Blog

  • Vuurwerkangst bij labradoodles: hoe bereid ik mijn hond goed voor op oud & nieuw?

    Het begint vaak niet met paniek, maar met iets kleins. Een hond die net wat vaker opkijkt tijdens de avondwandeling. Een labradoodle die ineens mee de keuken in loopt, terwijl hij normaal in de gang blijft liggen. Het zijn van die verschuivingen die je pas achteraf herkent als signalen. In december valt dat extra op, omdat vuurwerkangst bij honden elk jaar terugkomt, en omdat de informatie die je erover vindt zelden rustig blijft. Of het blijft zo algemeen dat je jezelf er niet in herkent, of het schiet door naar oplossingen zonder context.

    Veel eigenaren van labradoodles zeggen hetzelfde: hij is normaal relaxed, sociaal, kan veel hebben. Juist daarom voelt het vreemd als diezelfde hond rond oud & nieuw onrustig wordt, aanhankelijk, of juist druk en ongeleid. Dat roept vragen op die niet zozeer over vuurwerk gaan, maar over jezelf. Doe ik iets verkeerd? Had ik eerder moeten beginnen? Kan ik dit erger maken door hoe ik ermee omga? Voorbereiding wordt dan al snel iets zwaars, terwijl het dat niet per se hoeft te zijn.

    Ik ga je helpen in dit artikel. 

    Wat vuurwerk met honden doet

    Wie rond deze tijd met een hond leeft, ziet vaak dat reacties net iets anders zijn in vergelijking met de rest van het jaar. Tot 31 december is het vaak even doorzetten en je hond goed in de gaten houden. Op basis van mijn eigen ervaring begint het soms al bij de eerste losse knallen eind november. Niet elke hond schrikt, maar veel honden slaan het wel op.

    Je ziet het aan kleine dingen: een ademhaling die hoger zit, minder diep slapen, sneller reageren op geluiden die er altijd al waren. Dat is geen angststoornis en ook geen teken dat het misgaat. Het is een lichaam dat registreert dat de wereld even minder voorspelbaar is.

    Bij labradoodles valt dat soms minder op, juist omdat ze geleerd hebben zich aan te passen. Ze zijn vaak sociaal ingesteld, volgen hun mensen graag en blijven in beweging. Dat kan maken dat spanning zich anders uit. Niet als bevriezen, maar als drukte of zoeken naar nabijheid. Dat is niet beter of slechter dan andere reacties, maar het maakt het lastiger te duiden. Zeker als je hond de ene knal volledig negeert en bij een andere ineens opschrikt, lijkt het alsof er geen lijn in zit. Die lijn zit er vaak wel, alleen niet waar je hem verwacht.

    Is dit gedrag normaal?

    De vraag hoe je je hond voorbereidt op vuurwerk klinkt makkelijk, maar dat is het niet. Niet voor niks stellen veel mensen deze vraag, op zoek naar tips. De meeste mensen willen weten of wat ze zien normaal is. Of het logisch is dat hun hond nu al reageert, weken voordat oud & nieuw er is. In de praktijk blijkt dat heel gebruikelijk.

    Honden koppelen geluiden niet aan kalenderdata, maar aan ervaringen. Eén harde knal kan genoeg zijn om alertheid aan te zetten, zeker als die onverwacht komt.

    Ook de vraag of angst ineens kan ontstaan, zelfs bij een volwassen hond, komt vaak terug. Het korte antwoord is ja. Niet omdat er ineens iets kapot is, maar omdat omstandigheden veranderen. Een hond die jaren weinig vuurwerk hoorde en nu in een drukkere wijk woont, kan anders reageren dan je verwacht.

    Sommige mensen twijfelen ook over lichte spanning bij je hond. Als het maar een beetje hierop lijkt, moet je dan al iets doen, of maak je het groter door er aandacht aan te geven? Dat spanningsveld zorgt ervoor dat veel eigenaren vooral bang zijn om het verkeerde te doen.

    Labradoodle op de grond in huis

    Forceren helpt niet

    Veel artikelen wekken de indruk dat voorbereiding gelijkstaat aan oefenen, afleren of blootstellen. Dat idee kan verlammend werken, zeker als je pas in december begint na te denken. Alsof niets doen automatisch betekent dat je faalt. In werkelijkheid is niets forceren soms een bewuste keuze. Er zijn honden die juist rustiger blijven als je hun routine intact laat en niet ineens met geluidstraining of nieuwe prikkels begint.

    De angst om spanning erger te maken door aandacht te geven is begrijpelijk, maar vaak te zwart-wit. Ondersteunen is iets anders dan bevestigen. Een hond die nabijheid zoekt en die krijgt, leert niet automatisch dat er iets mis is. Hij leert dat hij er niet alleen voor staat. Forceren begint meestal pas als je gedrag wilt veranderen zonder te kijken of de hond daar ruimte voor heeft. Voorbereiding kan ook betekenen dat je accepteert wat er nu is, zonder het meteen te willen oplossen.

    Labradoodles en prikkelgevoeligheid

    Labradoodles staan bekend als stabiel en sociaal, en dat zijn ze vaak ook. Juist daardoor vallen subtiele signalen sneller weg. Een hond die blijft spelen of contact zoekt, kan ondertussen behoorlijk vol zitten. Overprikkeling speelt daarbij een rol die los kan staan van echte angst.

    Een drukke dag, veel bezoek, minder slaap en dan daarbovenop onverwachte knallen. Het lichaam raakt vol, ook als het hoofd nog probeert door te gaan.

    Dat verklaart waarom sommige knallen geen reactie oproepen en andere wel. Het gaat niet alleen om het geluid zelf, maar om het moment waarop het komt.

    Een labradoodle die overdag veel heeft verwerkt, kan ’s avonds sneller schrikken. Dat is geen grilligheid en geen zwakte. Het is informatie die helpt begrijpen waarom reacties wisselen. Niet om ze te sturen, maar om ze serieus te nemen.

    Honden leven niet in deadlines

    Veel mensen gaan pas zoeken als het vuurwerk al begonnen is. Dat geeft een gevoel van achter de feiten aanlopen. Alsof je te laat bent en het nu alleen nog maar erger kan maken. In werkelijkheid is december voor de meeste honden geen verloren zaak. Verwachtingen bijstellen helpt. Je gaat geen diepe veranderingen meer doorvoeren, maar je kunt wel omstandigheden zo rustig mogelijk houden.

    Labradoodle bang van vuurwerk op straat

    Voorbereiding op korte termijn zit minder in doen en meer in laten. Weten wat je hond helpt ontspannen, weten wanneer hij liever even met rust gelaten wordt. Het idee dat alles vóór oud & nieuw geregeld moet zijn, maakt onnodig onrustig. Honden leven niet in deadlines. Ze reageren op wat er vandaag gebeurt.

    Emoties bij de eigenaar

    Wat je ook moet meenemen, is de emotie bij jezelf. Het gevoel dat je tekortschiet, omdat je hond het moeilijk heeft. Dat standaardadviezen soms averechts voelen, omdat ze geen rekening houden met wie je hond is en hoe jullie leven eruitziet. Niet elke hond wil spelen tijdens vuurwerk, niet elke hond heeft baat bij afleiding. Sommige liggen gewoon doodsbang in een hoekje.

    Er zijn situaties waarin je hond met rust laten, zonder ingrijpen, een goede keuze is. Dat vraagt geen onverschilligheid, maar vertrouwen. Vertrouwen dat je ziet wat er gebeurt en dat je mag bijstellen als dat nodig is. Niet alles wat ongemakkelijk voelt, hoeft opgelost te worden.

    Afsluiting

    Als je dit leest omdat oud & nieuw nadert en je twijfelt of je genoeg doet, dan is dat op zichzelf al veelzeggend. Het laat zien dat je kijkt, dat je betrokken bent en dat je probeert te begrijpen wat er speelt. Perfect voorbereiden bestaat niet, en dat hoeft ook niet. Wat zichtbaar werd in dit onderwerp, is dat rust vaak meer helpt dan actie, en aandacht meer dan techniek.

    Neem mee dat je hond niet vraagt om een plan, maar om aanwezigheid. Dat onzekerheid erbij mag horen, aan beide kanten van de lijn. En dat het oké is om dit jaar gewoon te kijken hoe het gaat, en daar later op terug te komen. Ik wens je een rustige jaarwisseling, op een manier die past bij jou en je labradoodle.

  • 5 fouten die baasjes maken bij vuurwerkangst

    Het begint vaak op een rustige avond in december. Je zit op de bank, de hond ligt ergens in huis, en ergens verderop klinkt een enkele knal. Niet hard, niet onverwacht, maar genoeg om je even op te laten kijken. Je voelt hoe je lichaam alvast iets aanspant, nog voordat je hebt gecontroleerd hoe het met je hond gaat. En nog voordat hij iets laat zien, vraag je je af of je nu iets moet doen of juist niets.

    Wat opvalt als je luistert naar de vragen van baasjes over vuurwerkangst, is dat ze zelden echt over vuurwerk gaan. Ze gaan over twijfel. Over dat knagende gevoel dat je misschien verkeerd reageert, dat je met het beste voornemen juist iets aan het verergeren bent. Veel informatie behandelt vuurwerkangst alsof het vooral een probleem van de hond is, terwijl de meeste onzekerheid bij de mens zit die ernaast staat.

    Dit stuk gaat niet over oplossingen, trainingen of hulpmiddelen. Het gaat over de blinde vlekken die ontstaan wanneer angst het huis binnenkomt en niemand precies weet waar die angst nu eigenlijk zit. Veel baasjes zullen zichzelf hier herkennen, niet omdat ze het fout doen, maar omdat ze mens zijn.

