de hond goed wil onderhouden.

    De vacht moet sowieso goed bijgehouden worden, anders gaat het klitten, krijgen ze koorden, gaat het vuil vastkoeken en krijg je kans op vervilte plekken. Dat is zielig voor de hond.

    Australian Labradoodle vs. Labradoodle

    Sommige mensen komen nog wel eens bedrogen uit als ze een allergie-vriendelijke (Australian) Labradoodle gekocht denken te hebben. Waarschijnlijk hebben ze de bloedlijnen en kruising niet goed gecontroleerd en blijkt het een gewone kruising te zijn. Tsja, dan ben je op z’n zachtst gezegd opgelicht of heb je je huiswerk niet goed gedaan!

    Een hypoallergene vacht is alleen bij een pure Australian Labradoodle. Let bij de aanschaf van een Australian Labradoodle dus op, dat een allergie vriendelijke vacht alleen bij de pure (echte) Australian Labradoodles voorkomt.

    is-de-australian-labradoodle-een-hond-die-niet-verhaart-2

    Credits foto: Fredrik Bølstad

    Een Labradoodle F1, F2, F3, etc. zijn gewone kruisingen tussen Labradors en Poedels. Dat wil niet direct zeggen dat ze niet hypoallergeen zijn, maar de kans dat de hond toch verhaart is veel groter dan bij een Australian Labradoodle. Een Australian Labradoodle is alleen rasecht als de ouders en grootouders ook Australian Labradoodles zijn. Controleer hier dus goed op.

    Mijn advies is altijd om langs te gaan bij het nest (tijdens een kijkdag) en te knuffelen met de honden. Dan merk je snel genoeg of je met een echte Australian Labradoodle te maken hebt en of je wel of niet een allergische reactie krijgt.

    De Labradoodle krulvacht

    De dikke krullende vacht bij de Australian Labradoodle is dus bedoeld om de losse haren in de vacht te laten hangen. Hierdoor krijg je minder haaruitval en huidschilfers. De schilfers komen dus alleen vrij bij het wassen, borstelen en trimmen.

    De Poedel heeft een enkele krulvacht. Alleen de Australian Labradoodle is daarbij ook de met Labrador gekruist en die heeft een dubbele vacht (een Goldendoodle met Golden Retriever). Op deze manier is er een dubbele krulvacht ontstaan. En dat maakt de hond allergie-vriendelijk en hypoallergeen.

    Besef je wel dat je dit effect alleen kan behouden als je ze zeer intensief onderhoud. Lees er meer over in deze artikelen:

    • Labradoodle vacht: fleecevacht of wolvacht
    • Labradoodle fleece: wat je moet weten over de vacht

    Grote, middelgrote of kleine Labradoodle

    Het maakt niet uit of je een grote, middelgrote of mini Australian Labradoodle wilt die niet verhaart. In principe doen ze het allemaal niet, mits de kruisingen goed zijn en de bloedlijnen kloppen.

    Laat je niet oplichten door een fokker en vraag uitgebreid naar de papieren. Bestudeer ze om de bloedlijnen te ontdekken en te kijken of de ouders ook echte Australian Labradoodles zijn.

    Goede verzorging

    Je moet de Australian Labradoodle wel goed onderhouden en verzorgen. Mensen die denken dat deze hond niet veel verzorging heeft, hebben het mis. Een Labradoodle is gek op water (dat komt van de Labrador) en springt dus nog wel eens in een sloot. Als je dat niet schoonmaakt gaat ook deze hond, die niet verhaart ook behoorlijk stinken.

    Zoals ik hierboven uitleg laten de haren niet los en komen niet in de ruimte (in de kamer) terecht. Ze blijven in de vacht zitten. Als je dat niet regelmatig borstelt en uitkamt dan gaat het behoorlijk in de klit zitten. Dit is pijnlijk voor de hond en het gevolg kan zijn dat je de haren eraf moet scheren. Dat betekent elke dag of in ieder geval om de dag, de hond borstelen en regelmatig trimmen.

    Wanneer is verharen wél een signaal?

    De meeste Labradoodles verharen nauwelijks, maar als je ineens overal plukken haar vindt, is dat niet zomaar toeval. Dan kan er meer aan de hand zijn.

    • Voeding: een tekort aan omega-3 vetzuren of biotine kan de huid uitdrogen, waardoor haren sneller loslaten.
    • Stress: veranderingen in huis, spanningen of te weinig rustmomenten kunnen letterlijk “uit de vacht” slaan
    • Allergieën: rode plekken, jeuk of kale zones duiden vaak op een reactie op voeding, pollen of schoonmaakmiddelen.

    💡 Tip: observeer of het haarverlies samenvalt met stressmomenten of veranderingen in het dieet. Zo ontdek je snel de oorzaak.

    Ga langs bij de fokker

    Weet je van jezelf dat je een (flinke) hondenallergie hebt? Neem dan altijd contact op met de fokker, stel vragen, vraag informatie en ga langs. Ga tussen de honden lopen of vraag om een test. Daar zijn de meeste fokkers wel bekend mee. Dan kun je testen of je echt geen allergische reactie krijgt.

    Houd het niet bij alleen wat surfen en lezen op internet. Ik ken genoeg mensen die ook bij een Australian Labradoodle een allergische reactie kregen. Ik ken ook veel mensen die dit niet kregen en nu heerlijk van hun hond genieten.

    Bereid je dus goed voor. Test jezelf of vraag of fokkers een terugneemgarantie hebben. Blijk je toch allergisch te reageren dan nemen ze de pup terug en krijg je jouw geld terug of mag je een pup uitkiezen uit een ander nest met wellicht een betere vacht.

    Maar alsjeblieft neem het zekere voor het onzekere en doe er alles aan om dit te voorkomen. Want het laatste wat ik wil, is dat je de hond moet terugbrengen als je toch last krijgt van allergieën. Dat is niet leuk voor jou, niet voor de fokker en vooral niet voor de pup.

  • Tips hoe om te gaan met roedelgedrag bij Labradoodles

    Tips hoe om te gaan met roedelgedrag bij Labradoodles

    Waarschijnlijk weet je dat honden, ook de Labradoodle, afstammelingen zijn van de wolf en o.a. daarom roedelgedrag vertonen. Roedeldieren hebben een krachtige leider nodig. Een leider met zelfvertrouwen en de juiste energie! In de natuur is dit onmisbaar, dus ook in het gezin. Anders loopt de roedel gevaar. In dit artikel geef ik je tips over hoe jij je als roedelleider moet gedragen en hoe je de rangorde kunt herstellen.

    Als de rangorde in het gezin niet in orde is, kan dat vervelende gevolgen hebben voor het gedrag van je hond. De hond gaat zich gedragen als roedelleider, maar waarschijnlijk kan je hond deze rol niet aan. Met als gevolg dat hij veel gaat blaffen, grommen naar gezinsleden, slecht zal luisteren en dominant gedrag vertoont.

    Dan is het tijd dat jij je weer als roedelleider gaat gedragen en zorgt voor duidelijke regels. Om je het complete beeld uit te leggen leg ik eerst het roedelgedrag uit, waar komt dit vandaan, en geef ik je daarna tips hoe je de rangorde kunt herstellen en de band met je hond kan verbeteren.

    Roedelgedrag bij honden

    Honden zijn directe afstammelingen van de wolf en die staan bekend om hun roedelgedrag. Wat dat inhoud is dat een roedeldier opereert in een groep dieren om één geheel te vormen. En dat merk je nog steeds bij alle type honden. Veel huishonden vertonen nog steeds bepaalde roedelinstincten.

    Honden zijn dus roedeldieren en om die reden hebben ze een sterke leider nodig. Elke roedel heeft een leider, die door iedereen gehoorzaamt wordt. De leider van de roedel is meestal een mannetje (niet altijd) en wordt aangeduid met “alfahond”.

    In het wild zal de alfahond als eerste, en het beste voedsel eten, om zo zijn fysieke conditie op peil te houden in de roedel. De alfahond zal ook op een hoog strategische plaats slapen zodat hij een oogje in het zeil kan houden in zijn territorium. Hij maakt de beslissingen voor de roedel en is agressief tegen vreemdelingen die in het territorium van de roedel komen (Bron: Hondtraining.com)

    Iedereen kent zijn of haar plaats en zal niet vechten om de rangorde. De honden in de roedel communiceren met elkaar via signalen en spel. Zonder een sterke leider loopt de roedel gevaar. Een sterke roedelleider bepaalt de rangorde en legt regels en grenzen op. Hierdoor voelt de roedel zich veilig.

