Blog

  • Waarom moet je je hond regelmatig ontwormen?

    Je ziet het niet, maar de kans is groot dat je hond in zijn leven wormen krijgt. Dat is niet vies of zeldzaam — het hoort bij een leven waarin je viervoeter buiten speelt, snuffelt en alles onderzoekt. Toch is ontwormen belangrijk. Wormen kunnen ongemerkt veel schade aanrichten bij je hond, en sommige soorten zijn zelfs gevaarlijk voor mensen. Tijd om te begrijpen waarom een wormenkuur nodig is, hoe vaak je het moet doen, en waar je op moet letten.

    Waarom honden wormen krijgen

    Honden raken makkelijk besmet met wormen. Ze snuffelen aan alles, eten van de grond, en likken hun poten schoon na een wandeling. In de natuur — en zelfs gewoon in de buurt — liggen eitjes en larven van wormen in ontlasting van andere dieren, zoals honden, katten, vossen en dassen. Zodra jouw hond die opneemt, kunnen de wormen zich in zijn darmen nestelen.

    Bij puppy’s kan een besmetting zelfs al beginnen in de baarmoeder of via de moedermelk. Daarom wordt bij jonge pups al binnen twee weken na de geboorte gestart met ontwormen — iets wat ook fokkers standaard doen. De meest voorkomende wormen bij honden zijn spoelwormen, lintwormen, haakwormen en zweepwormen.

    Hoe vaak moet je een hond ontwormen?

    De meeste dierenartsen raden aan om een hond vier keer per jaar te ontwormen. Pups vaker, omdat hun weerstand nog niet goed ontwikkeld is. Hoe vaak precies, hangt af van het gedrag van je hond:

    • Honden die veel buiten lopen of zwemmen: elke 3 maanden.
    • Honden die in contact komen met andere honden of dieren: elke 3 maanden.
    • Honden die vooral in de stad wonen: elke 4 tot 6 maanden.

    Je kunt ook regelmatig de ontlasting laten onderzoeken, maar dat vraagt discipline: je moet dan elke maand drie monsters inleveren. Voor de meeste baasjes is een vaste ontwormingsroutine daarom eenvoudiger én veiliger.

    Hoe merk je dat je hond wormen heeft?

    Het lastige is: wormen zijn vaak onzichtbaar. Maar er zijn signalen die kunnen wijzen op een besmetting:

    • Je hond valt af of oogt mager ondanks een normale eetlust.
    • Hij braakt of heeft (soms bloederige) diarree.
    • Je ziet hem schuiven met zijn achterwerk of krabben bij zijn anus.
    • Zijn vacht is dof of hij verhaart meer dan normaal.
    • Je ziet wormpjes of rijstkorrelachtige stukjes in de ontlasting.

    Bij pups of oudere honden kan een wormbesmetting extra gevaarlijk zijn, omdat ze sneller verzwakken of uitdrogen. Zie je een van deze signalen? Dan is het slim om meteen contact op te nemen met de dierenarts.

    Wormen bij honden en besmetting van mensen

    Veel mensen weten niet dat ook wij besmet kunnen raken met hondenwormen. De eitjes kunnen via speeksel of huidcontact overgedragen worden. Bijvoorbeeld als je hond je likt nadat hij zichzelf heeft schoongemaakt. Vooral kleine kinderen lopen risico, omdat ze vaak dichtbij hun hond spelen en hun handen niet altijd wassen.

    Een besmetting met de vossenlintworm kan bij mensen ernstige gevolgen hebben — deze tast organen aan en is lastig te behandelen. Regelmatig ontwormen beschermt dus niet alleen je hond, maar ook je gezin.

    De rol van de dierenarts

    Als je vermoedt dat je hond wormen heeft, kan de dierenarts ontlasting onderzoeken onder de microscoop. Vaak wordt aangeraden om drie dagen achter elkaar monsters te verzamelen, omdat wormen niet continu eitjes uitscheiden. Soms volgt aanvullend bloedonderzoek. Wordt er een besmetting vastgesteld, dan schrijft de dierenarts een passende wormenkuur voor — meestal een tablet of pasta die de wormen binnen 24 uur doodt.

    Hoe lang werkt een wormenkuur?