    Fout 1: Menselijke projectie en schuldgevoel

    Er zijn momenten waarop een hond nog rustig lijkt, terwijl het baasje al lang niet meer ontspannen is. Je stem klinkt iets hoger, je bewegingen worden net wat sneller, en in je hoofd herhaal je dat je vooral normaal moet doen. Honden merken dat. Niet omdat ze gedachten lezen, maar omdat spanning zich altijd ergens verraadt, hoe goed je hem ook probeert te verstoppen.

    Veel baasjes denken dat rust uitstralen hetzelfde is als doen alsof er niets aan de hand is. Ze glimlachen, praten opgewekt, zetten de televisie iets harder. Tegelijkertijd voelen ze vanbinnen een lichte paniek, gevoed door schuldgevoel. De gedachte sluipt erin dat de angst van de hond misschien wel hun schuld is, dat ze het anders hadden moeten aanpakken.

    Wanneer dat schuldgevoel het handelen gaat sturen, wordt alles onrustig. Elke blik van de hond krijgt betekenis, elk geluid vraagt om een reactie. Het baasje is bezig met zichzelf corrigeren, en juist daardoor verdwijnt de vanzelfsprekendheid uit het contact. Wat bedoeld is als kalmte, wordt controle.

    Fout 2: Overbescherming

    De vraag of je een hond mag troosten, komt bijna altijd met spanning. Mensen fluisteren het soms bijna, alsof ze bang zijn iets verkeerds toe te geven. Troosten voelt menselijk, logisch, en tegelijk hangt er een waarschuwing boven dat je angst zou kunnen bevestigen. Dat maakt veel gedrag aarzelend en onduidelijk.

    Wat baasjes troosten noemen, is vaak geen duidelijk gebaar. Het is blijven zitten waar je eigenlijk zou opstaan, een hand die net iets langer blijft liggen, een zachte stem die blijft praten terwijl niemand precies weet waarom. Nabijheid en bevestiging lopen door elkaar, zonder dat iemand daar bewust voor kiest.

    Niets doen voelt voor veel mensen hard. Alsof ze hun hond in de steek laten. Tegelijk voelt alles doen overdreven. In die ruimte daartussen ontstaat gedrag dat niet echt rustgevend is, maar ook niet begrenzend. Niet omdat mensen dat willen, maar omdat ze zoeken terwijl de spanning al aanwezig is.

    labradoodle-vuurwerk-bij-het-raam

    Fout 3: Te laat reageren op signalen

    Vuurwerkangst lijkt vaak ineens te ontstaan. Vorig jaar was er niets aan de hand, en nu is elke knal te veel. Maar als je terugkijkt, zijn er vaak kleine momenten geweest die niemand echt heeft opgemerkt. Een hond die eerder naar binnen wilde, die net iets vaker achter je bleef lopen, die bij onverwachte geluiden sneller keek.

    Veel baasjes herkennen angst pas wanneer het zichtbaar wordt als paniek. Trillen, hijgen, wegkruipen. Dat zijn duidelijke signalen, maar ze komen zelden uit het niets. Angst begint vaak bij anticipatie, bij het verwachten van wat er zou kunnen komen.

    Omdat vuurwerk pas rond bepaalde momenten echt aanwezig is, voelt het logisch om er ook pas dan bij stil te staan. De opbouw, de spanning die al maanden eerder in het lichaam van de hond zit, blijft daardoor onbesproken. Niet uit onwil, maar omdat het leven doorgaat en niets nog echt problematisch lijkt.

    Fout 4: Vertrouwen op snelle oplossingen

    In de weken voor oudjaar verschijnen de lijstjes vanzelf. Producten, hulpmiddelen, oplossingen die beloven iets weg te nemen wat ongemakkelijk voelt. Het is begrijpelijk dat dit aanspreekt. Een concreet middel voelt hanteerbaar, zeker als je al moe bent van het twijfelen.

    Wat vaak onuitgesproken blijft, is de hoop die aan zo’n hulpmiddel wordt gehangen. Niet alleen dat het de hond helpt, maar ook dat het de verantwoordelijkheid even verlicht. Dat er iets is wat het overneemt, zodat je zelf niet steeds hoeft te voelen of je het goed doet.

    Wanneer die verwachting niet wordt waargemaakt, volgt teleurstelling. Niet altijd richting het product, maar vaak richting zichzelf. Het idee dat je zelfs met hulp nog tekortschiet, maakt de onzekerheid alleen maar groter.

    labradoodle-ligt-in-de-woonkamer-met-kalmeringsmiddel

    Fout 5: Eigen stress normaliseren

    Rond oudjaar is spanning bijna vanzelfsprekend. Mensen zijn druk, geluiden zijn overal, iedereen is wat alerter. Die eigen stress wordt gemakkelijk geaccepteerd. Zo is deze tijd nu eenmaal. Bij de hond ligt dat vaak anders.

    Gedrag van de hond wordt al snel langs een menselijke meetlat gelegd. Hij zou dit toch moeten kunnen; hij is anders nooit bang. Sociale druk speelt daarin mee; opmerkingen van anderen blijven hangen. Het maakt het lastig om de angst van de hond serieus te nemen zonder die meteen als overdreven te zien.

    Wanneer gewenning als vanzelfsprekend wordt gezien, ontstaat het idee dat je er gewoon doorheen moet. Dat het vanzelf slijt als je het maar vaak genoeg meemaakt. Voor sommige honden gebeurt dat, voor andere niet. Het probleem ontstaat niet bij dat verschil, maar bij het oordeel dat erop volgt.

    Afsluiting

    Wat zichtbaar wordt in al deze situaties, is geen falen. Het is menselijk gedrag onder spanning, zoekend naar houvast. De meeste fouten ontstaan niet uit onverschilligheid, maar uit betrokkenheid die geen richting heeft gekregen.

    Misschien helpt het om te zien dat vuurwerkangst zelden alleen over vuurwerk gaat. Het legt bloot hoe moeilijk het is om rustig te blijven wanneer je twijfelt aan jezelf. Dat inzicht hoeft niets op te lossen. Het mag er gewoon zijn.

    Als dit artikel iets achterlaat, dan hopelijk de ruimte om milder te kijken. Naar je hond, maar ook naar jezelf. Succes de komende tijd. En misschien is dat genoeg om even bij stil te staan.

  • Mijn labradoodle bijt en likt aan zijn poten. Wat is er aan de hand?

    Pootlikken. Of pootbijten. Het is gedrag dat je snel ziet. Je hond zit ineens aan zijn poot. En meteen ga je nadenken. Is hij gestrest? Heeft hij pijn? Is er iets met zijn huid? Dat is heel normaal. Ik heb dat zelf ook. We willen graag snel weten wat er aan de hand is. Alsof het gedrag zelf al het antwoord geeft.

    Maar zo werkt het vaak niet. Het gedrag alleen zegt meestal weinig. De situatie eromheen zegt veel meer.

    Pootlikken zegt weinig zonder context

    Als je alleen naar het likken kijkt, mis je veel informatie. Alles wat er vóór en tijdens gebeurt, is belangrijk. Een hond die aan zijn poot likt na een lange wandeling laat iets anders zien dan een hond die dat ’s nachts doet. En een hond die altijd dezelfde poot likt, vertelt iets anders dan een hond die elke keer een andere poot kiest.

    Het gedrag lijkt hetzelfde. Maar de reden kan heel anders zijn. Daarom gaat het vaak mis. We plakken snel één verklaring op één gedrag. Maar honden zijn niet zo simpel. Mensen trouwens ook niet.

    Observeren

    Observeren klinkt misschien alsof je niets doet. Maar dat is het niet. Observeren is goed kijken, zonder meteen te willen ingrijpen. Kijk goed wanneer het begint. Begint het na wandelen, spelen of trainen? Of juist later op de avond, als het rustig is?

    Ik zie veel honden die pas ’s avonds gaan likken. Niet omdat er dan ineens iets mis is, maar omdat alles van de dag dan pas verwerkt wordt. Een paar seconden likken is iets anders dan minutenlang doorgaan. En gedrag dat af en toe gebeurt, is iets anders dan gedrag dat elke dag terugkomt.

    Het patroon is vaak belangrijker dan hoe heftig het eruitziet.

    Eén poot of meerdere?

    Likt je hond steeds dezelfde poot? Dan kan er iets plaatselijks spelen. Wisselt hij van poot? Dan zie je dat vaker bij spanning of gewoontegedrag. Maar ook dit is geen vast antwoord. Het is één stukje van de puzzel.

    Wat doet je hond nog meer op dat moment?

    Dit is misschien wel het belangrijkste om te zien. Niet alleen wat hij met zijn poot doet, maar wat de rest van zijn lichaam laat zien. Let op kleine signalen. Zuchten. Hijgen. Wegkijken. Minder contact zoeken. Soms heel subtiel.

    Gedrag tijdens het likken

    Sommige honden worden rustiger terwijl ze likken. Hun lichaam ontspant. Andere honden lijken juist vast te zitten in het gedrag. Ze zijn moeilijk te bereiken en reageren nauwelijks op afleiding. Dat verschil zegt veel. Staat je hond op en gaat hij iets anders doen? Of blijft hij onrustig en begint hij later opnieuw? Wat er na het likken gebeurt, laat vaak zien of het geholpen heeft of niet.

    Stress, ongemak of zelfregulatie?

    Dit is het lastige deel. Want hetzelfde gedrag kan iets heel anders betekenen per hond. Wordt je hond na het likken rustiger? Dan kan het een manier zijn om zichzelf te kalmeren. Wordt het likken steeds langer, heftiger of vaker? Dan helpt het niet meer, maar blijft je hond erin hangen.