    Als mens sta je altijd ver boven de roedel en leidt je de roedel vol zelfvertrouwen. De communicatie die honden onderling hebben kunnen ze nooit met jou hebben en de communicatie die ze met jou hebben kunnen ze nooit bij een andere hond krijgen.

    Een leider wordt je niet door schreeuwen en grof gedrag, maar door respect. Als er wederzijds respect is dan ben je een goede leider van de groep.

    Heb je moeite hiermee en wil je werken aan je zelfvertrouwen? Dan adviseer ik mensen om de online cursus Zelfvertouwen te volgen >> – door op de link te klikken ga je naar de informatiepagina.

    Je hond kan geen roedelleider in huis zijn

    Zoals je hierboven leest is een roedelleider essentieel. In de praktijk zie ik alleen dat verschillende mensen deze rol niet aankunnen, omdat ze niet de juiste krachtige energie uitstralen. Wat er dan gebeurt is dat de hond deze rol overneemt. En daar gaat het fout!

    De hond gaat zich dan gedragen als leider en dat gaat automatisch. Of de hond dat nou zelf wil of niet, het gebeurt. Veel honden kunnen deze rol alleen niet aan. Waarom?

    In de eerste plaats zal jij een hond nooit gehoorzamen zoals hij dat verwacht in een roedel. Jij neemt zelf beslissingen, gaat op pad, loopt naar boven, etc. Dat zijn allemaal dingen waar de hond geen invloed op heeft en dus geen controle over heeft. Dat is frustrerend voor de roedelleider en kan vervelende gevolgen hebben in het gedrag.

    Daarbij kunnen veel huishonden de rol als leider niet meer aan. De meeste worden geboren als volger en niet als leider. Ze weten niet hoe ze zich goed moeten gedragen en zal gespannen en onzeker worden.

    Een hond wordt altijd in een bepaalde positie binnen de roedel geboren en die rol moet jij hem ook geven. Anders kan het dat je een taak geeft die de hond helemaal niet aan kan. Jij moet de leider zijn en de hond beschermen.

    Rangorde in het gezin en bij meerdere honden in huis

    Nu vraag je je misschien af hoe het dan gaat met meerdere honden in huis? Als ik die vraag krijg geef ik altijd het advies om de groep te observeren en te kijken welk gedrag ze vertonen. Welke hond gaat als eerste eten? Wie staat er op voor wie? Wie gaat er als eerste naar buiten?

    Laat de honden zelf de rangorde bepalen en laat moeder natuur haar gang gaan. Ze gaan niet vecht, maar als je goed oplet zie je de verschillende rangen. Ga de rangorde niet proberen te veranderen. Dat gaat je niet lukken en je maakt de honden er niet gelukkiger mee.

    Dit geldt ook voor de rangorde in het gezin en met kinderen. Observeer de hond en bekijk zijn gedrag bij het kind. Het kan zijn dat hij je kind als lager in rang ziet. Als roedelleider moet jij hier tegen optreden en op de juiste manier begeleiden. Besef dat de hond altijd de laagste in rang is.

    Gedragsproblemen door verkeerde rangorde

    Als er geen roedelleider in het gezin is en de hond deze rol moet vervullen, is de kans groot dat er problemen ontstaan. En dat is heel vervelend! De problemen die ontstaan zijn verschillende gedragsproblemen.

    Voorbeelden zijn:

    • De hond blaft erg veel, zowel binnen- als buitenshuis
    • Gromt naar gezinsleden
    • Gromt als je zijn eten wegpakt
    • Luistert slecht
    • Vertoont dominant gedrag

    Als je merkt dat je hond één van deze gedragingen vertoont, moet je snel actie ondernemen en de rangorde in het gezin weer herstellen. Je moet de hond weer duidelijk maken dat jij de roedelleider bent. Niet de hond!

    Laat je hond opnieuw de regels naleven en leer ze met volharding en zelfverzekerd aan. De regels zijn vrij eenvoudig en hebben als doel om te laten zien dat jij de leider bent.

    Hieronder geef ik je een paar voorbeelden van situaties, waarin jij als roedelleider moet optreden. Wees je bewust van de signalen die je op dat moment afgeeft:

    • Loop je door smalle doorgang, dan ga jij als eerste en de hond als laatste.
    • Als je gaat eten, dan gaat de hond in z’n mand of bench.
    • Haal af en toe de voerbak van de hond weg als die aan het eten is.
    • Laat de hond niet op de bank.
    • Laat de hond niet in elke ruimte van het huis komen. Maar hou bijvoorbeeld de slaapkamers privé.
    • Negeer de hond af en toe wanneer er om verkeerde aandacht gevraagd wordt.
    • Speel je een spelletje met de hond? Dan ben jij degene die wint of het spel stopt.
    • Laat de hond nooit boven fysiek boven je staan.

    Dominante hond door verkeerde rangorde

    Sommige mensen hebben te maken met een dominante hond en zeggen dan “mijn hond is dominant!” Daar ben ik het niet mee eens, omdat dit niet helemaal waar is. Een hond gedraagt zich in bepaalde situaties dominant. Niet in iedere situatie.

    Als je hond zich dominant gedraagt heeft dit vaak te maken met rangorde problemen in het gezin. De hond is zichzelf hoger gaan plaatsen in de roedel. Vaak ontstaat dit, omdat mensen hun hond teveel “als mens” behandelen, en proberen “vrij” met de hond om te gaan. En dáár gaat het mis: een hond is geen mens en hij begrijpt snapt dit niet. Een hond voelt zich het meest prettig wanneer hij zich bewust is van zijn plaats in het gezin.

    tips-hoe-om-te-gaan-met-roedelgedrag-bij-labradoodles-1

    Credits foto: Oodles Of Doodles

    De schone taak aan jou als roedelleider om deze balans te herstellen. Dit doet je door respect af te dwingen, niet met fysiek geweld. Af en toe zie je dat sommige hondeneigenaren hun hond op de rug leggen om te laten merken dat ze de baas zijn. Dat werkt niet. De hond wordt hierdoor alleen maar bang van je. Je krijgt geen respect.

    En dat is het lastige van respect krijgen, dat heeft tijd en volharding nodig. Respect wordt verdiend en mag niet gebaseerd zijn op angst. In de relatie met je hond dient het voor iedereen duidelijk te zijn, dat jij “de baas” bent en dat jij bepaalt wanneer er wat gebeurt. Dat is de basis voor een duidelijke rangorde: degene die de baas is, neemt de beslissingen en de initiatieven.

    Jij hebt alles wat de hond graag wil hebben en jij beschermt de hond. Door de juiste trainingen, het aanleren van commando’s en het belonen van goed gedrag krijg je respect. Je stuurt de hond in zijn gedrag en je krijgt een gehoorzame hond.

    En een gehoorzame hond is een gelukkige hond, want je kunt er op rekenen dat hij het fijn vindt om samen te werken met de andere leden van de roedel!

    Zorg voor voldoende beweging

    In dit artikel wil ik je ook meegeven dat de hond voldoende beweging nodig heeft. Door te weinig beweging kan de hond zijn energie niet kwijt. Die zal hij op een andere manier proberen kwijt te raken door veel te blaffen, dingen kapotmaken of bijten.

    Zorg dus voor voldoende beweging waarbij je de hond uitdaagt met leuke spelletjes. De Labradoodle vindt dit geweldig en wordt graag uitgedaagd met leuke spelletjes.

    Een ander voordeel is dat het de band tussen jou en je hond verbetert. Je geeft hem ook de kans om te zien wie de roedelleider is. Ga dus lekker fietsen, frisbeeën, hardlopen, naar het strand of maak een lekkere boswandeling.

    Hulp bij gedragstherapie

    Als je al mijn tips hierboven al hebt geprobeerd en het lukt je niet om de roedelleider te worden. Dan is mijn advies om professionele hulp in te schakelen. Schakel een gedragsspecialist in, die jouw houding en energie kan waarnemen en samen met jou aan de slag gaat om dit te herstellen.

    Vaak is dat de basis wat eerst op orde moet zijn, voordat je verder kunt gaan met de oefeningen. Zonder deze sterke basis zal de hond jou nooit als roedelleider zien en blijf je rangorde en gedragsproblemen hebben.