    Een ontwormingskuur werkt niet preventief, maar genezend. De werkzame stof doodt de aanwezige wormen in de darmen van je hond binnen één dag. Daarna is je hond weer “schoon” — tot hij opnieuw besmet raakt. Dat kan al binnen enkele dagen gebeuren, bijvoorbeeld als hij buiten weer aan ontlasting snuffelt. Daarom is regelmaat de sleutel.

    Ontwormen of testen: wat is beter?

    Er bestaan twee manieren om wormen te bestrijden:

    • Strategisch ontwormen – je geeft preventief elke paar maanden een kuur, zoals de meeste dierenartsen adviseren.
    • Fecesonderzoek – je laat regelmatig ontlasting testen en ontwormt alleen bij besmetting.

    Beide methoden werken, maar vragen iets anders van jou als baasje. Wie consequent en nauwkeurig monsters wil inleveren, kan testen. Wie liever zekerheid wil, ontwormt standaard. In beide gevallen geldt: overleg met je dierenarts wat past bij jouw hond, leefomgeving en gezinssituatie.

    Wat kost een wormenkuur?

    De kosten voor een wormenkuur vallen reuze mee. Gemiddeld betaal je tussen de €8 en €20, afhankelijk van het merk, de grootte van je hond en het type middel. Een ontlastingsonderzoek bij de dierenarts kost meestal rond de €25. Ontwormen is dus niet alleen gezonder, maar vaak ook goedkoper dan behandelen als het misgaat.

    Tot slot

    Ontwormen hoort gewoon bij goed hondenonderhoud — net als vaccineren of ontvlooien. Het is een kleine moeite, maar het voorkomt veel ellende. Zeker bij labradoodles, die graag snuffelen, zwemmen en overal hun neus insteken. Maak er een vaste gewoonte van: noteer het in je agenda of zet een herinnering in je telefoon. Zo blijft je hond gezond, vrolijk en wormvrij.

    Een gezonde hond begint bij schone darmen. En dat bereik je niet met geluk, maar met regelmaat.

  • Hoe herken je een schijnzwangere hond?

    Je labradoodle sleept ineens knuffels naar haar mand, likt constant aan haar tepels en lijkt haar eten minder interessant te vinden. Misschien denk je eerst dat het gewoon een rare bui is. Tot je hoort: “Ze is schijnzwanger.” Klinkt onschuldig, maar voor je hond is het best heftig. Haar hormonen slaan op hol, haar lijf denkt dat ze pups krijgt — terwijl dat niet zo is. Tijd om te begrijpen wat er gebeurt en wat jij kunt doen om haar te helpen.

    Wat is een schijnzwangerschap bij honden?

    Een schijnzwangerschap — of schijndracht — komt regelmatig voor bij niet-gesteriliseerde teven. Het ontstaat meestal zes tot twaalf weken na de loopsheid. In deze periode stijgt het hormoon prolactine in haar lichaam, hetzelfde hormoon dat melkproductie aanstuurt bij echte moeders. Haar lijf ‘denkt’ dus dat ze zwanger is, terwijl er geen bevruchting heeft plaatsgevonden.

    Het komt bij bijna elk ras voor, maar bij gevoelige en zorgzame rassen zoals de Labradoodle zie je het vaak iets duidelijker terug in gedrag en stemming. Sommige teven worden moederlijk, andere juist chagrijnig of down. En ja — het kan eruitzien alsof ze echt op pups wacht.

    De signalen van een schijnzwangere hond

    Je kunt een schijnzwangerschap herkennen aan lichamelijke én gedragsveranderingen. Niet elke hond heeft ze allemaal, maar dit zijn de meest voorkomende tekenen:

    Lichamelijke symptomen

    • De melkklieren zwellen op — vooral die bij de achterpoten.
    • Er kan daadwerkelijk melkproductie ontstaan.
    • De buik lijkt iets dikker te worden.
    • Sommige honden braken of hebben minder eetlust.
    • Je merkt dat ze vaker wil likken aan haar tepels (wat beter voorkomen kan worden).

    Blijft ze veel likken, dan kan er een huidontsteking ontstaan. En in zeldzame gevallen raken de melkklieren zelf ontstoken — dat kan pijnlijk zijn en vraagt om medische aandacht.

    Gedragsveranderingen

    • Ze sleept knuffels, sokken of speeltjes naar haar mand.
    • Ze wil haar ‘nest’ niet verlaten en bewaakt het fanatiek.
    • Ze lijkt sloom, down of minder speels.
    • Of juist: ze is extra aanhankelijk en zoekt veel contact.
    • Soms wil ze niet eten of korter wandelen — alsof ze wil “wachten op de pups”.