    Soms is afleiding genoeg. Even aandacht, even bewegen, en het is klaar. Maar soms helpt afleiding helemaal niet. Dan zit je hond niet in het hier en nu. Dan is hij bezig met iets wat dieper zit.

    Wanneer moet je iets doen?

    Dit is een vraag die veel mensen hebben. Wanneer kijk je te lang? En wanneer grijp je te snel in?

    Observeren of ingrijpen

    Observeren is geen probleem zolang je patronen blijft volgen. Het wordt een probleem als het gedrag duidelijk verandert en je dat negeert.

    Twijfel hoort erbij. Dat betekent niet dat je het verkeerd doet.

    Wanneer verder laten kijken zinvol is

    Wordt het gedrag steeds erger, duurt het langer, is het moeilijk te stoppen of verandert je hond ook op andere momenten? Dan is het logisch om verder te kijken. Soms lichamelijk. Soms breder dan dat. Niet omdat het meteen ernstig is. Maar omdat je het hele plaatje wilt begrijpen.

    Waarom stoppen vaak niet de beste eerste stap is

    Je kunt het likken stoppen. Maar daarmee verdwijnt niet altijd de reden. Voor sommige honden is pootlikken een manier om spanning kwijt te raken. Als je dat wegneemt zonder te snappen waarom het gebeurt, blijft die spanning bestaan.

    En die komt vaak op een andere manier terug.

  • Hoe herken je stress bij je hond (en wat doe je eraan)?

    Stress bij honden is zelden heel goed te zien. Het is meestal geen uitvallen, geen slopen, geen blaffen. Het is eerder iets dat je pas ziet als je weet waar je moet kijken. En zelfs dan twijfel je vaak nog. Is hij moe? Is dit gewoon zijn karakter? Of zie ik spoken?

    Ik merk dat veel eigenaren stress pas herkennen als het al ingewikkeld wordt. Als gedrag ‘lastig’ wordt. Terwijl de signalen er vaak al veel eerder waren. Alleen fluisterden ze. En fluisteren is makkelijk te missen, zeker als een hond verder prima meedraait in het dagelijks leven. Misschien is dat ook wel het lastige aan stress. Het vraagt niet om ingrijpen, maar om vertragen. Om kijken zonder meteen te verklaren. En dat is iets wat we weinig oefenen.

    In dit artikel ga ik niet proberen om stress te vangen in lijstjes of oplossingen. Ik wil vooral helpen om anders te kijken. Naar veranderingen. Naar samenhang. Naar timing. Naar wat er ontbreekt, in plaats van wat er te veel is.

    Waarom stress bij honden zo vaak wordt gemist

    Wat ik veel zie, is dat we vooral kijken naar wat een hond dóet. Rent hij weg? Blaft hij? Luistert hij? En dat is logisch. Gedrag valt op. Toestand niet. Maar stress zit vaak niet in opvallend gedrag. Het zit in hoe een hond erbij zit. Hoe hij slaapt. Hoe snel hij herstelt. Of hij echt ontspant of alleen maar stopt met bewegen.

    Een hond kan alles ‘goed’ doen en ondertussen behoorlijk belast zijn. Hij loopt mee, hij reageert, hij is braaf. Op papier gaat het prima. En juist dat maakt het lastig. Want waar moet je dan op letten als er niets mis lijkt? Ik denk dat we stress vaak missen omdat we kijken met een soort checklist in ons hoofd. Zolang er geen probleemgedrag is, zal het wel oké zijn. Terwijl stress zich zelden netjes aankondigt.

    Subtiele signalen 

    Hoe subtieler stress is, hoe normaler het voelt. Zeker als het al langer speelt. Je went eraan. De hond went eraan. En samen schuif je ongemerkt een grens op. Dan wordt licht slapen normaal. Altijd alert zijn normaal. Snel moe zijn normaal. Niet omdat het zo hoort, maar omdat het zo is geworden. En misschien is dit wel het meest verraderlijke deel. Want als iets normaal voelt, ga je er niet meer naar kijken. Dan wordt het achtergrondruis. Terwijl het juist daar vaak wringt.

    Stress ziet er niet altijd uit als ‘druk gedrag’

    Rust die geen ontspanning is

    Een hond die ligt, is niet per definitie ontspannen. Dat klinkt simpel, maar het is een belangrijke. Ik zie veel honden die keurig gaan liggen. Op hun plek. In hun mand. Ze bewegen niet, ze zijn stil. En toch klopt het niet helemaal. De spieren blijven aan. De ademhaling blijft hoog. Bij elk geluid gaat het hoofd omhoog.

    Als je ernaast zit, voel je het bijna. Alsof er altijd een hand op de rem staat. Niet vooruit, maar ook niet los. Dat is rust aan de buitenkant. Geen ontspanning aan de binnenkant. En als dat het grootste deel van de dag zo is, dan vraagt dat iets van een hond. Ook al doet hij ogenschijnlijk niks. 

    Bij jonge honden wordt dit vaak gezien als ‘lekker waaks’. Bij volwassen honden als ‘gewoon alert’. En bij oudere honden soms als ouderdom. Terwijl de vraag eigenlijk is: komt hij nog echt tot rust?

    gespannen-labradoodle

    Braafheid als overlevingsstrategie

    Sommige honden zijn niet druk, maar juist heel meegaand. Ze doen wat er van ze gevraagd wordt. Ze protesteren niet. Ze passen zich aan. Dat wordt vaak gezien als een fijn karakter. En dat kan het ook zijn. Maar soms is braafheid geen persoonlijkheid, maar een manier om overeind te blijven. Deze honden vallen zelden op. Ze lopen mee, letterlijk en figuurlijk. Tot ze leeg raken. Of tot hun wereld steeds kleiner wordt, zonder dat iemand het echt merkt.

    Bij pups zie je dit soms als ‘zo makkelijk’. Bij jonge honden als ‘eindelijk wat rust’. En bij volwassen honden als ‘zo is hij nou eenmaal’. Terwijl het eigenlijk een signaal kan zijn dat er weinig ruimte is om nee te zeggen.

    Waar moet je dan wél naar kijken?

    Herstel is voor mij een van de belangrijkste graadmeters. Niet hoe actief een hond is, maar hoe hij daarna is. Wordt hij na iets leuks juist onrustig? Heeft hij moeite om te slapen na een wandeling? Slaapt hij licht, met veel onderbrekingen? Bij pups wisselt dit snel. De ene dag gaat het goed, de volgende dag niet. Dat maakt het lastig. Je moet dan niet kijken naar één moment, maar naar patronen over meerdere dagen.

    Bij volwassen honden zie je het vaak consistenter. Ze doen mee, maar betalen later de prijs. En bij oudere honden wordt slecht herstel soms afgedaan als ‘dat hoort bij de leeftijd’, terwijl het ook over belasting kan gaan. Stress laat zich vaak zien in wat niet meer vanzelf gaat. Ontspannen. Diep slapen. Echt even weg zijn.

    Lichaamstaal in kleine momenten

    Je hoeft geen expert te zijn in lichaamstaal om stress te zien. Je hoeft alleen kleiner te kijken. Niet tijdens de wandeling. Niet als er bezoek is. Maar juist in de tussenmomenten. Hoe staat hij als hij wacht? Hoe beweegt hij als hij niks hoeft? Wat doen zijn ogen, zijn mond, zijn ademhaling als er eigenlijk niets aan de hand is?

    Het zijn geen grote signalen. Het zijn kleine verschuivingen. En juist daarom zeggen ze zoveel. Bij jonge honden wordt spanning vaak verward met enthousiasme. Bij oudere honden met traagheid. Het vraagt oefening om daar doorheen te kijken.

    Gedrag vóór en ná prikkels

    Veel mensen kijken naar wat er gebeurt tijdens een prikkel. Buiten. Bezoek. Training. Ik kijk liever naar ervoor en erna. Hoe komt een hond erin? Hoe komt hij eruit? Een hond die alles aankan, maar daarna niet meer tot rust komt, laat iets zien. Niet over het moment zelf, maar over de belasting eromheen. Soms zie je het pas later op de dag. Of de dag erna. En dan is het verband al snel uit beeld verdwenen.

    witte-labradoodle-in-de-camera

    Veelvoorkomende misinterpretaties

    “Hij is gewoon gevoelig”

    Gevoeligheid bestaat. Absoluut. Maar het wordt soms gebruikt als eindpunt. Terwijl het eigenlijk een beginpunt zou moeten zijn. Gevoelig zijn betekent dat prikkels harder binnenkomen. Dat vraagt iets anders van herstel, tempo en verwachtingen. Niet negeren, maar begrijpen. Bij gevoelige honden is ‘het gaat toch goed’ vaak een dunne lijn.

    “Dit hoort bij zijn ras of leeftijd”

    Ras en leeftijd spelen mee. Altijd. Maar ze verklaren niet alles. Een oudere hond die zich terugtrekt, hoeft niet alleen oud te zijn. Een jonge hond die altijd ‘aan’ staat, hoeft niet alleen jong te zijn. Als je iets toeschrijft aan ras of leeftijd, check dan altijd even of je daarmee niet iets afsluit wat nog gezien wil worden.

    “Hij doet het al zo lang”

    Dit hoor ik misschien wel het vaakst. En ik snap het ook. Als iets al jaren zo is, voelt het vast. Onaantastbaar bijna. Maar lang bestaan maakt stress niet minder belastend. Soms juist meer. Omdat het lichaam er nooit echt van bijkomt. En omdat niemand meer verwacht dat het anders kan.

    Wat kun je doen als je stress herkent?