    Kijk bijvoorbeeld eens op de website van de NVGH: Nederlandse Vereniging van Gedragstherapeuten voor Honden. Daar kun je zoeken naar een gedragstherapeut bij jou in de buurt.

  • Meer dan 100 leuke hondennamen voor een reu en teef

    Meer dan 100 leuke hondennamen voor een reu en teef

    Het vinden van een geschikte Labradoodle pup was misschien al een opgave, nu moet je ook een leuke naam verzinnen. Dat is voor sommige mensen een flinke uitdaging. Hoe kies je een goede en praktische naam die ook origineel is. In dit artikel ga ik je helpen en geef ik je leuke suggesties voor hondennamen. Zowel voor een reu als teef.

    Voordat ik je de namen zelf ga geven, wil ik je eerst meer vertellen over waar je op moet letten bij het kiezen van een naam. Daarna geef ik je de namen per geslacht. Ben je op zoek naar een leuke, grappige, bijzondere, aparte, geweldige, korte of bondige hondennaam? Bekijk dan zeker mijn tips, ik hoop dat er een leuke naam tussenzit.

    Waar moet je op letten bij het kiezen van een naam?

    Een naam van een hond moet passen bij jou en bij je hond. Sommige hondeneigenaren kiezen een naam op basis van de vacht, kleur, geslacht, fok geschiedenis, grootte, etc. Mijn advies is eerst een korte lijst te maken met de namen die je leuk vindt per geslacht.

    Kies voor een handige naam en voorkom deze fouten:

    • Kies geen hondennaam die een op een commando lijkt.
    • Kies geen naam die je niet in het openbaar wil zeggen
    • Probeer geen standaardnaam te kiezen
    • Kies geen lange en moeilijke naam (kort, bondig en krachtig is het beste)
    • Kies geen naam van meer dan 3 lettergrepen

    Het is belangrijk dat je de hondennaam snel en krachtig kunt uitspreken, zodat je hond direct na je toekomst. Vooral bij trainingen is dat erg handig. Een naam als ’Samantha’ of ‘Jonathan’ zijn niet handig voor je hond. Kies liever voor ‘Rob’, ‘Eva’ of ‘Bo’.

    Hoe kun je zelf een leuke hondennaam verzinnen?

    Je kunt natuurlijk mijn lijst met namen bekijken en daar een leuke hondennaam uit kiezen, maar je kunt zelf creatief nadenken en op zoek gaan naar een originele naam. Hieronder geef ik je tips hoe je zelf een leuke naam kunt verzinnen. Ik heb gesproken met mensen die hun hond een originele en krachtige naam hebben gegeven.

    • Verzin een prachtige Engelse, Italiaanse, Franse of Chinese hondennaam.
    • Verzin een populaire streekneem, bijvoorbeeld een Friese naam ‘Hidde’ of ‘Rintje’.
    • Mensen vernoemen hun hond naar een vader, opa, moeder of oma.
    • Andere mensen vernoemen hun hond naar een artiest, tv ster of politicus.
    • Of je favoriete kleding- of schoenenmerk (bijv. Nike).
    • Vernoem je hond naar je favoriete drankje, bijv. Baco.
    • Naar een Griekse held zoals Zeus.
    • Verzin een stoere hondennaam: Dapper, Bink, Boef, Bulldozer, Rekel of Bliksem.

    Hier kun je vast wel iets mee!

    Mijn top 10 van de leukste hondennamen

    Dit is mijn persoonlijke top 10 van de leukste hondennamen:

    1. Balou
    2. Bo
    3. Dex
    4. Elin
    5. Fedde
    6. Hope
    7. Levi
    8. Luca
    9. Pip
    10. Zoe

    10 aparte hondennamen teef

    1. Aina
    2. Avalon
    3. Bacio
    4. Balou
    5. Beauty
    6. Blondy
    7. Chocomel
    8. Coco Chanel
    9. Muis
    10. Twix

    10 aparte hondennamen reu

    1. 2Pac
    2. Boef
    3. Balou
    4. Bodhi
    5. Twix
    6. Chocomel
    7. Mowgli
    8. Jack Sparrow
    9. Salva
    10. Zeus

    10 korte en bondige hondennamen teef

    1. Eva
    2. Evi
    3. Iris
    4. Isa
    5. Ivy
    6. Muis
    7. Sky
    8. Viva
    9. Yara
    10. Zoe

    18 korte en bondige hondennamen reu

    1. Bas
    2. Beer
    3. Ben
    4. Bo
    5. Cas
    6. Dex
    7. Dox
    8. Gijs
    9. Jan
    10. Jens
    11. Jop
    12. Joep
    13. Kai
    14. Pim
    15. Pip
    16. Sem
    17. Tim
    18. Zip

    20 buitenlandse hondennamen teef

    1. Abby
    2. Annabella
    3. April
    4. Bella
    5. Bridget
    6. Chloe
    7. Grace
    8. Kaya
    9. Lilli
    10. Lily
    11. Lucy
    12. Macey
    13. Maggie
    14. Marley
    15. Missy
    16. Nala
    17. Riley
    18. Rosie
    19. Shae
    20. Waffle

    20 buitenlandse hondennamen reu

    1. Bailey
    2. Brian
    3. Buddy
    4. Buzz
    5. Cooper
    6. Duke
    7. Harley
    8. Jabba
    9. Jack
    10. Joey
    11. Mac
    12. Max
    13. Oscar
    14. Ozzy
    15. Ross
    16. Taco
    17. Tiger
    18. Toby
    19. Token
    20. Wagner

    100 hondennamen teef (vrouwtje)

    1. Alice
    2. Ankie
    3. Anna
    4. Anne
    5. Balou
    6. Bella
    7. Bente
    8. Daisy
    9. Dana
    10. Diva
    11. Dora
    12. Eden
    13. Elin
    14. Emma
    15. Eva
    16. Evi
    17. Evy
    18. Faye
    19. Fenna
    20. Fleur
    21. Flirt
    22. Geri
    23. Grace
    24. Gwen
    25. Hanna
    26. Hazel
    27. Hilde
    28. Hope
    29. Indra
    30. Inga
    31. Iris
    32. Isa
    33. Ivy
    34. Jaimy
    35. Julia
    36. June
    37. Keira
    38. Kim
    39. Kira
    40. Kiss
    41. Lady
    42. Laika
    43. Lana
    44. Laura
    45. Lieke
    46. Lin
    47. Lina
    48. Lindy
    49. Lisa
    50. Live
    51. Liz
    52. Lola
    53. Lotte
    54. Love
    55. Luca
    56. Lulu
    57. Luna
    58. Lynn
    59. Marit
    60. Maud
    61. Mila
    62. Milou
    63. Mirthe
    64. Miss
    65. Nina
    66. Noa
    67. Noor
    68. Nova
    69. Olga
    70. Olly
    71. Page
    72. Pam
    73. Patch
    74. Pearl
    75. Pip
    76. Reina
    77. Renée
    78. Roos
    79. Ruby
    80. Runa
    81. Saar
    82. Sara
    83. Sarah
    84. Senna
    85. Sita
    86. Sky
    87. Sofia
    88. Sophie
    89. Star
    90. Stella
    91. Sterre
    92. Tara
    93. Tess
    94. Tessa
    95. Tyra
    96. Vicky
    97. Viva
    98. Yara
    99. Ylva
    100. Zoe

    100 hondennamen reu (mannetje)

    1. Abel
    2. Adam
    3. Aiden
    4. Alexander
    5. Bas
    6. Beer
    7. Ben
    8. Benjamin
    9. Bo
    10. Boaz
    11. Bram
    12. Cas
    13. Casper
    14. Conan
    15. Daan
    16. Daley
    17. Dani
    18. David
    19. Dean
    20. Dex
    21. Diesel
    22. Dox
    23. Dylan
    24. Fedde
    25. Finn
    26. Floris
    27. Floyd
    28. Gijs
    29. Guus
    30. Guust
    31. Henk
    32. Hidde
    33. Hugo
    34. Jace
    35. Jack
    36. Jacky
    37. James
    38. Jan
    39. Jason
    40. Jasper
    41. Jax
    42. Jayden
    43. Jelle
    44. Jens
    45. Jesse
    46. Job
    47. Joep
    48. Joey
    49. Joris
    50. Kai
    51. Koen
    52. Kyan
    53. Lars
    54. Leo
    55. Levi
    56. Luca
    57. Lucas
    58. Luuk
    59. Mats
    60. Max
    61. Mees
    62. Mick
    63. Milan
    64. Milo
    65. Nick
    66. Niek
    67. Niels
    68. Noah
    69. Noud
    70. Nout
    71. Owen
    72. Pim
    73. Pip
    74. Quinn
    75. Rayan
    76. Rens
    77. Roan
    78. Rob
    79. Ruben
    80. Ryan
    81. Sam
    82. Sem
    83. Senn
    84. Siem
    85. Spike
    86. Stan
    87. Stef
    88. Stijn
    89. Sven
    90. Teun
    91. Thijs
    92. Ties
    93. Tijn
    94. Tim
    95. Tom
    96. Tygo
    97. Vince
    98. Willem
    99. Xavi
    100. Zip

    Nog meer inspiratie?