    “Het ziet er misschien schattig uit, maar voor je hond voelt het echt alsof ze moeder is.”

    Hoe weet je zeker dat je hond schijnzwanger is?

    De verschijnselen lijken soms op een echte zwangerschap. Daarom is het goed om bij twijfel even langs de dierenarts te gaan. Die kan via lichamelijk onderzoek, echo of röntgenfoto zien of er sprake is van een echte dracht of een hormonale schijnzwangerschap.

    Let op: sommige symptomen — zoals een dikkere buik en sloom gedrag — kunnen ook wijzen op een baarmoederontsteking. Dat is wél ernstig. Drinkt je hond veel, is ze futloos of heeft ze koorts? Dan moet je direct de dierenarts bellen. Beter een keer te vroeg dan te laat.

    Wat kun je doen bij een schijnzwangere hond?

    Goed nieuws: in de meeste gevallen gaat het vanzelf weer over na twee tot vier weken. Maar dat betekent niet dat je niets kunt doen. Jij kunt veel verschil maken met rust, afleiding en wat simpele aanpassingen in huis.

    Praktische tips

    • Leid haar af – wandel, speel of train samen. Beweging helpt de hormonen sneller te dalen.
    • Verwijder “pupjes” – haal knuffels en speeltjes tijdelijk weg als ze die gaat beschermen.
    • Voorkom likken aan de tepels – dat stimuleert melkproductie. Laat haar eventueel een T-shirt dragen.
    • Let op voeding – geef iets minder energierijk voer, zodat de melkproductie sneller stopt.
    • Blijf kalm – gedraag je gewoon normaal. Ga niet mee in haar moederrol, dat houdt het juist in stand.

    De schijnzwangerschap is geen ziekte, maar wél een hormonaal rollercoastertje. En Labradoodles zijn gevoelig voor stemming: als jij rustig blijft, helpt dat haar echt.

    Medicatie of natuurlijke middelen

    In sommige gevallen heeft een hond zó veel last — veel melkproductie, agressie of onrust — dat de dierenarts medicatie kan voorschrijven. Deze remt de aanmaak van prolactine en helpt de hormonen weer in balans te brengen. Doe dit alleen op advies van je dierenarts; het is geen middel dat je zelf moet proberen.

    Homeopathische of natuurlijke ondersteuning

    Er bestaan homeopathische of kruidensupplementen die de hormonen zouden ondersteunen, maar de werking is niet altijd wetenschappelijk bewezen. Bij sommige honden helpt het, bij anderen niet. Wil je iets natuurlijks proberen, overleg dan eerst met je dierenarts — vooral als je hond al medicijnen gebruikt.

    Hoe voorkom je een schijnzwangerschap?

    Is je teef al eens schijnzwanger geweest? Dan is de kans groot dat het bij de volgende loopsheid weer gebeurt. De enige écht zekere manier om het te voorkomen, is sterilisatie. Als de eierstokken verwijderd zijn, worden er geen hormonen meer aangemaakt die schijndracht veroorzaken.

    Bij Labradoodles is sterilisatie sowieso iets om over na te denken, zeker als je niet wilt fokken. Het voorkomt niet alleen schijnzwangerschappen, maar verkleint ook de kans op melkkliertumoren en baarmoederontstekingen.

    Tot slot

    Een schijnzwangere hond lijkt grappig of aandoenlijk, maar haar lijf werkt keihard. Geef haar rust, regelmaat en wat extra aandacht. Haal de knuffels weg, laat haar niet aan haar tepels likken en blijf zelf kalm. Na een paar weken trekt het meestal vanzelf weg.

    Het beste wat je kunt doen? Rustig blijven, haar goed in de gaten houden en bij twijfel altijd even overleggen met de dierenarts.

  • Een pup met diarree: wat je moet weten (en doen)

    Je kent het misschien wel. Je labradoodle-pup is vrolijk, speelt de hele dag door en lijkt nergens last van te hebben. Totdat je ineens merkt dat hij vaker naar buiten moet. De drol is niet stevig, soms zelfs waterig. En dan komt het onrustige gevoel: wat is er aan de hand? Gaat dit vanzelf over, of moet je naar de dierenarts?