    Mijn eerste advies is vaak om dingen kleiner te maken. Niet meer toevoegen, maar ruimte creëren. Minder prikkels. Minder verwachtingen. Minder ‘hij moet hieraan wennen’. Dat voelt soms alsof je tekortschiet. Alsof je opgeeft. Terwijl het vaak precies is wat een hond nodig heeft om weer iets op te bouwen.

    Stress herkennen betekent ook eerlijk kijken naar wat je van je hond vraagt. Niet alles wat een hond kan, kan hij ook dragen. En dat verschil is belangrijker dan we denken. Bij pups gaat het vaak om tempo. Bij jonge honden om balans. Bij volwassen honden om grenzen. En bij oudere honden om eerlijkheid.

    Als je blijft twijfelen. Als signalen zich opstapelen. Als je het gevoel hebt dat je rondjes blijft draaien. Dan kan het helpen om iemand mee te laten kijken. Niet om je te vertellen wat je fout doet, maar om samen scherper te zien. Stress is complex. En het is oké om daar hulp bij te gebruiken.

    Stress herkennen is geen falen

    Niemand ziet dit allemaal meteen. Ik ook niet. Het leren kijken naar stress is iets dat groeit met ervaring, fouten en terugkijken. Dat maakt je geen slechte eigenaar. Het maakt je mens. Stress zegt weinig over hoe goed je opvoedt. Het zegt veel over wat een hond nodig heeft. En behoeften veranderen. Met leeftijd. Met ervaringen. Met omstandigheden.

    Als je dat meeneemt in hoe je kijkt, wordt stress minder iets om op te lossen. En meer iets om te begrijpen. 

  • Wat betekent ‘veiligheid’ voor een hond?

    Ik merk dat het woord veiligheid vaak snel wordt ingevuld. Rustig huis. Geen harde geluiden. Veel aandacht. Alles mag, niets moet. Dat voelt logisch. Zeker als je een betrokken eigenaar bent en je hond soms gespannen of onzeker ziet. Toch klopt dat beeld maar deels. En soms zelfs helemaal niet. 

    In dit artikel wil ik je uitleggen hoe jouw hond kijkt naar veiligheid en hoe jij hem als baasje daarbij kan helpen.

    Veiligheid als emotionele toestand

    Een hond voelt zich niet veilig, omdat de omgeving stil is. Of omdat hij op schoot mag. Of omdat hij overal mee naartoe mag. Dat kan prettig zijn, ja. Maar veiligheid zit ergens anders. Veiligheid is een interne toestand. Een gevoel van: ik weet waar ik aan toe ben. Ik hoef het niet zelf te dragen. Ik hoef het niet op te lossen.

    Ik zie regelmatig honden die thuis ogenschijnlijk ontspannen zijn. Ze liggen veel. Ze slapen. Ze lijken rustig. Tot ze buiten komen. Of bezoek krijgen. Of iets onverwachts gebeurt. Dan zie je ineens spanning die er blijkbaar al was. Dat is geen falen van de hond. En ook geen falen van de eigenaar. Het zegt vooral iets over waar veiligheid werkelijk ontstaat.

    Honden zoeken veiligheid bij mensen

    Honden zijn sociale dieren. Ze zijn gebouwd om te leunen op een ander. Niet op omstandigheden, maar op relaties. Een prikkelarme omgeving kan helpen om spanning niet verder op te stapelen. Maar hij vervangt geen relatie waarin de hond voelt: mijn mens ziet het, draagt het, regelt het. 

    Daarom zie je ook honden die overal mee naartoe mogen en toch onrustig zijn. Of pups die nooit alleen zijn geweest, omdat dat zo zielig voelde, en later juist moeite hebben met zichzelf dragen. Niet omdat vrijheid slecht is. Maar omdat veiligheid niet ontstaat uit vrijheid alleen.

    Hoe onveiligheid eruitziet

    Onveiligheid bij honden is vaak niet spectaculair. Geen paniek of reden tot stress. Maar wel belangrijke signalen om in de gaten te houden. Hier zijn een paar signalen die makkelijk worden gemist: 

    • De hond die steeds contact zoekt met zijn eigenaar. Niet even, maar voortdurend.
    • De hond die druk wordt bij spanning. Clownesk bijna. Alsof hij het gezellig wil maken.
    • De hond die zich voorbeeldig gedraagt, maar nergens echt loslaat.
    • Of die sociale hond die altijd “aan” staat, maar nooit echt tot rust komt.
    • Dat zijn geen lastige honden. Het zijn honden die proberen het goed te doen binnen hun mogelijkheden.

    pup

    Aanpassen en ontspannen

    Een hond kan zich aanpassen zonder zich veilig te voelen. Aanpassen ziet er netjes uit. Rustig. Braaf. Ontspannen lijkt soms hetzelfde, maar voelt anders. Zachter. Dieper. Ik denk dat veel eigenaren hun hond overschatten op dit punt. Niet uit onwil. Maar omdat aangepast gedrag zo overtuigend kan zijn. En omdat we ontspanning graag willen zien.

    Leren ontspannen. Dit is het punt waar het vaak spannend wordt. Omdat het minder gaat over wat je doet, en meer over hoe je er bent. Als baasje help je je hond op de volgende manier met ontspannen: 

    • Voorspelbaarheid en duidelijke kaders. 
    • Honden varen wel bij voorspelbaarheid. Niet omdat ze saai zijn. Maar omdat voorspelbaarheid ruimte geeft om te ontspannen.
    • Weten wat wel en niet kan. 
    • Weten wat er van hen verwacht wordt. 
    • Weten dat iemand anders het overzicht houdt.
    • Helder zijn.
    • Jouw emotionele stabiliteit. 
    • Niet onzeker zijn. Als jij onzeker bent over wat je hond nodig heeft, dan voelt hij dat. Niet omdat je iets fout doet, maar omdat hij zich dan sneller verantwoordelijk gaat voelen.
    • Veiligheid ontstaat als de hond merkt: mijn mens blijft staan. Ook als ik wiebel.
    • Leer je hond begrenzen. Begrenzen klinkt voor veel mensen hard. Alsof je iets afpakt. Begrenzing is zeggen: ik neem dit van je over. Jij hoeft het niet te dragen.

    Wanneer liefde onbedoeld onveiligheid creëert

    Dit is een gevoelig onderwerp. Omdat het raakt aan intentie. En laat ik daar duidelijk over zijn: de intentie is bijna altijd liefdevol. Troosten, ruimte geven en alles ‘goed willen doen’. Troosten kan helpend zijn. Ruimte geven ook. Maar als alles steeds wordt aangepast aan de emotie van de hond, dan leert hij iets anders.

    Blonde Labradoodle in bed bij kind

    Namelijk dat die emotie leidend is. Ik zie honden die voortdurend bevestigd worden in hun spanning. Niet omdat iemand dat wil, maar omdat niemand heeft uitgelegd dat veiligheid iets anders vraagt.

    We zijn geneigd om hondengedrag te bekijken door een menselijke bril.

    • “Hij vindt dit spannend.”
    • “Dit is te veel voor haar.”
    • “Dat zou ik ook niet fijn vinden.”

    Soms klopt dat. Soms ook niet. Een hond heeft geen behoefte aan begrip zoals wij dat kennen. Hij heeft behoefte aan houvast.

    Veiligheid opbouwen is een proces

    Ik wou dat ik hier een afrondende oplossing kon geven. Iets wat je morgen anders kunt doen en dan klaar bent. Zo werkt het niet.

    Kleine verschuivingen in houding en verwachting is voor nu het belangrijkste.  Het begint vaak klein. Minder uitleg. Minder bevestiging. Iets meer vertrouwen dat je hond dit niet zelf hoeft te dragen. Niet harder worden. Wel rustiger. En geef het de tijd. 

    Tijd, herhaling en rust zijn essentieel. Veiligheid groeit langzaam. Door herhaling. Door voorspelbaarheid. Door steeds weer dezelfde rustige aanwezigheid. Voor een pup ziet dat er anders uit dan voor een volwassen hond. Voor een herplaatser weer anders dan voor een adolescent.

    Maar de kern blijft gelijk. Veiligheid ontstaat niet omdat alles klopt. Maar omdat iemand blijft staan, ook als het even schuurt. En misschien is dat het lastigste inzicht. Niet dat je meer moet doen. Maar dat je soms juist minder hoeft te bewegen.

  • Waarom sommige honden geobsedeerd raken door beweging of geluiden?

    Obsessie is zo’n woord dat snel zwaar wordt. Alsof er meteen iets mis is. Alsof je hond iets doet wat niet hoort. In het dagelijks leven ziet het er vaak veel kleiner uit. Een labradoodle die blijft staren naar fietsers. Die opspringt bij elk geluid in de gang. Die vastplakt aan een ritselend blaadje of een tik op de verwarming.

    Je denkt misschien: hij vindt dit leuk. Of: hij moet hier toch aan kunnen wennen. Maar wat als dit gedrag niet gaat over willen, of over karakter, maar over hoe zijn lichaam spanning probeert te regelen.

    In dit artikel kijk ik naar obsessie niet als probleemgedrag, maar als een signaal van hoe het zenuwstelsel prikkels verwerkt.

    Gedrag als regulatiestrategie

    Honden doen niets zomaar. Ook dit niet. Gedrag is voor een hond een manier om met zijn binnenwereld om te gaan. Met spanning, opwinding, onzekerheid. Soms zelfs met verveling die te vol wordt. Fixeren op beweging of geluid geeft houvast. Het maakt de wereld even voorspelbaar. Dat blaadje beweegt op een manier die je kunt volgen. Dat geluid komt steeds terug. Dat geeft een vorm van controle, of in elk geval de illusie ervan.