    Zit je droomnaam er niet tussen? Bekijk dan één van de volgende websites met nog meer leuke hondennamen:

  • Wat is het verschil tussen een Labradoodle en Goldendoodle?

    Wat is het verschil tussen een Labradoodle en Goldendoodle?

    Veel mensen denken dat een Labradoodle en een Goldendoodle hetzelfde zijn. Ondanks dat ze veel op elkaar lijken is dat niet helemaal het geval. Daarom leg ik in dit artikel aan je uit wat precies de verschillen zijn tussen de honden.

    In dit artikel bespreek ik de belangrijkste verschillen en hoop ik je hiermee te helpen om een goede keuze te maken tussen de 2 type honden. Je zult ontdekken dat ze eigenlijk niet heel veel van elkaar verschillen en je dus geen ‘foute’ keuze kunt maken.

    Labrador en Golden Retriever

    Het eerste verschil kun je al ontdekken in de naam. Qua uiterlijk lijken de honden enorm op elkaar, maar de ‘ouders’ zijn wel verschillend van elkaar. De Labradoodle is een mix van een Poedel en een Labrador. De Goldendoodle is ontstaan uit een mix van de Poedel en Golden Retriever. Daar komt de naam Goldendoodle ook vandaan, niet omdat ze ‘goud’ zijn.

    Ook de Goldendoodle wordt nog niet erkend als ras, maar als een kruising. Het fokken begon in de jaren ’90, nadat zowel de Cockapoo als de Labradoodle voet aan de grond kregen. De theorie achter de ontwikkeling van de Goldendoodle was om een grotere Doodle te maken die de gewenste vacht behield en die de intelligente en vriendelijke aard van de Golden Retriever bezat.

    Persoonlijkheid

    Qua persoonlijkheid en karakter lijken de honden veel op elkaar. Ze zijn allebei lieve familiehonden die perfect met kinderen kunnen. Beide doodles zijn vriendelijk, slim, geduldig en aanhankelijk. Beide honden zijn loyaal en kunnen met de juiste training zeer gehoorzaam zijn. Maar soms kunnen ze ook erg ondeugend zijn.

    Over het algemeen hebben Goldendoodles meer “levenslust” dan Labradoodles. Dit is een kenmerk van Golden Retrievers in het algemeen, omdat er vaak wordt gezegd dat Golden Retrievers onwijs blij zijn.

    Een Labradoodle is wat dat betreft onafhankelijker, nieuwsgieriger en gaat graag op verkenning uit. Het zijn ook echte waterratten in vergelijking met de Goldendoodle. Golden Retrievers zijn kalmer en socialer. Ze bevinden zich graag in het gezelschap van mensen en krijgen graag alle aandacht.

    Als je een Goldendoodle en een Labradoodle in een kamer zou plaatsen en je laat een onbekend persoon de kamer binnen, zul je zien dat de Goldendoodle meteen naar deze persoon zou toe rennen. Een Labradoodle kijkt toch iets meer de kat uit de boom, maar zal uiteindelijk de persoon ook begroeten.

    Maar beide doodle honden zijn enorm vriendelijk naar vreemden. Alleen de Labradoodle is iets minder snel enthousiast richting vreemden dan de Goldendoodle.

    Energieke honden

    Zowel Labradoodles als Goldendoodles zijn zeer energieke honden. Beide honden vallen in de ‘retriever’ categorie en die houden van rennen, wandelen, speurwerk en fetch spelletjes. Ze zijn ook dol op zwemmen.

    Als baasje moet je beseffen dat de honden veel beweging nodig hebben. Een rondje van 15 minuten op een dag is niet genoeg. Beide honden hebben minimaal een uur per dag nodig aan wandeltijd om zijn energie kwijt te kunnen. Dit om gedragsproblemen te voorkomen.

    Kortom er is niet veel verschil tussen Labradoodles en Goldendoodles als het gaat om energieniveaus. Als je een hond wilt die de hele dag lui in huis rondloopt en slaapt, zijn beide doodle-rassen niet geschikt voor jou.

    Beide honden zijn heel lief en echte familiehonden. Een Labradoodle is iets meer beschermend naar het gezin dan een Goldendoodle. Veel mensen zien dit als een positief aspect, omdat een hond wel beschermend mag zijn. Je hoeft je geen zorgen te maken dat dit snel overslaat in agressie. Daar is de Labradoodle te lief voor, mits hij goed gefokt is.

    Hoewel de Labradoodle en Goldendoodles vanwege hun vriendelijke karakter niet snel doorgaan als waakhond, kunnen ze best blaffen als er ongenodigde gasten binnenkomen. Zeker de grotere honden kunnen best een goede blaf produceren. Alleen de kans is groot dat als mensen het huis echt binnendringen ze een likbehandeling krijgen in plaats van dat ze in hun voet gebeten worden.

    Ben je op zoek naar een echte waakhond? Dan zou ik voor een ander ras kiezen.

    labradoodle-en-goldendoodle

    Credits foto: Xavier Christian Alexander

    Weinig verschil in grootte

    Er is niet veel verschil in grootte tussen Goldendoodles en Labradoodles. Dat is een logische verklaring omdat Labradors en Golden Retrievers ook niet veel verschillen in grootte.

    Ook de Goldendoodle is verkrijgbaar in 3 formaten. De Miniatuur Goldendoodle is het resultaat van een Miniatuur of Toy Poedel gekruist met een Golden Retriever. Deze honden variëren in grootte van:

    • Mini: 13 tot 20 centimeter in hoogte en 7 tot 16 kg.
    • Small Standard Goldendoodle is 43 tot 50 centimeter; het gewicht is 18 tot 23 kg.
    • De Large Standard Goldendoodle is gemiddeld 50 tot 60 centimeter hoog en weegt 23 tot 35 kg.

    Dit zijn de maten van de Labradoodle:

    • Labradoodle Mini: 35 cm – 42 cm (7 tot 13 kg)
    • Medium: 43 cm – 52 cm (13 tot 20 kg)
    • Standaard: 53 cm – 63 cm (23 tot 30 kg)

    Vacht en verzorging

    Omdat beide honden worden gekruist met een poedel is de vacht ook vergelijkbaar. Ook de vacht van een Goldendoodle is golvend tot krullend. Hij heeft langer haar op de staart, het lichaam, de oren en de poten. De kleuren zijn vergelijkbaar met de Labradoodle, maar bij de Goldendoodle zul je meestal goud als vachtkleur aantreffen.

    De Labradoodle heeft door het Labrador-gen een kortere en hardere vacht. De vacht van een Goldendoodle is daardoor langer en golvender.

    Voor zowel de Labradoodle als de Goldendoodle geldt dat je de vacht goed moet onderhouden. Dat betekent minimaal één keer per week borstelen en goed trimmen. De haartjes blijven in de vacht zitten en die moet je er dus regelmatig uit kammen. De honden hebben alleen een bad nodig als het noodzakelijk is.

    Welke hond is geschikt voor jou?

    Hopelijk heb je nu een goed beeld van de belangrijkste verschillen tussen de Labradoodle en Goldendoodle. Eigenlijk verschillen ze niet heel erg van elkaar en kun je niet echt een foute keuze maken. De honden lijken veel op elkaar en hebben veel gemeen qua karakter, vacht en grootte.

    Volg je gevoel en kies een hond uit die bij je past.