    Diarree bij pups komt vaak voor. Zeker bij labradoodles, want hun spijsvertering is gevoelig en ze reageren snel op veranderingen in voeding, stress of een nieuw ritme. Toch is het belangrijk om te weten wanneer je het rustig kunt aankijken – en wanneer het wél serieus wordt.

    Herkenbare situaties

    Iedere pupeneigenaar maakt het vroeg of laat mee. Een paar voorbeelden:

    • Je bent net overgestapt op ander voer, en de volgende dag is de ontlasting dun en slijmerig.
    • Je pup heeft tijdens de wandeling iets van de grond gesnoept – een stukje brood, wat gras of erger: iets uit de prullenbak.
    • Na een druk weekend met veel bezoek ligt hij er wat slapper bij, eet hij minder en moet hij plots vaak naar buiten.

    Dat zijn allemaal momenten waarop de darmen even van slag raken. Soms herstelt dat vanzelf, soms niet.

    Wat er in het lijf van je pup gebeurt

    Diarree betekent dat de darmen te snel werken. Voedsel wordt niet goed verteerd, vocht wordt niet opgenomen en de ontlasting blijft dun. Bij jonge honden is dat extra risicovol: ze drogen sneller uit en verliezen energie. Daarom is het belangrijk om alert te blijven, ook als het onschuldig lijkt.

    “Een pup met diarree is niet altijd ziek, maar het lichaam zegt wél: even rust, even balans.”

    De meest voorkomende oorzaken

    Veelvoorkomende triggers bij labradoodles

    Er zijn veel redenen waarom een pup diarree krijgt. De meest voorkomende zijn:

    • Verandering van voeding – te snel overstappen op een nieuw merk of soort voer.
    • Parasieten – zoals wormen of giardia, zeker bij pups die veel buiten komen.
    • Stress – een verhuizing, drukke omgeving of nieuwe mensen in huis.
    • Inslikken van iets verkeerds – pups ontdekken de wereld met hun bek.
    • Te veel snacks of tafelrestjes – vooral vet eten is zwaar voor hun darmen.
    • Overgevoeligheid of allergie – sommige labradoodles reageren op bepaalde eiwitten of granen.

    Wanneer moet je naar de dierenarts?

    Een dagje dunne ontlasting is niet meteen reden tot paniek. Maar er zijn signalen waarbij je beter meteen kunt bellen:

    • De diarree duurt langer dan 24 uur.
    • Er zit bloed of slijm in de ontlasting.
    • Je pup is sloom, weigert te eten of drinkt nauwelijks.
    • Hij braakt vaker dan één keer.
    • Zijn temperatuur is hoger dan 39,2 graden.

    Twijfel je? Bel altijd even. Een jonge hond kan snel uitdrogen, en dat merk je soms pas als het al te laat is. Beter een keer te vroeg naar de dierenarts dan te laat.

    Wat kun je zelf doen bij diarree?

    Stap voor stap herstel

    Als je pup verder alert is, drinkt en niet overgeeft, kun je het een dag rustig aankijken. Geef zijn darmen wat rust en bouw daarna rustig weer op. Zo pak je het aan:

    • Stop tijdelijk met voeren – geef 12 tot 24 uur geen eten, zodat zijn spijsvertering kan herstellen.
    • Bied altijd vers water aan – om uitdroging te voorkomen.
    • Begin daarna met licht verteerbaar voedsel – gekookte witte rijst met wat kip of witvis is ideaal.
    • Voer kleine porties – liever vaker op een dag dan één grote maaltijd.
    • Voeg langzaam zijn normale voer weer toe – in drie tot vier dagen terug naar zijn eigen dieet.

    Let goed op hoe hij reageert. Wordt de ontlasting steviger en keert zijn energie terug, dan zit je goed. Blijft het dun of wordt het erger? Dan is verder onderzoek nodig.

    Voorkomen is beter dan genezen

    Helemaal voorkomen kun je diarree niet – pups zijn nou eenmaal nieuwsgierig. Maar je kunt het risico wél flink verkleinen:

    • Houd het ontwormingsschema goed bij en gebruik middelen die de dierenarts adviseert.
    • Geef geen tafelrestjes of vet eten.
    • Laat je pup niet drinken uit plassen of stilstaand water.
    • Voer consequent – wissel niet te snel van merk of smaak.
    • Zorg voor rust en regelmaat. Een gestreste pup heeft ook sneller een gevoelige buik.