    Op dat moment zakt de spanning vaak heel even. Niet omdat het fijn is, maar omdat het overzichtelijk voelt. Dit heeft niets te maken met aandacht trekken of met dominantie. Het is geen trucje. Het is een reactie van een zenuwstelsel dat probeert zichzelf bij elkaar te houden. En ja, veel labradoodles leven in een wereld die rijk is aan prikkels. Auto’s, stemmen, piepjes, beweging overal.

    Niet elke hond kan dat allemaal vanzelf verwerken.

    Waarnemen is iets anders dan verwerken

    Ik gebruik vaak het beeld van een emmer. Elke prikkel gaat erin. Een geluid hier, een beweging daar. Bij sommige honden zit er een ruime marge in die emmer. Bij anderen loopt hij sneller vol. Beweging en geluid zijn geen rustige prikkels. Ze zijn snel. Onvoorspelbaar. En ze vragen directe aandacht. Je kunt het ook zien als een volumeknop. Bij sommige honden staat die standaard hoger afgesteld. Alles komt harder binnen.

    Het lichaam schakelt dan naar een alerte stand. Het sympathisch zenuwstelsel gaat aan. Klaar om te reageren. En daar zit iets belangrijks: kijken of luisteren betekent niet dat een hond ook kan stoppen. Dat staren is geen keuze. Het is een toestand.

    Wanneer fascinatie fixatie wordt

    Nieuwsgierigheid is licht. Open. Er zit ruimte in. Fixatie is smal. Je ziet het aan kleine dingen. Het contact valt weg. Je roept zijn naam, maar hij lijkt je niet te horen. Zijn lijf wordt strak. Stoppen lukt niet meer. En als je probeert te onderbreken, kan het juist escaleren. Meer spanning. Meer onrust.

    Dit gebeurt vaak sneller als een hond moe is. Of al een volle dag achter de rug heeft. Stress stapelt. Veel eigenaren raken hier in de war. Logisch ook. Hij lijkt het zó leuk te vinden. Maar tegelijk voelt het niet goed. Alsof hij vastzit. Dat gevoel klopt vaak. Dit is geen koppigheid. Dit is overbelasting.

    De labradoodle zonder mythes

    Over labradoodles wordt veel gezegd. Te veel soms. Ik geloof niet in simpele rasplaatjes. Maar ik geloof wel in realisme. De labradoodle brengt eigenschappen samen. De alertheid en gevoeligheid van de poedel. De gerichtheid en werklust van de retriever. Dat levert vaak slimme, betrokken honden op. Met een groot leervermogen.

    Maar hoge trainbaarheid betekent niet automatisch dat een hond ook veel stress aankan. Snelle koppelingen in het brein zijn handig. Ze kunnen ook vastzetten. Dat is geen fout. Het is een keerzijde.

    Aanleg is geen lot

    Niet elke labradoodle ontwikkelt fixatiegedrag. Er spelen veel factoren mee. Foklijnen. De eerste weken. Hoe veilig of chaotisch die waren. En de omgeving waarin een hond nu leeft. Sommige honden hebben simpelweg minder speelruimte voordat het te veel wordt. Dat maakt hen niet zwakker. Alleen gevoeliger.

    Vergelijken helpt hier zelden. Die andere labradoodle in het park is een andere hond, met een ander lijf en een ander verleden.

    De slimme hond die te veel krijgt

    Slimme honden lijken vaak alles leuk te vinden. Nieuwe dingen. Nieuwe spelletjes. Nieuwe prikkels. Maar plezier aan de buitenkant betekent niet altijd verwerking aan de binnenkant. Ik zie labradoodles die van afspraak naar afspraak gaan. Van prikkel naar prikkel. Met weinig echte pauze.

    Het hoofd blijft aan. En ergens onderweg sluipt dat staren erin. Dat luisteren. Dat vastzitten. Niet omdat ze meer nodig hebben. Maar omdat ze geen ruimte meer hebben om alles te laten zakken.

    Waarom juist beweging en geluid blijven hangen

    Beweging triggert iets ouds. Iets dat diep zit. Volgen. Scannen. Klaarstaan. Geluid is nog lastiger. Je kunt het niet vastpakken. Niet controleren. Het is er ineens, en dan weer weg. Voor gevoelige honden met een verhoogde waakzaamheid is dat spannend. Het zenuwstelsel blijft zoeken. Waar komt het vandaan. Wanneer komt het weer.

    Dat heeft niets te maken met ongehoorzaamheid. Het is alertheid die niet meer uit kan.

    Hoe dit voelt voor jou als eigenaar

    Veel mensen zeggen hetzelfde tegen me. Hij komt niet meer bij me binnen. Het lijkt alsof hij vastzit in zijn hoofd. Dat gevoel van machteloosheid is echt. En het zegt niets over jouw kunnen als eigenaar. Je ziet iets gebeuren waar je geen grip op krijgt. Dat is verwarrend. En soms ook verdrietig. Alleen al begrijpen wat hier speelt, haalt vaak een laag schuld en frustratie weg.

    Afsluiting

    Wat in dit artikel zichtbaar werd, is dat obsessief gedrag geen losstaand probleem is. Het is een signaal. Van een zenuwstelsel dat hard werkt. Misschien kijk je nu anders naar dat staren of dat luisteren. Niet als iets dat weg moet, maar als iets dat iets vertelt. En soms is dat al genoeg om de druk een beetje van de ketel te halen.

    Niet alles wat intens is, is verkeerd. Soms is het gewoon veel.

  • Auto-stress bij labradoodles

    Je ziet het vaak pas als het al bezig is. Je start de auto, er komt geluid en beweging, en ergens onderweg merk je dat je hond er niet meer echt bij is. Hij piept, kwijlt, trilt, of zit juist stokstijf rechtop alsof liggen geen optie is. Het voelt onrustig, ongemakkelijk, en je weet niet goed waar je moet kijken of wat je moet doen. 

    Dat moment wordt vaak snel ‘gedrag’ genoemd. Onrust. Aanstellerij. Iets wat hij maar moet leren. En eerlijk gezegd snap ik dat ook wel, want van buitenaf lijkt het soms alsof een hond zich gewoon aanstelt of moeilijk doet. Toch klopt dat beeld meestal niet. Auto-stress bij een labradoodle gaat zelden over ongehoorzaamheid. Het gaat bijna altijd over spanning in het lijf, en over hoe die spanning steeds opnieuw wordt opgeroepen. 

    In dit artikel probeer ik dat woord gedrag even uit elkaar te trekken, niet om het zachter te maken, maar om het begrijpelijker te maken. Zodat duidelijker wordt wat er eigenlijk gebeurt, en waarom het samen vaak zo lastig voelt. 

    Auto-stress is vaker spanning dan gedrag

    Blaffen, piepen, hijgen, kwijlen, trillen. Dat zijn geen keuzes. Dat zijn signalen.

    Stress zet het lijf van een hond aan. De ademhaling versnelt. Spieren spannen zich op. Het lichaam staat klaar voor iets dat het als onveilig ervaart. In zo’n staat kan een hond niet even normaal doen. Net zoals jij niet ontspannen blijft als je schrikt in het verkeer.

    Daarom werkt hij moet er gewoon aan wennen zo vaak averechts. Wennen lukt alleen als het lijf ruimte voelt om te ontspannen. Niet als het elke rit opnieuw over de grens gaat.

    Waarom labradoodles vaak gevoeliger zijn in de auto

    Veel labradoodles zijn scherp afgestemd op hun omgeving. En op jou. Ze voelen snel spanning aan. Ze zijn mensgericht. En bij een deel van hen lijkt het zenuwstelsel prikkels minder makkelijk weg te filteren. Dat is geen fout. Het is gewoon hoe ze in elkaar zitten.

    In een auto komt veel samen. Beweging zonder eigen controle. Geluiden die je niet kunt plaatsen. Bochten, remmen, optrekken. En geen mogelijkheid om afstand te nemen. Voor een hond die graag begrijpt wat er gebeurt, is dat veel. Zeker als hij ook nog jouw stemming meeneemt.

    Stress in de auto 

    De meeste mensen zien pas het einde van de lijn. Het piepen bij vertrek. Het blaffen op de snelweg. Het kwijlen op de achterbank. Maar stress begint eerder. Niet willen gaan liggen. Veel slikken. Wegkijken. Stijf zitten. Hijgen nog vóórdat de auto rijdt. Sommige honden worden druk. Andere juist stil. Dat stille wordt vaak gemist, terwijl het net zo goed spanning kan zijn.

    Wat er al gebeurt vóórdat je instapt

    Auto-stress begint zelden bij het starten van de motor. Het begint bij de sleutels. De jas. De andere energie in huis. Dat lichte haasten in je lijf. Als jij denkt hopelijk gaat het goed deze keer, voelt je hond dat al. Niet als gedachte, maar als spanning in je lichaam. En die spanning reist mee de auto in. Je hond leest jou vaak sneller dan jij hem.

    Reacties die stress groter maken zonder dat je het wilt

    Bijna iedereen doet dit uit goede bedoelingen. Sussen. Blijven praten. Rustig maar. Streng toespreken omdat het te veel wordt. Afleiden met voer terwijl het lijf nog vol spanning zit. Snel wegrijden in de hoop dat het overgaat. Het probleem is niet dat je iets fout doet. Het probleem is dat deze reacties meestal ná de spanning komen. Terwijl je hond juist vóór die piek iets nodig heeft.