  • 6 praktische tips om blaffen (bij je Labradoodle) af te leren

    6 praktische tips om blaffen (bij je Labradoodle) af te leren

    Blaffende honden en huilende kinderen zijn één van de vervelendste geluiden. Ze werken op je zenuwen. Niet voor niks vragen veel mensen om mijn hulp bij het afleren van blaffen bij hun Labradoodle. In dit artikel geef ik je tips hoe je het blaffen kan afleren. Mijn tips zijn niet alleen voor Labradoodles, maar voor elk type hond. Hopelijk kan ik je hiermee helpen. 

    Allereerst is het belangrijk om te ontdekken waarom je hond zo vaak blaft. Is hij bang? Wil de hond je waarschuwen? Is hij blij? En beloon jij de hond na het geblaf? Vaak is dit wel het geval. Het achterhalen van het waarom is een belangrijke stap naar genezing. Als je dat weet, kun je met mijn tips aan de slag.

    Lees mijn tips hieronder en hopelijk help ik je hiermee op weg. Deze tips zijn voor iedere hond geschikt, niet alleen voor een (Australian) Labradoodle.

    Waarom blaffen honden?

    Er zijn verschillende redenen waarom een hond blaft. Ze doen het niet omdat ze jou of de buurt willen pesten. Blaffen is een manier om zichzelf te uiten. Je hond probeert je iets te vertellen en het is aan jou om dat te snappen. Om te snappen waarom een hond bepaald (ongewenst) gedrag vertoont, zoals overmatig blaffen, is het belangrijk om de lichaamstaal en signalen van een hond te leren begrijpen.

    Maar soms het voor dat honden te vaak blaffen in situaties waarin het niet nodig is. Dat is heel vervelend. De meest voorkomende oorzaken zijn onzekerheid, angst, frustratie en verveling. Wat je vaak ziet is dat als de hond langdurig thuis alleen gelaten wordt, gaat hij blaffen. Dan voelt hij zich meestal bedreigd en probeert hij met het geblaf de aandacht te trekken.

    Onzekerheid

    Als je hond blaft naar andere honden of mensen die voorbijlopen, dan heeft dit vaak te maken met onzekerheid of angst. De schuld van deze onzekerheid ligt vaak bij jou als baasje. Mensen die zelf gespannen zijn als ze andere honden tegenkomen tijdens een wandeling, dragen dit gevoel aan hun hond over. Ze laten merken dat ze de situatie niet onder controle hebben en dat ze de hulp van hun hond nodig hebben. Die reageert vervolgens door te blaffen.

    Frustratie en verveling

    Naast onzekerheid kunnen honden blaffen uit frustratie of verveling. Honden die gefrustreerd zijn omdat ze bijvoorbeeld te weinig te doen hebben, te weinig beweging hebben en zich vervelen, blaffen zodra het baasje thuis komt, hij het huis verlaat of als er iemand op bezoek komt. In dit soort situaties wil de hond je aandacht.

    18-tips-voor-het-opruimen-van-hondenhaar-labradoodle-min

    Aandacht

    Je hond kan ook ook blaffen omdat hij iets wil van je, zoals naar buiten gaan, spelen, eten of gewoon jouw aandacht.

    Pijn

    Tot slot kan de reden ook pijn zijn. Misschien heeft de hond ergens chronische pijn en blaft hij daardoor. De enige manier om hier achter te komen, is door je dierenarts te bezoeken. Zo kun je uitsluiten dat de oorzaak van het blaffen geen ziekte is.

    6 situaties en tips om het blaffen af te leren

    Als je weet waarom je hond blaft, kun je aan de slag gaan met een oplossing en het blaffen afleren. Met vastberadenheid, training en consequent zijn kun je het blaffen afleren. Blijf je hond goed bekijken en kom erachter in welke situaties de hond blaft. Dan weet je vaak de oorzaak.

    Voordat ik je mijn tips geef wil ik je de meest belangrijke les aangeven. Wat veel mensen vergeten is dat je tijdens het proces van blaffen afleren, de hond juist moet aanleren dat stil zijn meer oplevert. Je moet de hond juist belonen als hij stil is. En met basiscommando’s als stil, kun je de hond meer onder controle krijgen.

    Hieronder schets ik verschillende situaties en leg ik meteen de oplossing uit om in dat geval het blaffen te stoppen.

    Tip 1: Blaffen afleren bij de deurbel

    Blaft jouw hond als er wordt aangebeld? Dat is heel vervelend voor jou maar ook voor je gast. Mensen kunnen hier bang voor zijn en vooral kinderen raken vaak in paniek. Wat je vaak ziet is dat baasjes gaan gillen tegen de hond: Stop! Of Ssst. Dat werkt niet!

    Er zijn verschillende dingen die je kunt doen om het blaffen bij de deurbel te stoppen:

    • Blijf in deze situatie kalm en zelfverzekerd. Straal de juiste energie uit om het probleem aan te pakken.
    • Maak jezelf groot en neem ruimte in. Ga voor de hond staan en wacht tot hij weer kalm en onderdanig is (hoofd laag en oren wat naar achteren). De hond is pas echt rustig als hij gaat zitten en je aankijkt.
    • Draai je vervolgens om en loop weg. Dan begrijpt hij dat je wilde dat hij stopte met blaffen.
    • Ga vooral niet tegen je hond schreeuwen of slaan. Op het moment dat de hond blaft en jij tegen hem schreeuwt, doe je eigenlijk hetzelfde als hij doet.

    Een andere manier is:

    • Stuur je hond naar een vaste plaats stuurt en laat hem daar braaf zitten.
    • Als hij lief is dan prijs je hem.
    • Als hij wel blaft, negeer je hem en geef je hem geen aandacht – door woorden of oogcontact.
    • Vraag ook aan je gasten of ze hieraan meewerken.
    • Door het positieve te prijzen en het ongewenste gedrag te negeren, kun je het gedrag van de hond beïnvloeden.

    NB: heb je meer honden? Kijk dan wie als eerste begint en corrigeer die als eerste. Dan volgt de rest vrij snel.

    Tip 2: Blaffen afleren tijdens het wandelen

    Honden die tijdens het uitlaten blaffen moeten zeker aan de riem blijven. Het gaat er vooral om dat jij in deze situatie rustig blijft en de hond zekerheid geeft. Jij bepaalt het tempo, de richting en als iemand je tegemoet komt reageer je niet. Zo laat je zien dat blaffen niet nodig is.

    6-praktische-tips-om-blaffen-bij-je-labradoodle-af-te-leren-v1

    Credits foto: Achan Sumire

    Tip 3: Blaffen afleren in huis

    Om in huis blaffen af te leren, moet je dit trainen als je thuis bent. Belangrijk in deze situatie is dat de hond rustig blijft en dat jij hem daarvoor beloont. Laat de hond alleen, ga in de gang staan of voor de deur en kijk of de hond niet blaft. Als dat niet het geval is, beloon je de hond.

    Tip 4: Blaffen afleren met een clicker

    Een clickertraining kan heel effectief zijn om het blaffen af te leren bij je hond. Het doel van een clickertraining is om je hond snel nieuw gedrag aan te leren. Je klikt op het moment dat de hond dit goede gedrag vertoont en beloont de hond met een snoepje.

    Als je eenmaal één commando met de clicker hebt aangeleerd is het makkelijker de hond nieuwe dingen te leren. Dit komt omdat de hond sneller doorheeft wanneer deze iets ‘goed’ heeft gedaan.

    Ik ga in dit artikel niet uitleggen hoe je een clickertraining aanpakt. Goede boeken over clickertrainingen zijn te vinden op Bol.com. Als je op de link klikt kom je uit bij clickertraining en krijg ik een kleine vergoeding als je iets koopt.

    Via de link kun je ook goede clickers kopen. Of kijk op Zooplus. Die hebben ook een groot aanbod.

    Tip 5: Blaffen afleren in z’n bench

    Normaal is een hond rustig in z’n bench, omdat het een veilige plek is. Als je hond blaft of piept in zijn bench dan is er iets aan de hand en kun je daar het volgende aan doen. Het bedekken van de bench kan al helpen om de prikkels weg te halen. De hond zal zich hierdoor veiliger voelen.

    Zet de bench eventueel op een andere plek neer. Een plek wat de hond meer rust geeft en minder prikkels.

    Een andere oplossing is om de hond niet meer in de bench te doen. Zeker bij de wat oudere honden, vanaf 7 – 8 maanden, zie je dat ze soms opeens niet meer in de bench willen. Als je ze erin laat gaan ze blaffen. Mocht je nog hond niks kapot maken in huis, probeer hem dan eens uit de bench te laten. Dan kan het blaffen ook stoppen.