    Bij labradoodles speelt voeding vaak een grote rol. Hun gevoelige darmen reageren op te veel variatie of slecht verteerbare ingrediënten. Een goed kwaliteitsvoer met weinig toevoegingen helpt om het spijsverteringsstelsel in balans te houden.

    Wat de dierenarts doet

    Kom je bij de dierenarts, dan onderzoekt die of er sprake is van uitdroging of infectie. Vaak wordt er een ontlastingsmonster genomen om parasieten uit te sluiten. Soms is er bloedonderzoek of een echo nodig. De meeste gevallen zijn gelukkig goed te behandelen – met de juiste zorg en wat geduld herstelt je pup meestal snel.

    Tot slot

    Diarree bij een labradoodle-pup is meestal geen ramp, maar het vraagt wel aandacht. Blijf rustig, observeer goed en geef zijn lichaam even de tijd om te herstellen. Vertrouw je het niet, of duurt het langer dan een dag, bel dan je dierenarts.

    Een gezonde pup heeft een blije buik. En dat begint met rust, goed voer en een beetje geduld van jouw kant.

  • Is je pup van 4 maanden nog niet zindelijk? Dit zijn mijn tips!

    Een labradoodle-pup van vier maanden die nog niet zindelijk is – dat komt vaker voor dan je denkt. Veel fokkers richten zich vooral op de medische zorg van hun pups en laten de training voor wat het is. Ze voeden de pups op in groepsverband, vaak in één grote ruimte waar ze overal hun behoefte kunnen doen. Dat is niet verkeerd bedoeld, maar het betekent wel dat jouw pup nog geen idee heeft van zindelijkheidsregels.

    Het goede nieuws? Je begint gewoon opnieuw, alsof je een pup van acht weken in huis hebt gehaald. Het voordeel is dat je vier maanden oude labradoodle zijn blaas al beter kan ophouden dan een heel jonge pup, waardoor de zindelijkheidstraining vaak sneller gaat – mits je hem consequent beloont voor het juiste gedrag.

    Het leven van je pup

    Op 16 weken bevindt je labradoodle zich in een interessante fase. Fysiek kan hij zijn plas maximaal drie tot vier uur ophouden tijdens zijn slaap, maar overdag moet hij nog steeds elke één tot twee uur naar buiten. Zijn blaas is nog klein en zijn zelfcontrole beperkt.

    Mentaal is hij bezig met het leren herkennen van patronen en routines. Hij begint te begrijpen wat bepaalde geluiden betekenen en probeert zijn plek te vinden in jullie gezin. Dit is precies de reden waarom consistentie zo belangrijk is – hij leert door herhaling.

    Er is wel een belangrijk punt waar je rekening mee moet houden: de cruciale socialisatiefase van drie tot twaalf weken is inmiddels voorbij. Dit betekent dat je extra aandacht moet geven aan het rustig en positief laten kennismaken met nieuwe dingen zoals mensen, kinderen, verkeer en allerlei geluiden. Doe dit in kleine stapjes, zodat het leuk blijft voor je pup.

    Daarnaast heeft je pup mogelijk al gewoontes ontwikkeld die niet wenselijk zijn, zoals opspringen of happen. Deze gedragingen kun je vanaf dag één vriendelijk maar duidelijk bijsturen.

    Je aanpak voor de eerste weken

    Week 1: Observeren en routine opbouwen

    Begin met je pup goed te bestuderen. Noteer wanneer hij normaal gesproken moet plassen en poepen. De meeste pups moeten binnen vijftien tot dertig minuten na elke maaltijd naar buiten, direct na het wakker worden en na elke speelsessie. Ook voor het slapengaan is een vaste uitlaatronde belangrijk.

    Stel een vast uitlaatschema op en houd je hier rigoureus aan. Dit kan in het begin betekenen dat je elke anderhalf uur naar buiten gaat, maar deze investering loont. Gebruik elke keer hetzelfde commando – "plas maar" of "poep maar" – en zeg dit terwijl hij bezig is. Zo leert hij het woord koppelen aan de actie.

    Een bench wordt nu je beste hulpmiddel. Kies een bench die groot genoeg is voor je pup om rechtop te staan, om te draaien en comfortabel te liggen. Leg er een zacht kussen in en zorg dat hij zijn favoriete speeltje erbij heeft. De deur hoef je de eerste weken alleen dicht te doen als je erbij bent, zodat hij kan wennen aan de beperkte ruimte zonder stress.