    Wat wel helpt

    Geen trucjes. Geen snelle oplossingen. Wel een paar dingen die steeds terugkomen. Voorspelbaarheid. Rustige herhaling. Een lager tempo dan je gewend bent. Soms betekent dat eerst in de auto zitten zonder te rijden. Soms kortere ritten zonder doel. Soms eerst ontladen met een wandeling voordat je instapt. Niet om iets af te leren, maar om veiligheid op te bouwen.

    Puppy, puber of volwassen hond

    Een puppy zoekt vooral veiligheid. Neutraliteit. Geen grote emoties rondom de auto. Een puber zit vol energie en spanning. Stilzitten in een bewegend object vraagt meer dan je denkt. Een volwassen hond heeft vaak een geschiedenis. Een patroon. En dat patroon loslaten kost tijd. Het kan wel, maar het tempo moet kloppen.

    Wanneer extra hulp logisch kan zijn

    Als stress extreem is. Als misselijkheid blijft terugkomen. Als paniekreacties toenemen. Als je merkt dat elke rit zwaarder wordt in plaats van lichter. Dan kan meekijken helpen. Niet omdat jij faalt, maar omdat sommige patronen zichzelf niet oplossen.

    De auto als spiegel

    De auto laat vaak iets zien wat er al is. Hoe spanning zich opbouwt. Hoe snel dingen gaan. Hoe weinig pauze er soms zit tussen willen en doen. Kleine veranderingen maken daar vaak meer verschil dan grote plannen. Rust hoeft niet perfect te zijn. Soms is het genoeg dat het elke rit een fractie zachter wordt.

  • Hoe heeft kalm blijven invloed op jouw labradoodle?

    Je staat bij de voordeur. De bel gaat. Jij schiet net iets omhoog. Je adem versnelt. Je denkt: o nee, straks gaat hij weer. En nog voor het bezoek binnen is, staat je labradoodle al te trappelen, te blaffen of rondjes te draaien.

    Veel mensen denken dat dit alleen over training gaat. Over regels, commando’s, oefenen. Maar er speelt nog iets mee. Iets stillers. Namelijk wat jij meebrengt in zo’n moment. Je energie! 

    In dit artikel kijk ik naar hoe jouw spanning, rust of ongeduld invloed heeft op je labradoodle. 

    Wat is energie?

    Als mensen het hebben over energie, bedoelen ze meestal niet iets vaags. Ze bedoelen dit:

    • Hoe snel je beweegt.
    • Hoe strak je schouders staan.
    • Hoe hoog je stem wordt.
    • Hoe je ademt.
    • Hoeveel haast er in je lichaam zit.

    Je labradoodle ziet dat allemaal. En voelt het. Niet omdat hij gedachten kan lezen, maar omdat hij leeft in gedrag, timing en lichaamstaal. Honden letten niet zo op wat we zeggen. Ze letten op hoe we het zeggen. En vooral op wat we doen terwijl we praten.

    Je kunt zeggen dat alles oké is, maar als je ondertussen strak aan de lijn trekt, snel loopt en om je heen kijkt, krijgt je hond een ander verhaal mee. Dat is geen verwijt. Dat is gewoon hoe communicatie werkt.

    Labradoodles zijn hier extra gevoelig voor

    Een labradoodle is vaak alert. Mensgericht. Snel in het oppikken van patronen. Dat maakt ze fijn gezelschap, maar ook gevoelig. Ze zijn goed in het lezen van hun omgeving. En jij bent een groot deel van die omgeving.

    Bij veel labradoodles zie je dat ze jouw spanning niet dempen, maar versterken. Jij gaat omhoog, zij gaan mee. Niet omdat ze je willen kopiëren, maar omdat ze denken dat er iets aan de hand is.

    Vooral jonge honden en pubers reageren hier sterk op. Maar ook volwassen labradoodles die het leven prima aankunnen, nemen dit over.

    Bezoek en spanning bij de voordeur

    Dit is een klassieker. Lekker opgefokt bij de voordeur staan, terwijl er mensen binnenkomen. In een te kleine gang, warm, druk, etc. Om gek van te worden. Maar waar gaat dit fout? Het is niet dat jouw hond zozeer naar het bezoek kijkt; hij pakt jouw energie op. En die is kennelijk gespannen.  

    Je labradoodle ziet geen bezoek. Die ziet jou. Hij ziet dat jij anders beweegt. Dat je sneller praat. Dat je lichaam al vooruitloopt op iets dat nog moet gebeuren. Voor een hond is dat een signaal.
    Iets verandert. Iets is spannend.

    lbrd-op-straat-aan-de-riem-en-gespannen

    Veel baasjes proberen dan controle te krijgen. Sneller corrigeren. Strakker sturen. Maar daarmee wordt het moment vaak groter in plaats van kleiner. Rust begint hier niet bij wat je doet met je hond. Rust begint bij wat je doet met jezelf.

    Het gaat erom dat je in zo'n situatie langzaam blijft bewegen, even blijft staan, door blijft ademen, niks gaat forceren en mensen relaxed ontvangt. Dan voelt je hond ook dat het prima is en ontspant hij ook. 

    Blaffen maakt iets los

    Blaffen van honden roept iets op bij mensen. Ik vind het superirritant en word er heel gespannen van. Ik kan me daar echt aan irriteren. En als baasje kan ik me voorstellen dat het irritatie, schaamte en spanning oproept. 

    Wat gebeurt er dan? Je voelt het in je buik. Je wilt dat het stopt. Nu. En precies daar schiet je lichaam in de actiestand. Je stem wordt scherper. Je bewegingen korter en geïrriteerd. 

    Voor je labradoodle is blaffen vaak al een teken van opwinding of onzekerheid. Als daar jouw spanning bovenop komt, wordt het geen rustmoment, maar een opstapeling. En heb je alle poppen aan het dansen. 

    Veel mensen zeggen: hij moet leren dat het niet nodig is. Dat klopt. Maar leren lukt alleen als het systeem niet overvol zit. Als jij rustiger blijft in je houding en ademhaling, geef je een ander signaal. Niet: stop hiermee. Maar: het is te doen.

    Andere honden in beeld

    Je loopt buiten. In de verte verschijnt een andere hond. Misschien is het al eens misgegaan. Misschien niet. Maar je lijf en hoofd herinneren zich die momenten. En die spanning ga jij uitstralen. 

    Je hand spant zich aan om de lijn. Je pas verandert. Je aandacht schiet vooruit. Je labradoodle merkt dat onmiddellijk. Nog voor hij de andere hond goed ziet. Veel baasjes denken dat hun hond ‘uit het niets’ reageert. Maar vaak is er al een hele dialoog geweest. Zonder woorden.

    Rustig blijven betekent hier niet dat je alles loslaat. Het betekent dat je niet alvast het hele scenario afspeelt. Blijf bij je pas. Bij je adem. Bij waar je nu bent. Dat is lastig. Zeker als je hond groot of sterk is. Maar elke kleine vertraging in jezelf helpt.

    Bij de dierenarts

    De dierenarts is ook zo'n moment van spanning. Misschien heeft je hond al een pijnlijke ingreep gehad en dat weet hij nog.  Andere geuren. Andere honden. Onbekende handelingen. Dat gaat je hond spanning opleveren. Maar ook hier geldt: jouw energie is hier leidend in. 

    Als jij al gespannen de wachtkamer binnenkomt, zit je hond daar middenin. Je handen aaien sneller. Je stem wordt hoger. Je aandacht is versnipperd. Lichte zweetdruppels en pijn in je maag. Sommige mensen proberen dit te compenseren door overdreven vrolijk te doen. Maar dat werkt vaak averechts.

    Rust is niet hetzelfde als vrolijk doen. Rust is stabiliteit en ontspanning. Focus op je ademhaling, wees relaxed en het komt vanzelf goed. Dat alleen al maakt verschil.

    lbrd-in-de-wachtkamer-van-de-dierenarts

    Averechts effect

    Als jij anders gaat gedragen dan normaal, kan dat verwarrend zijn. Je hond test. Hij zoekt houvast. Dat betekent niet dat het niet werkt. Het betekent dat het nieuw is. Blijf niet spelen met rust. Blijf niet wisselen. Wees gewoon voorspelbaar. 

    Rust is niet afwezigheid van actie. Rust is duidelijkheid zonder spanning. Je lichaam spreekt altijd.
    Ook als je stil bent. Je labradoodle let op dingen waar jij zelf nauwelijks bij stilstaat. Hoe hoog je adem zit. Of je borst vast lijkt te staan. Of je gewicht steeds van het ene been naar het andere gaat.

    Een hond leest spierspanning, ademhaling en tempo. Niet je woorden. Dat betekent dat zwijgen niet hetzelfde is als neutraal zijn. Je kunt niets zeggen en toch heel luid aanwezig zijn. Met je houding. Met je onrust. Met je verwachting.

    Je hoeft niet perfect te zijn. Je hoeft alleen echt te zijn. En dat is vaak al rustiger dan je denkt.

    Tempo verlagen

    In dit artikel heb ik niets nieuws gezegd, maar hopelijk kun je er weer wat punten uit meenemen. Je hebt gezien dat wat vaak energie wordt genoemd, eigenlijk bestaat uit kleine, zichtbare dingen.
    Adem. Spierspanning. Tempo. Misschien kijk je nu anders naar die momenten waarop het misloopt. En kun je beter inzien waar het fout gaat. 

    Als een samenspel dat sneller ging dan nodig was. Je labradoodle volgt geen ideeën. Hij volgt wat er nu gebeurt en voelt jouw energie feilloos aan. En de rust begint niet bij de hond. Het ligt bij jou, de leider! 

  • Waarom blaft je hond?