    Mocht de hond nooit een goede benchtraining hebben gehad, dan verwijs ik je graag door naar mijn artikel hierover: Benchtraining met je (Australian) Labradoodle pup.

    Tip 6: Blaffen afleren tegen andere honden

    Als je hond buiten tegen andere honden blaft, komt dit vaak door angst of omdat ze simpelweg niet weten hoe ze met de situatie om moeten gaan. Bijvoorbeeld door een slechte socialisering toen ze pup waren. Maar ze kunnen ook blaffen omdat ze een andere hond weg moeten jagen. Van zichzelf.

    Een oplossing is om actie te ondernemen voordat jouw hond de andere hond ziet. Leidt jouw hond af met een snoepje of speeltje en doe een oefening. Hiermee leidt je de aandacht van de andere hond af en creëer je een soort afstand.

    Elke keer als dit lukt, en je hond blijft rustig bij het passeren van de andere hond, beloon je jouw hond en leer je hem dit goede gedrag aan. Als het goed is wordt het dan voor je hond steeds minder interessant om naar honden te blaffen en meer interessant om iets voor jou te doen.

    Adviseer je wel of geen anti blafband?

    Sommige baasjes kiezen voor een anti blafband om het blaffen bij hun hond af te leren. En om die reden krijg ik vaak de vraag van andere Labradoodle eigenaren of ik het gebruik van een anti blafband adviseer. Mijn antwoord is: ja en nee!

    Een anti blafband geeft de hond een trilling, statische correctie of maakt een ultrasoon geluid in het geval dat de hond blaft. Hiermee wordt de cirkel van het blaffen doorbroken en zal je hond zijn aandacht op jou en je commando richten. Maar dan moet je het commando wel geven en op een juiste manier!

    6-praktische-tips-om-blaffen-bij-je-labradoodle-af-te-leren-v2

    Credits foto: Judd Hall

    Ik wil hierbij benadrukken dat je een anti blafband dus kan gebruiken als hulpmiddel, niet als oplossing voor ongewenst blaffen. Ze kunnen je helpen tijdens een training. De bedoeling is dat deze middelen je helpen om het gedrag te verminderen, waarna het gebruik van de anti blafband zelf ook weer afgebouwd wordt.

    Als je een anti blafband op een niet juiste manier gebruikt kan dat schadelijk zijn voor je hond en dat moet je koste wat kost voorkomen. Een hond die blaft uit angst of stress, zal zich alleen nog maar minder prettig voelen. De hond zal waarschijnlijk minder blaffen, maar nog steeds veel stress hebben aangezien de oorzaak niet aangepakt is.

    Ga dus niet zelf aanrommelen en vraag je dierenarts om advies. Achterhaal eerst de oorzaak van het blaffen en kijk in welke situaties de hond blaft. Bekijk ook je eigen gedrag en je reactie in deze situatie. Grote kans dat dat ook invloed heeft op het blaffen van je hond.

    Heb je de keuze gemaakt om wel met een anti blafband te werken? Dan kun je op Bol.com een goede aanschaffen.

    Belangrijk: een anti blafband mag je alleen gebruiken bij een hond die niet angstig is!

    Praktische tips

    Tot slot wil je nog deze praktische tips meegeven als je aan de slag gaat.

    1. Start bij de oorzaak

    Achterhaal eerst waarom de hond blaft. Wat is de oorzaak? Haal de prikkels die het blaffen veroorzaakt weg.

    2. Beloon goed gedrag

    Geef je hond pas aandacht op het moment dat hij stil is. Hou in je achterhoofd dat als je toch toegeeft tijdens het blaffen het blafgedrag alleen maar versterkt wordt. Beloon het stil zijn.

    3. Haal prikkels dat het blaffen versterkt weg

    Haal de prikkels weg die het blaffen versterkt en wees je bewust hoe je aandacht geeft. Als je hond veel naar fietsers en voetgangers voor de deur blaft? Doe dan de tussendeur of gordijnen dicht en verbied je hond daar te komen.

    4. Help je hond bij z’n angst

    Geef de hond zekerheid met je energie en houding. Ga tussen enge objecten staan en train z’n gedrag. Beloon de hond voor goed gedrag en stel hem op z’n gemak. Mocht de hond toch weer gaan blaffen, loop dan weer weg met hem en probeer het opnieuw. Op deze manier leer je hem dat hij nergens bang voor hoeft te zijn.

    5. Schakel hulp in van een professional

    Door het positieve te versterken, kun je jouw hond erg veel leren. Hoe ouder de honden zijn en hoe langer het blaffen al een vast onderdeel van hun leven is, hoe langer het duurt om het af te leren. Kom je er zelf niet uit? Schakel dan de hulp in van een professional bij jou in de buurt.

    Deze professional kan je dan helpen om meer zekerheid te krijgen en het juiste gedrag te vertonen. Zij kunnen je net die handvatten geven die je nodig hebt.

  • Wil je een (Australian) Labradoodle pup kopen? Let dan op deze punten!

    Wil je een (Australian) Labradoodle pup kopen? Let dan op deze punten!

    Je hebt de keuze gemaakt om een Labradoodle of Australian Labradoodle pup te gaan kopen. Maar je hebt geen idee waar je op moet letten? Wat de prijs is? Welke fokker is goed? En heb je nog meer belangrijke vragen? Lees dan verder, ik ga je helpen en mijn tips geven in dit artikel.

    Lees ook zeker dit artikel: Een (Australian) Labradoodle pup kopen? 13 belangrijke tips!

    Veel mensen kiezen voor een pup, omdat het zo’n schattig beestje is. Besef je wel dat het opvoeden van een jonge hond veel tijd kost? In z’n eerste levensjaar leert de hond meer dan in de rest van z’n leven. Zeker de eerste maanden ben je een paar uur per dag met de pup bezig. Je kan de pup niet lang alleen laten, dan gaat het mis.

    Wat is de prijs van een (Australian) Labradoodle pup?

    Maar dat is meer gericht op het opvoeden van een Labradoodle pup. Daar ga ik het in dit artikel niet over hebben. Hieronder ga ik je uitleggen waar je op moet letten bij het kopen van een Labradoodle pup.

    Als eerste wil ik onderscheid maken in een Labradoodle en een Australian Labradoodle. Een Labradoodle is goedkoper en dat heeft ermee te maken dat Australian Labradoodle fokkers volgens strenge richtlijnen moeten fokken. De Australian Labradoodle is zeer kostbaar. De fokkers doen er namelijk alles aan om een gezonde Australian Labradoodle te fokken en verkeerd fokken hiermee te voorkomen.

    Elke fokhond wordt uitgebreid getest op erfelijke aandoeningen (HD, ellebogen, Patellas) en via DNA onderzoek wordt gecontroleerd of de fokhonden dragers zijn van de erfelijke ziektes zoals PRA, PRCD, Von Willebrand, Degeneratieve Myelopathie (DM), Excercise Induced Collapse (EIC) en Improper Coat (IC). Ook worden de ogen elk jaar gecontroleerd en met deze richtlijnen blijven alleen de beste honden over. En dat zijn er maar weinig, vandaar de hoge prijs.

    Houd er dus rekening mee dat je tussen de 1700 euro en 2000 euro moet betalen voor een Australian Labradoodle pup. Neem je één van de beste Australian Labradoodle pups uit een goede familie, dan kunnen de kosten nog wat hoger zijn. Maar bezuinig hier niet op en kies een goede fokker. Voor echte Australian Labradoodles zijn flinke wachtlijsten, omdat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit bij de fokkers.

    Kies je voor een gewone Labradoodle pup? Dan ben je minder geld kwijt, maar controleer de pup goed. Ben je allergisch? Dan adviseer ik je om een echte Australian Labradoodle te nemen.

    Goed om te weten: de Labradoodle prijs voor een pup in België is ongeveer even hoog als de Labradoodle fokkers in Nederland hanteren voor pups. Toch kan het zo zijn dat je in ons buurland een goedkopere Labradoodle pup tegenkomt. Ik raad je dit af tenzij alles heel goed gecontroleerd is en je het dier van erkende fokker hebt. Anders kun je bedrogen uitkomen.

    Kan ik een pup kopen op Marktplaats?