    Week 2: Belonen en bijsturen

    Nu ga je intensief werken met beloningen. Elke keer dat je pup op de juiste plek zijn behoefte doet, reageer je direct met "braaf!" gevolgd door een kleine, maar waardevolle traktatie. Timing is hierbij cruciaal – de beloning moet komen terwijl hij nog bezig is of direct erna.

    Bij ongelukjes blijf je kalm. Ruim snel op met een enzymatische reiniger die geursporen wegneemt, neem je pup mee naar de juiste plek en ga verder met je dag. Vermijd het om zijn neus in de plas te duwen of te schreeuwen – dit werkt averechts en beschadigt het vertrouwen tussen jullie.

    Begin deze week ook met het oefenen van alleen zijn. Start met vijf minuten en bouw dit langzaam op. Maak er geen groot afscheid van, doe alsof je even naar de brievenbus loopt.

    pup

    Andere belangrijke zaken om op te letten

    Kauwen en bijten 

    Rond vier maanden wisselen de melktandjes, waardoor je pup constant jeuk heeft aan zijn tandvlees. Zorg voor voldoende legale knaagspullen: een Kong gevuld met pindakaas, bijtringen uit de vriezer, of hertenweitakken onder toezicht. Als hij in je handen bijt, vervang dan direct je hand door een speeltje zonder er drama van te maken.

    Nachtrust optimaliseren

    De eerste weken mag zijn bench best in jullie slaapkamer staan – labradoodles zijn sociale dieren en dit geeft hem rust. Bouw een vaste nachtroutine op: laatste plaspauze rond tien uur 's avonds, geen water meer na acht uur, een rustige activiteit voor het slapen en een vaste bedtijd. Verwacht nog regelmatig ongelukjes terwijl je pup went aan de nieuwe routine. Focus volledig op het opbouwen van patronen en het observeren van zijn signalen.

    Sociale prikkels doseren

    Omdat de ideale socialisatiefase voorbij is, moet je extra zorgvuldig zijn met nieuwe ervaringen. Laat hem kennismaken met verschillende mensen, geluiden en situaties, maar doe dit geleidelijk. Een korte wandeling door een rustige straat is beter dan direct naar een druk winkelcentrum.

    Signalen herkennen

    Let op wanneer je pup aan de grond snuffelt, rondjes begint te draaien, naar de deur loopt, jankt of piept, of opeens onrustig gedrag vertoont. Dit zijn meestal tekenen dat hij naar buiten moet.

    Bij consequente training zie je echte vooruitgang. De meeste dagen verlopen zonder ongelukjes en hij begint zelf naar de deur te lopen wanneer hij moet. Rond vijf tot zes maanden zijn de meeste labradoodles betrouwbaar zindelijk. Sommige pups zijn er eerder, andere hebben wat langer nodig – beide zijn normaal.

    Hulpmiddelen

    Een dagschema kan er als volgt uitzien: 

    • 06:30 Wakker, direct uitlaten
    • 07:00 Ontbijt, 07:30 uitlaten
    • 10:00 Uitlaten
    • 12:00 Lunch, 12:30 uitlaten
    • 15:00 Uitlaten na middagslaapje
    • 18:00 Avondeten, 18:30 Uitlaten
    • 21:00 Uitlaten
    • 22:00 Laatste plaspauze, naar bed

    Oké, en welke hulpmiddelen heb je nodig? Zorg dat je enzymatische reiniger, een timer voor uitlaatmomenten, kleine traktaties voor beloningen, voldoende knaagspullen en een notitieboekje voor observaties in huis hebt. Een comfortabele bench met kussen is essentieel.

    Geduld loont, het komt goed! 

    Training is geen race, maar een proces van vertrouwen opbouwen. Elke keer dat je consistent reageert, elke keer dat je rustig blijft bij een ongelukje, versterk je de band tussen jou en je pup. Sommige dagen gaan beter dan andere – dat is normaal.

    Met geduld, structuur en veel positieve beloningen kun je de achterstand die je pup heeft opgelopen prima inhalen. Binnen enkele maanden groeit hij uit tot een fijne, betrouwbare hond die precies weet wat er van hem verwacht wordt.

    Begin vandaag nog met een vast uitlaatschema, observeer zijn signalen en beloon elk gewenst gedrag direct. Binnen zes weken kijk je terug op deze periode en realiseer je hoe ver jullie samen zijn gekomen.

  • Hoe leer je je hond loslopen?

    Hoe leer je je hond loslopen?