    Je hoort het elke dag. In de straat, in je huis, in je eigen woonkamer. Een blaf. We doen vaak alsof het één geluid is, een soort ingebouwde toeter. Maar wie goed luistert, hoort dat een blaf eigenlijk een hele woordenschat is. Je hond probeert je elke keer iets anders te vertellen.

    En hoe langer je met een hond leeft, hoe meer je doorhebt dat die woordenschat steeds rijker wordt. De ene blaf is meer een vraag. De andere een waarschuwing. De ander is uit angst. Soms is het bijna commentaar op wat jij aan het doen bent. Ik heb vaak zat dat mijn labradoodle me aankijkt als ik op de bank plof en hij drie korte blafjes eruit gooit, alsof hij zegt: nou, jij zit, ik niet.

    Of je staat net je schoenen uit te trekken en je labradoodle gooit er ineens drie korte blaffen uit richting de voordeur. Of hij zit in de tuin en laat dat lage grommende “woef” horen waarvan je nog niet zeker weet wat het betekent. Dat kleine moment waarop je denkt: wat wil je me nou vertellen? Precies daar begint de taal van de hond.

    In dit artikel kijk ik naar dat taaltje. Waarom je hond blaft en welke boodschap er vaak achter zit. Laten we dat eens rustig uit elkaar halen.

    Blaffen wordt verkeerd begrepen

    Wij mensen horen vooral volume. Te hard, te vaak, te lang. Honden horen betekenis. Voor een hond is blaffen een van de weinige manieren om op afstand duidelijk te zijn. Hij kan niet zeggen dat de buurman voorbijloopt. Hij kan het alleen melden. En dat melden is soms net wat wij niet willen horen. Vooral als het vijf keer achter elkaar is, terwijl jij net aan je koffie zit.

    Toch is het voor een hond vaak heel logisch. Hij hoort iets, ziet iets of voelt spanning in zijn lijf. Dat moet eruit. Een blaf is snel, duidelijk en voor hem net zo normaal als wanneer jij 'hm' zegt tegen jezelf als je iets bedenkt.

    Toch worden de meeste blaffen gezien als irritatie. Terwijl het meestal communicatie is. Verwachting. Opwinding. Onzekerheid. Of gewoon een poging om duidelijk te zijn in een wereld die elke dag een beetje drukker wordt.

    Blaffen wanneer je thuis bent

    Bij de deurbel

    De klassieker. Je hond blaft omdat de deurbel een signaal is. Er komt iemand. Misschien spannend, misschien leuk, misschien allebei. Veel labradoodles melden dit van nature. Het is geen opstand, het is een hoofd omhoog, oren scherp, ik heb iets gehoord.

    En vaak zie je dat zijn houding meteen verandert. Lijf iets naar voren, staart half omhoog, adem per ongeluk net iets sneller. Het is niet alleen de bel. Het is de verwachting die erop volgt.

    Als er iemand langs het raam loopt

    Dat bekende ritme: één blaf, nog een, kijken, weer een. Vaak is dit waakgedrag. Niet omdat je hond denkt dat hij het fort moet verdedigen, maar omdat hij simpelweg opmerkt wat er buiten gebeurt. Hij ziet beweging en reageert.

    Veel baasjes vragen: waarom blaft mijn hond naar alles wat voorbijloopt? Meestal omdat hij nog niet goed kan filteren wat belangrijk is en wat niet. Voor honden is dat leerspul dat tijd kost. Zeker voor labradoodles die nieuwsgierig zijn. Alles is interessant.

    En soms is het ook gewoon verveling. Een hond die zich niet helemaal kan settelen, vindt extra reden om te reageren op wat er buiten gebeurt.

    Blaffen bij spel

    Sommige labradoodles praten graag tijdens het spelen. Een hoge blaf, soms met een kwispel die bijna het kleed van de grond slaat. Dat is geen boosheid. Dat is enthousiasme dat door de bocht vliegt.

    Je ziet het vooral wanneer het spel beweegt. Rennen, touwtrekken, door de kamer racen. Dat speelsignaal is vaak kort en licht. Soms bijna komisch. Ik had eens een labradoodle die een soort zingend blafje maakte als de bal stuiterde.

    Blaffen uit spanning of frustratie

    Misschien herken je dit. Je hond wil naar iets toe, maar het lukt niet. De bal zit onder de kast. Jij staat net met je handen vol boodschappentassen. Dat fronsende blaf dat hieruit komt is geen aanval, maar een soort: kun je me even helpen?

    Je hoort het ook wanneer iets niet snel genoeg gaat naar zijn zin. Bijvoorbeeld als je de riem pakt, maar je nog even moet zoeken naar je sleutels. Een labradoodle die al klaarstaat, laat dat merken.

    Blaffen wanneer jij er niet bent

    Je bent de deur nog niet uit of je hoort het al door de gang. Of je komt thuis en de buurvrouw meldt dat hij vandaag weer wat meer geluid maakte.

    Onrust of onzekerheid

    Veel honden zijn niet gewend om alleen te zijn in stilte. Dat kan onrust geven. Dat klinkt soms als een hogere, kortere blaf. Alsof hij checkt of er nog iets reageert. Een soort hallo, iemand daar.

    Verveling

    Een hond die niets te doen heeft, vindt zijn eigen bezigheid. Blaffen is er daar één van. Vooral volwassen labradoodles die gewend zijn aan wat activiteit kunnen dit laten horen. Als hij geen duidelijke taak heeft, verzint hij er zelf een. En soms is dat taakje blijkbaar commentaar leveren op elk geluid in het trappenhuis.

    Overprikkeling voordat je wegging

    Soms is het niet het alleen zijn, maar de opbouw ervoor. Te veel spanning, te snel afscheid, te veel verwachting. Die spanning zoekt een uitgang. En soms klinkt die als een blaf.

    Veel mensen vragen: waarom blaft mijn hond alleen als ik weg ben? Vaak is het een combinatie van bovenstaande drie. Geen schuldvraag. Gewoon een signaal. Een hond die zegt: ik zoek je, maar ik weet niet hoe.

    Blaffen buiten tijdens het wandelen

    Naar andere honden

    Dit is een van de meest gestelde vragen. Waarom blaft mijn hond naar andere honden. Het antwoord verschilt per situatie. Soms is het opwinding. Soms onzekerheid. Soms een soort laat me even ruimte houden.

    Een labradoodle aan de lijn kan zijn spanning minder goed kwijt. Daarom klinkt dat blafje buiten vaak scherper dan thuis. Hij zit vast. Hij kan niet weg. En dat voelt soms ongemakkelijk.

    Naar fietsers, hardlopers of auto’s

    Beweging triggert instinct. Een snelle fietser komt plots op je af en voordat je hond het weet, floept er een blaf uit. Vaak is dit geen agressie maar een reflex. Een manier om afstand te bewaren.

    Je ziet dit vaak bij honden die in stilte prima zijn, tot er ineens iemand in volle vaart uit het niets verschijnt. Dat is schrikreactie plus commentaar.

    Als het allemaal te veel wordt

    Je kent dat moment misschien. Te veel prikkels achter elkaar. Een paar honden, kinderen, herrie in de verte. Een hond die overprikkeld raakt, blaft vaak korter, drukker en zonder pauze. Alsof hij zelf ook even niet meer weet welk signaal hij probeert te sturen.

    En later thuis ploft hij neer alsof hij drie wandelingen tegelijk heeft gedaan.

    Blaffen in contact met andere honden

    Speelsignaal

    Hoge blafjes, vaak in korte series, met een losse houding. Het lijf wiebelt een beetje. Ogen zacht. Dat is spel. Sommige volwassen labradoodles houden die puppytaal hun hele leven.

    En soms hoor je zelfs dat zij het ritme aanpassen aan de andere hond. Alsof ze elkaar een beetje proberen te begrijpen.

    Boosheid of ongemak

    Een lage, harde blaf, meestal met een stijver lijf. Oren naar voren of juist naar achter. Dit is geen twijfel. Dit is een grens. Een hond die zegt tot hier.

    Deze blaf klinkt meestal niet alleen anders. Hij hangt ook in de lucht. Je voelt het bijna.

    Dit is mijn ruimte

    Een hond die zijn eigen zone bewaakt, blaft vaak kort en duidelijk. Niet vijandig, meer informatief. Een soort verkeersregelaar.

    Veel baasjes vragen: hoe weet ik of mijn hond uit angst blaft of uit enthousiasme. Kijk vooral naar de rest van het lijf. Het lijf liegt minder dan de bek.

    Hoe je kunt horen wat voor blaf het is

    Toonhoogte

    Hoger betekent vaak opwinding of onzekerheid. Lager gaat richting waarschuwing. Soms hoor je zelfs een soort trillinkje in de stem. Dat is vaak spanning die niet goed weet waarheen.

    Tempo

    Een snelle reeks blafjes klinkt vaak als zenuwenergie. Een paar losse blaffen met ruimte ertussen zijn meer commentaar. Alsof je hond zijn gedachten hardop uitspreekt.

    Lichaamshouding

    Een blaf zonder lijf is nooit het hele verhaal. Kijk naar de oren, de rug, de staart, de adem. Een hond die naar voren helt, zegt iets anders dan een hond die achteruit stapt terwijl hij blaft.

    De blik

    Zachte ogen betekenen vaak spel of onzekerheid. Harde, gefixeerde ogen gaan richting grens. Het is één van de duidelijkste signalen die honden onderling gebruiken.

    De context

    Blaft hij terwijl hij speelt? Terwijl hij schrikt? Terwijl jij thuiskomt? De situatie bepaalt vaak minstens de helft van de betekenis.

    Zo kun je steeds beter horen welke boodschap er achter een blaf zit. Niet omdat je hond ingewikkeld doet, maar omdat hij gewoon probeert duidelijk te zijn.