    Dat raad ik je niet aan. Sowieso moet je beseffen dat je 9 van de 10 keer een Labradoodle pup aantreft op Marktplaats. Als mensen adverteren met een 100% echte Australian Labradoodle, dan is het vaak gelogen. Laat je niet oplichten, controleer altijd de papieren. Een goede fokker heeft Marktplaats niet nodig, die heeft zijn eigen kanalen.

    Zitten (Australian) Labradoodle pups ook in een asiel?

    Australian Labradoodles worden nooit in kennels bewaard of opgevoed. Een belangrijk deel van het fokken is socialisatie, ze worden in huis geboren en groeien daar op. Daarom zijn de Australian Labradoodles altijd zulke lieve honden. Labradoodles zelf kun je wel aantreffen in het asiel, maar niet vaak. Heb je er één gezien? Controleer alle papieren en de hond zelf goed.

    Koop een pup met een officiële stamboom!

    Laat je niet oplichten door een fokker en vraag uitgebreid naar de papieren. Bestudeer ze om de bloedlijnen te ontdekken en te kijken of de ouders ook echte Australian Labradoodles of Labradoodles zijn. Bezoek dus vooraf de fokker en knuffel met de honden. Dan merk je snel genoeg of je met een gezonde en echte hond te maken hebt. Koop je Labradoodle pup dus nooit zomaar bij een particulier.

    Procedures van een goede fokker

    Een goede fokker nodigt je vaak uit voor een kennismakingsgesprek om te kijken waarom je de hond wil. Kennismakingsbezoeken zijn alleen mogelijk als de inschrijving voor een bepaald nest geopend is. Mensen die alleen voor het uiterlijk gaan of bij wie de fokkers een slecht gevoel hebben, vallen vaak al snel af.

    Ook de fokkers stellen eisen aan de nieuwe baasjes, bijvoorbeeld dat de honden een actief leven krijgen. Ben je een gezin waar je tijd hebt voor lange wandelingen, de hond goed gaat verzorgen en de hond veel aandacht krijgt? Dan scoor je vaak bonuspunten. Heb je deze punten niet? Dan ben ik bang dat je niet snel uitgekozen wordt door fokkers.

    wil-je-een-australian-labradoodle-pup-kopen-let-dan-op-deze-punten-2

    Heb je kinderen? Dan adviseren de meeste fokkers om te wachten tot het jongste kind 8 jaar is. Dan heb je zelf meer tijd voor de hond en snappen kinderen beter hoe ze met de pup om moeten gaan.

    Bezoek meerdere fokkers voordat je tot aanschaf over gaat. Vraag naar de geschiedenis van de ouders, praat met een fokker en ga niet alleen op je onderbuikgevoel af. Stel de fokker veel vragen over de hond.

    Dit krijg je mee van de fokker, controleer dit goed:

    • Europees dierenpaspoort
    • Stamboom
    • DND afstammingsbewijs
    • Verkoopcontract
    • Microchip met registratie
    • Een doekje of knuffeltje dat in het nest heeft gelegen
    • Puppybrokjes en/of een puppypakket
    • Als de pups het nest verlaten dan zijn ze nagekeken door de dierenarts, ingeënt en 2-wekelijks ontwormd.

    Vraag ook of de fokker bereid is om na de aanschaf van de pup je van praktische tips te voorzien en dat je eventueel samen kan zoeken naar oplossingen bij problemen.

    Wil je een goede en betrouwbare Australian Labradoodle fokker? Bekijk dan de aangesloten fokkerslijst van de ALAEU.

    Soms kunnen dingen ook veranderen bij het fokproces

    Het wil niet zeggen dat elke dekking goed gaat. Hierdoor kunnen fokkers hun planning altijd veranderen. Soms zijn er te weinig pups en kiezen fokkers de baasjes uit. Het kan ook zijn dat ze op een andere manier pups gaan toewijzen.

    Pups laten steriliseren of castreren

    Het steriliseren of castreren van Australian Labradoodles is nogal een punt geweest. Vanuit het fokprogramma in Australië moesten de honden eigen geholpen worden bij 7 of 8 weken. De reden is dat hiermee het fokprogramma gecontroleerd kan worden. Maar voor de dieren is dit niet goed en om die reden pakken veel fokkers het nu anders aan. Eigenaren worden geadviseerd om de hond rond de 6 tot 8 maanden te steriliseren of castreren.

    Hiermee behoudt je het vriendelijke en speelse karakter van de pup en een teefje heeft dan minder kans op op latere leeftijd baarmoederhalskanker te ontwikkelen. Officiële fokkers hebben dit nu als volgt opgelost:

    • De pup moet onder de 1 jaar zijn.
    • Als eigenaar moet je het bewijs van neutralisatie moet opsturen naar de fokker.
    • Dan ontvang je de stamboom van de pup.
    • Sommige fokkers maken ook een vergoeding voor de neutralisatie over (+/- € 150)
    • Deze afspraken worden officieel vastgelegd bij de aanschaf van een pup.

    Praktische tips bij het kopen van een pup

    Ik wil je de volgende tips meegeven wanneer je een Labradoodle of Australian Labradoodle puppy wil kopen:

    • Koop nooit impulsief een pup. Een hond is een levend wezen dat zorg en aandacht
    • nodig heeft. Het is geen speelgoed die je even weg doet als je klaar bent met
    • spelen.
    • Bekijk de moederhond goed. Is de hond rustig of juist nerveus? Is de hond lief of
    • agressief? Het gedrag en de conditie van de moederhond zegt niet alleen wat over
    • de kwaliteit van de fokker, maar ook over jouw toekomstige pup.
    • Vraag altijd naar de papieren van de ouderhonden. Denk aan inentingsbewijzen,
    • stamboom, uitslag van gezondheidsonderzoeken, etc.
    • Zijn de beide ouders heup- en elleboogdysplasie vrij? Hiervoor moet de fokker
    • beschikken over een officiële uitslag van het onderzoek hierop.
    • Vraag hoeveel nestjes de moederhond heeft gehad. Ze mag er maximaal 5 hebben
    • gehad.
    • Schaf geen pup aan die jonger is dan 8 weken.
    • Leg afspraken met de fokker schriftelijk vast.

    Tot slot wil ik deze feel good video van Orange Aussie Dogs met je delen. Dan krijg je meteen zin in een pup ;-).

  • 11 tips voor hondenvoer en eetgedrag bij je Labradoodle

    11 tips voor hondenvoer en eetgedrag bij je Labradoodle

    Per mail krijg ik veel vragen over wat je een Labradoodle volwassen hond of pup het beste kan geven qua eten. Welk hondenvoer is goed? En welk hondenvoer voor je pup is goed? Alhoewel dat per hond verschillend is, heb ik wel een aantal tips en richtlijnen. Ik heb een selectie gemaakt en geef je in dit artikel mijn 11 tips.

    Een hond is eigenlijk meer een alleseter in plaats van alleen een vleeseter. Dit heeft te maken met zijn voorvader, de wolf. Die eet een beest in zijn geheel op en krijgt naast het vlees ook de nodige vitaminen en mineralen binnen via halfverteerd plantaardig materiaal. Deze mix heeft jouw hond ook nodig.

    Voeding is en blijft een lastig onderwerp omdat je als hondeneigenaar niet altijd weet waar je nou goed aan doet. Neem een gemiddelde fokker, dierenarts of hondeneigenaar en ze vertellen je allemaal iets anders. Dus lees hieronder mijn tips voor goed hondenvoer voor je volwassen hond of pup en haal eruit wat voor jou van toepassing is.

    Ook mijn tips zullen verschillen van bijvoorbeeld fokkers of artsen. Het gaat erom dat jij eruit haalt wat voor jou van toepassing is!

    1. Kies voor kwalitatief en goed voedsel

    Ik adviseer om een goed getest, liefst A-merk, te geven. Het is over het algemeen duurder dan goedkopere huismerken, maar het is beter voor je hond. Hier zitten vaak meer afgewogen voedingsstoffen in. Daarbij eten ze minder van het dure voer dan het goedkope voer omdat er meer voedingsstoffen in een kleiner portie zit.

    Uiteindelijk het verschil wat je kwijt bent wel mee vallen. De voedingsbehoefte is verschillend per hond en je zal per hond moeten kijken wat hij nodig heeft. Het is belangrijk dat de hond een juiste hoeveelheid vlees, vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Een gebrek aan calcium in het voedsel leidt tot botontkalking en zo zijn er nog veel meer bijwerkingen. Zelf je voeding samenstellen en de juiste verhoudingen aanhouden is erg lastig en kunnen niet veel mensen.