    Een goed luisterende Labradoodle die zonder riem naast je loopt in het park: het klinkt als een droombeeld voor veel Labradoodle-eigenaren. En het is mogelijk. Deze slimme, sociale honden kunnen uitstekend leren om los te lopen, mits je het op de juiste manier aanpakt. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Is het wel veilig? En kan elke hond dit leren?

    In dit artikel leg ik stap voor stap uit hoe je jouw hond op een veilige en verantwoorde manier kunt leren loslopen. Met praktische oefeningen, tips voor in de stad en in het park, en veelvoorkomende fouten die je beter kunt vermijden.

    Waarom zou je je hond los willen laten lopen?

    Loslopen betekent meer dan alleen niet aan een lijntje zitten. Loslopen biedt je hond:

    • Meer bewegingsvrijheid en natuurlijke stimulatie
    • Mogelijkheden tot sociaal contact met andere honden
    • Mentale uitdaging en ontspanning

    Voor jou als baasje is het prettig om niet constant aan een lijn te hoeven trekken, en het versterkt bovendien de band tussen jou en je hond. Maar het is belangrijk dat je hond goed luistert, want vrijheid brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee.

    Is het altijd verstandig?

    Niet altijd. Loslopen is alleen verstandig als jouw hond betrouwbaar reageert op commando's, jij als baasje het vertrouwen hebt om hem los te laten, en de omgeving veilig is. In een drukke stad of langs een weg is het uiteraard onverstandig. Ook jonge honden of honden met een sterk jachtinstinct hebben vaak extra begeleiding nodig. Denk aan verkeer, andere honden, wild of mensen die bang zijn voor honden. Allemaal stoorzenders voor je hond.

    Daarom is het goed om te kiezen voor een veilige omgeving. Begin op plekken waar je weinig afleiding hebt (bijv. een omheind veld). Zorg ervoor dat je je hond altijd kan terugroepen, óók als hij iets spannends ziet. Dat is echt heel belangrijk.

    Een hond kan alleen veilig loslopen als hij luistert naar commando’s, op jou reageert en z’n grenzen kent.

    labradoodle-op-het-strand-los-lopen

    Wanneer begin je met trainen?

    Hoe jonger je begint, hoe beter. Pups hebben de natuurlijke neiging om bij hun baasje te blijven. Daar kun je gebruik van maken door al vroeg te oefenen met bij je blijven en regelmatig terugroepen. Maar ook volwassen honden kunnen leren loslopen, al kan het wat meer tijd kosten.

    Sommige honden zijn geboren 'plakkers' die jou nooit uit het oog verliezen. Andere honden (bijvoorbeeld met veel jachtinstinct) vinden het ontzettend lastig om zich niet te laten afleiden.

    Factoren die een rol spelen:

    • Karakter: Een relaxte hond leert sneller om los te lopen dan een hyperactieve stuiterbal.
    • Ervaring: Een jonge hond moet eerst de basiscommando’s goed beheersen.
    • De hond zelf: kijk naar jouw individuele hond, niet alleen naar zijn ras of leeftijd.

    Stapsgewijze aanpak

    Je hond los leren lopen doe je stapsgewijs. Hierbij focus je op controle, gehoorzaamheid en vertrouwen. Hieronder vertel ik je hoe ik het zou aanpakken.

    1: Start bij een stevige commando basis

    Voordat je überhaupt aan loslopen denkt, moet je hond een paar dingen écht goed kunnen:

    • Hierkomen (ook wel 'recall' genoemd)
    • Zit en blijf, ook bij afleiding
    • Oogcontact houden
    • "Volg" en "Los"

    Oefen deze vaardigheden eerst aan de lijn op rustige plekken. Laat je hond in het begin maar korte stukjes los. Roep hem regelmatig bij je terug en beloon telkens. Zo voorkom je dat hij in de ‘ik doe mijn eigen ding’ modus schiet.

    2: Kies een veilige plek

    Start in een omheinde tuin of een hondenspeelveld. Kies bijvoorbeeld een omheind losloopterrein of een afgelegen veld. Tip: gebruik in het begin een lange lijn (bijv. 5–10 meter). Zo kan je de controle behouden als er iets onverwachts gebeurt.