    Afsluiting

    Als je zo naar blaffen kijkt, verandert het langzaam van lawaai naar taal. In al die voorbeelden hierboven zie je hoe verschillend die taal kan klinken. Soms uitbundig. Soms onzeker. Soms voorzichtig verstopt in één enkel geluidje dat je bijna had kunnen missen.

    Misschien merk je nu dat je hond niet zo vaak "lastig" is als je dacht. Dat hij vooral probeert mee te doen in een wereld die hij niet altijd kan voorspellen. Dat hij iets meldt, iets voelt of ergens op reageert. En dat hij dat doet met het gereedschap dat hij heeft: zijn stem, zijn lijf, zijn blik.

    Wat mij altijd raakt, is hoe eerlijk honden daarin zijn. Ze verstoppen het niet. Ze doen niet ingewikkeld. Ze gooien het gewoon in de ruimte en hopen dat jij het oppikt.

    Misschien zie je nu iets wat eerder onhandig verstopt zat. Of hoor je een nuance die je eerder niet hoorde. En ergens tussendoor ontstaat dat kleine inzicht: dat een blaf zelden zomaar een blaf is.

    Soms is het gewoon je hond die zegt: ik ben er ook nog.

  • Je labradoodle voorbereiden op grote veranderingen in huis

    Je labradoodle voorbereiden op grote veranderingen in huis

    Je kent dat gevoel vast. Dat je het huis binnenloopt en iets klopt er net niet. Een stoel die is verschoven. De bank die anders ruikt. Voor ons is het een bijzaak. Voor een labradoodle kan zo'n detail voelen alsof iemand de hele woonkamer heeft verbouwd.

    Dat is het gekke aan veranderingen. Voor mensen zijn het vaak grote projecten. Voor een hond begint het al bij de eerste dozen in de gang of bij een andere toon in je stem. En voor je het weet lees je in die kop iets van onrust. Iets dat zegt: ik snap het niet helemaal maar ik volg je wel. Laten we samen kijken hoe je zo'n hond meeneemt in alles wat er op stapel staat.

    Tijd om dat eens rustig uit te pakken.

    Hoe spanning eruitziet bij je labradoodle

    Ik heb in de loop der jaren gemerkt dat een labradoodle vaak eerder doorheeft dat er iets gaat veranderen dan jijzelf. De mijne begon al te dwalen door het huis toen ik nog dacht dat ik alleen maar wat aan het opruimen was. Het zijn kleine signalen. Een hond die ineens meer gaapt. Meer likt. Je vaker opzoekt of juist de andere kamer kiest. Dat is spanning die nog zacht klinkt.

    Normale spanning herken je aan herstel. Ze schudden het van zich af. Ze zoeken even steun en lopen daarna weer weg. Wordt het anders dan normaal, dan zie je dat ze blijven hangen in alertheid. Ze slapen lichter. Ze piepen sneller. Soms blokkeren ze ineens bij een drempel waar ze gisteren nog overheen hupsten. Dan is het tijd om te kijken wat er achter die spanning zit.

    Waarom kleine veranderingen groot kunnen voelen

    Veel mensen vragen waarom een labradoodle zo heftig kan reageren op iets kleins. Een verhuisdoos. Een nieuwe geur. Een andere logeerder in huis. Maar voor een hond is dat geen klein ding. Alles in hun wereld werkt via vertrouwde patronen. Verplaats je die patronen, dan moet hun hele kaart opnieuw getekend worden. Dat kost energie. En soms wat steun.

    Grote veranderingen stap voor stap

    Verhuizing

    Bij een verhuizing zie je dat het sterkst. Je hond ruikt dozen, hoort geschuifel, voelt dat jij anders beweegt. Voor je het weet leef je in twee huizen tegelijk. Wat mij heeft geholpen is het ritme houden. Wandeling op hetzelfde moment. Eten hetzelfde. En tussendoor kleine beetjes laten wennen aan de nieuwe plek zonder dat ik er een speciaal moment van maakte. De hond voelt het beste bij gewoon.

    Verbouwing

    Een verbouwing is weer een ander verhaal. Geluid, vreemden, stof, onvoorspelbaarheid. Ik heb mijn hond dan altijd een vaste plek gegeven achter een deur die dicht kan. Liefst in de kamer die het minst meedoet. Niet als straf maar als rustpunt. Ik leg daar een kleed neer dat veel van mij ruikt en ik laat mensen weten dat ze die deur niet openen. Honden kunnen best tegen drukte zolang ze ook echte stilte krijgen.

    Een nieuwe baby in huis

    De komst van een baby vraagt vooral tijd. Ik laat de hond vooraf al wennen aan nieuwe geluiden op laag volume. Ik leg soms een doek met babygeur neer zonder er een heel verhaal van te maken. En als de baby er is laat ik mijn hond altijd op afstand kijken. Niet duwen. Niet sturen. Gewoon aanwezig zijn met genoeg ruimte dat hij iets kan kiezen. Dat haalt de spanning eruit.

    Nieuwe huisgenoten of logees

    Nieuwe huisgenoten of logees zijn vaak minder ingewikkeld. Het gaat mis als we willen dat iedereen elkaar meteen leuk vindt. Ik doe het meestal stap voor stap. Eerst langs elkaar heen lopen. Dan samen in de kamer maar zonder gedoe. Korte momenten. En als mijn hond gevoelig is zorg ik dat hij altijd een route heeft om even weg te lopen. Geen hoekjes waar hij vastzit.

    Omgaan met nieuwe routines en drukte

    Veel baasjes vragen of ze hun hond moeten laten wennen aan nieuwe routines voordat het leven verandert. Mijn ervaring is dat kleine voorproefjes helpen. Niet ineens alles omgooien maar kleine stapjes. Een wandeling iets eerder. Een keer elders slapen. Een doos neerzetten zonder die meteen te vullen. Mini-veranderingen die laten zien dat de wereld niet instort.

    Vooral tijdens drukte helpt voorspelbaarheid. Niet in grote plannen maar in kleine ankers. Het vaste rondje om de straat. Dat ene speeltje dat altijd op dezelfde plek ligt. Een bak water die niet ineens verplaatst wordt omdat de keuken even onhandig is. Het is alsof je de hond steeds fluistert: dit stuk is nog hetzelfde.

    Waar laat je je hond tijdens het veranderen?

    Tijdens een verbouwing of verhuizing kun je je afvragen waar je hond het beste kan zijn. Soms is dat in huis. Soms bij iemand anders. Ik kijk dan naar hoe mijn hond reageert op geluiden en beweging. Als hij zichtbaar moe wordt van alles stuur ik hem liever even elders heen. Niet als wegstoppen maar als opladen.

    Een veilige plek creëren

    Een veilige plek kun je verrassend klein houden. Een bench die open blijft. Een hoek achter de bank. Een kleed dat naar jou ruikt. Het gaat er niet om dat het speciaal is. Het gaat om herkenning. Een plek waar geen onverwachte dingen gebeuren.

    Als de prikkels te veel worden

    Dan die momenten waarop de hond ineens lijkt te verdrinken in prikkels. Dat ken ik goed. De ogen die net te groot worden. De adem die omhoog schiet. Dan helpt het om letterlijk even te vertragen. Even zitten. Even niets. Niet corrigeren. Gewoon een moment van pauze waarin de hond weer kan landen.

    Een nieuwe huisgenoot of logees vragen soms om wat creativiteit. Laat ze niet meteen bovenop de hond duiken. Laat de hond kiezen. Korte ontmoetingen. Kleine stapjes. En vooral genoeg momenten waarop de hond jou kan opzoeken zonder dat de hele groep achter hem aan beweegt.

    Wennen na afloop

    Na een grote verandering blijft er soms spanning hangen. Dan is het goed om te kijken of de hond voldoende rust krijgt. Of de routines weer terug zijn. Soms duurt wennen langer dan je hoopt. Sommige honden snappen het pas als alles weer een tijdje hetzelfde is. Dat is niet koppig. Dat is gewoon hoe hun hoofd werkt.

    Puppies, pubers en gevoelige honden

    Of een hond sneller acclimatiseert hangt van veel af. Puppies pikken nieuwe dingen vaak snel op maar kunnen ook overprikkeld raken. Volwassen honden hebben meer levenservaring maar kunnen wat vasthoudender zijn aan het oude. Gevoelige of angstige labradoodles hebben vooral voorspelbaarheid nodig. Hun wereld kantelt sneller. Daarom helpen die mini-veranderingen zo goed. Het laat ze zien dat nieuw niet meteen gevaarlijk is.

    Wat uiteindelijk het meest helpt

    Hoe dan ook merk ik telkens weer dat een hond vooral zoekt naar één ding. Iets dat blijft. Dat kan jouw stem zijn. Een ritme. Een geur. Een gebaar. Iets dat zegt: hier kun je op bouwen.

    Vandaag duidelijk zijn

    Als je terugkijkt op alles hierboven zie je misschien hoe subtiel grote veranderingen eigenlijk beginnen voor een hond. Hoe vroeg ze al meelezen met wat er in huis gebeurt. Hoe hun spanning iets vertelt over wat ze nodig hebben om het te begrijpen.

    Misschien zie je nu dat het niet gaat om het perfect voorbereiden van elke stap. Het gaat om samen bewegen. Soms voorzichtig. Soms met een paar misstappen. Maar altijd in verbinding met die ene blik die zegt: ik volg je wel als jij het nog even uitlegt.

    En misschien is dat de echte verandering die telt: dat je hond niet hoeft te weten wat er morgen gebeurt zolang jij vandaag duidelijk genoeg bent.