    2. Kant-en-klare voeding

    Daarom adviseer ik om hem kant-en-klare voeding te geven. Dit soort voeding van goede merken zorgt voor een juiste balans aan voedingsstoffen die de hond, en zeker je pup, nodig heeft. De hoeveelheid hangt af van de hond, zijn gewicht en hoeveel hij beweegt. Richtlijnen vind je op elke verpakking.

    Omdat de hoeveelheid voeding per hond verschillend is, zijn er veel verschillende soorten, per merk, verkrijgbaar. Dit is onder andere afhankelijk van zijn leeftijd en leefwijze. Zo heb je light voedsel voor de minder actieve hond en senioren voeding voor de oudere hond. Ook is er bij het voedsel rekening gehouden met de grootte van de hond en de grootte van de bek. Voor de kleinere honden zijn de brokjes kleiner en het voer een stuk geconcentreerder. Door de kleinere verpakkingen wordt het voer niet snel oud.

    3. Overleg met de fokker van je pup

    Een fokker weet vaak wat het beste is voor je pup. En een goede fokker kun je altijd om raad vragen. Daarom adviseer ik je om goed te overleggen met je fokker welke voeding hij de pups geeft. Dat heeft je pup al gehad en hij reageert daar meestal goed op. Wanneer je pup goed groeit, gezond is en goede ontlasting heeft kun je dit advies gerust opvolgen.

    4. Zorg voor voeding met de belangrijke voedingsstoffen

    Op het gebied van hondenvoeding is een hoop veranderd de laatste tijd. De voeding is voller en rijker van voedingsstoffen geworden. Om je beter te laten begrijpen wat de hond nodig heeft en wat er vaak in de voeding zit, behandel ik hieronder een paar belangrijke voedingsstoffen.

    Als eerste zijn Omega-3 vetzuren zijn net zo belangrijk voor de hond als dat ze voor jou zijn. Ze verminderen ontstekingen en beïnvloeden het leervermogen. Voor de mens zitten ze bijvoorbeeld in vis. Voor de hond worden deze vetzuren gebruikt in de vorm van EPA en DHA, vooral afkomstig van visolie. Ze worden vooral toegevoegd vanwege de ontstekingsremmende werking en het verbetert de huid en vacht. Bij jonge dieren verbetert het ook het leervermogen en stimuleert het de ontwikkeling van de hersenen.

    Prebiotica zijn een speciaal soort voedingsvezels die de gezondheid en werking van de darmen bij de hond bevorderen. De vezels worden in de dikke darm omgezet en zijn de voedingsstof voor goede bacteriën in de dikke darm. De goede bacteriën groeien hierdoor, de slechtere krijgen minder kans.

    5. Begin met een kleine hoeveelheid

    Wanneer je niet precies weet of je pup of hond goed op de voeding reageert, is mijn advies een kleine hoeveelheid (klein zakje) aan te schaffen. Zo kun je testen en ontdekken of je hond goed op de voeding reageert. Als het goed gaat kun je altijd een grote zak aanschaffen. Dit is veel voordeliger. Kijk hiervoor ook online bij Bol.com of Zoo Plus (als je op de link klikt krijg ik een vergoeding als je iets koopt).

    11-tips-voor-hondenvoer-en-eetgedrag-bij-je-labradoodle-v2

    Credits foto: Jessica D. Vega op Unsplash

    6. Geef je hond af en toe kauwproducten (bijv. kluifjes en oren)

    Kauwproducten worden vaak als snoepje gezien en dat is de reden dat sommige mensen het niet aan de hond geven. Toch is het belangrijk dat je dit wel doet. De hond kan hiermee een stuk van zijn natuurlijke gedrag uiten en het is goed voor zijn gebit.

    Er zijn veel verschillende soorten kauwproducten te koop (zie Bol.com). Speciale kauwkluiven, buffelhuid, bullenpezen, pemmikan, runder- en varkensoren, gedroogde vis en nog veel meer.

    Door de ruime keuze vind ik het lastig om precies aan te geven wat je wel en niet moet kopen. Ik wil je wel het volgende adviseren bij de aanschaf van kauwproducten. Zo kun je zelf een verstandige keuze maken. Zorg er altijd voor dat je kauwproducten koopt die zijn afgestemd op de grootte van de hond. Geef je hond nooit een bot van gevogelte, want deze kunnen splinteren en een maagperforatie (ook een darmperforatie) veroorzaken .

    Naast het tonen van zijn natuurlijke gedrag heeft de hond met een kauwproduct altijd iets te doen. Dit voorkomt ook dat de hond op andere dingen, zoals tafelpoten, gaat bijten. Het kauwproduct geef je de hond altijd in zijn bench. Dit is voor hem een prettige en veilige plek. Wil je de hond met iets verwennen? Vraag dan in de dierenwinkel of online naar speciale hondensnoepjes. Geef de hond geen kaas of worst, dit is te zout en te vet.

    7. Maak een goed voedingsschema voor je pup

    Voeding is erg belangrijk tijdens de groeiperiode van je pup. Niet alleen de kwaliteit van het voer, maar ook het op tijd krijgen van de voeding. Het voer moet verteerd worden en hier is tijd voor nodig. Probeer daarom rust en regelmaat aan te brengen in de voertijden. Een voerschema helpt je om op de goede tijden voer te geven. En het is handig voor het gezin. Zo weet iedereen waar ze aan toe zijn en wat de pup nodig heeft. Vraag ook je fokker advies voor een voedingsschema.

    8. Laat je hond rustig eten

    De manier van eten geven en de hond de rust geven om lekker te eten is heel belangrijk. Als de hond aan het eten is, moeten kinderen bij hem uit de buurt blijven. De hond kan namelijk zijn eten verdedigen en uithalen. Ook is de kans groter dat de hond snel gaat eten en daarna last van zijn buik krijgt.

    Geef de hond bij voorkeur 2 keer per dag eten. Zorg altijd voor vers drinkwater bij het eten. Wacht even met uitlaten totdat de hond zijn voeding heeft verteerd. Spelen na het eten raad ik sterk af. Wanneer hij een volle maag heeft kan hij namelijk een maagtorsie (kanteling van de maag) krijgen. Daar kan de hond aan dood gaan.

    Na het eten moet je hond echt minstens een half uur tot een uur rust hebben.

    9. Koop een voer- en drinkbak op maat voor je hond

    Ik vind niks zieliger dan dat een hond een te kleine of grote voerbak heeft. Soms zie ik grote honden met een klein en laag voerbakje. Hierdoor kunnen de honden het eten niet goed te pakken krijgen en waarschijnlijk krijgen ze te weinig eten, omdat de inhoud niet klopt. Ook is het erg slecht voor hun gewrichten als ze te laag moeten met hun kop.

    Laat je dus goed adviseren in de winkel of koop naar eigen inzicht een goede bak op de groei. Sommige voedingsbakken kunnen namelijk versteld worden.

    10. Stop met Ad Lib voeren

    Eet je hond zijn bak niet leeg? Laat het dan niet staan en haal het na 15 minuten weg. Ga zeker geen andere, vette, dingen toevoegen om ervoor te zorgen dat de hond gaat eten.

    Het laten staan van een bak wordt ook wel ‘Ad Lib voeren’ genoemd. En daar heb ik geen voorstander van. De reden waarom ik dat vind is:

    • De hond bepaalt zelf wanneer hij gaat eten.
    • Er is geen ‘ritueel’, want ze kunnen er elk moment bij. En rituelen zijn honden gek op.
    • De spijsversteringssappen komen niet goed op gang.
    • De hond is lastiger te prikkelen, trainen, met iets lekkers.

    11. Voorkom voernijd door te oefenen

    Voernijd is echt niet leuk en moet je als baas zien te voorkomen. Honden met voernijd laten niets of niemand toe in de omgeving wanneer ze aan het eten zijn en kunnen hierdoor agressief uitvallen of het eten heel snel naar binnen schrokken. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat je met je pup al veel oefent.

    Oefenen doe je door je met je handen in z’n voerbak te zitten of het eten weg te halen, als je pup aan het eten is. Doe dit op een positieve en vertrouwelijke manier.

    Hopelijk helpen deze tips je bij de juiste keuze!