    3: Positieve training

    Gebruik een positieve trainingsaanpak. Beloon goed gedrag met lekkers, een speeltje of lof. Geef direct een beloning na het gewenste gedrag. Blijf enthousiast en geduldig, ook als het een keer misgaat. Prijs je hond uitbundig wanneer hij op jouw commando reageert. Maak het leuk: gebruik een vrolijke stem, koekjes of een speeltje.

    bruine-labradoodle-los-op-het-strand

    4: Verleiding, afleiding en prikkels trainen

    Gaat het goed op rustige plekken? Bouw de uitdaging dan langzaam op. Laat je hond wennen aan contact met verschillende soorten honden — zowel speelse als afstandelijke types. Loop langs speeltuinen of drukkere wandelpaden, maar bouw dit rustig op. Te veel prikkels ineens kunnen je hond overweldigen.

    Hoe werkt dat in een drukke stad?

    Loslopen in een drukke stad is mogelijk, maar het vraagt veel training. Als je het goed wilt oefenen:

    • Leer het commando "los" aan in een rustige omgeving
    • Gebruik een lange lijn aan de rand van de stad
    • Gebruik voertjes of speeltjes om je hond bij je te houden
    • Stop als je hond trekt en wacht tot hij weer aandacht heeft
    • Sluit elke sessie positief af

    Gebruik kalmerende lichaamstaal zoals rustig lopen en boogjes maken bij het passeren van anderen. Vermijd achter je hond aan rennen als hij iets pakt: biedt iets beters aan en ruil.

    En in het bos, park en strand?

    Ook daar geldt: begin met een lange lijn in rustige delen van het park of bos. Laat de lijn later los, maar houd die nog bij de hand. Roep je hond regelmatig terug en beloon hem goed gedrag.

    Elektronische halsbanden (e-collars): ja of nee?

    Sommige trainers gebruiken e-collars om controle te houden op afstand. Dit is een geavanceerd hulpmiddel dat alleen onder begeleiding van een professional en met veel zorg gebruikt moet worden. Voor de meeste hondeneigenaren is positieve training voldoende.

    Let op de signalen en lichaamstaal

    Let op hoe je hond zich voelt: is hij ontspannen of gespannen? Signalen van ontspanning zijn o.a. een kwispelende staart, ontspannen oren en een losse bek. Spanning herken je aan een stijve houding, staart hoog of laag, oren naar achteren of gefixeerde blik.

    Let ook op andere honden. Niet elke hond wil contact. Kalmerende signalen zoals wegkijken, snuffelen, boogjes lopen of langzaam bewegen zijn manieren om spanning te verminderen. Reageer hier tijdig op en lijn je hond aan indien nodig.

    blonde-labradoodle-los-met-stok

    Veelgemaakte fouten bij loslooptraining

    Loslopen lijkt simpel, maar er zijn veel valkuilen:

    • Te snel loslaten, vooral op onveilige plekken
    • Onvoldoende gehoorzaamheidstraining
    • Inconsistente communicatie en commando’s
    • Alleen terugroepen om aan te lijnen (dat maakt "hier" onaantrekkelijk)
    • Geen geduld of opbouw in afleiding
    • Verkeerde uitrusting, zoals een oncomfortabele halsband

    Beloningen hoeven niet altijd snoep te zijn — een enthousiast stemgeluid, aai of spelletje werkt ook goed. Twijfel je? Lijn je hond dan gewoon aan. Dat is verstandig en veilig.

    Conclusie: stap voor stap naar losheid

    Je hond los leren lopen is een proces dat vraagt om tijd, geduld en vertrouwen. Het geeft je hond de vrijheid om natuurlijk gedrag te vertonen, terwijl jij als baasje de controle behoudt. Maar vrijheid komt met verantwoordelijkheid.

    • Begin op jonge leeftijd, maar ook volwassen honden kunnen het leren
    • Oefen in een veilige omgeving met een lange lijn
    • Gebruik positieve bekrachtiging
    • Let op lichaamstaal en prikkels
    • Blijf realistisch en lijn aan als je twijfelt

    Succes begint met heldere communicatie, een positieve houding en vertrouwen. Geniet samen van de vrijheid die loslopen jullie kan bieden!

  • Hoe kan ik het grommen van mijn Labradoodle afleren?

    Hoe kan ik het grommen van mijn Labradoodle afleren?

    Gromt jouw Labradoodle naar mensen, andere honden of kinderen? Dat kan best vervelend zijn. Misschien merk je dat je niet ontspannen buiten loopt, omdat je steeds alert moet zijn op zijn reactie. Of misschien durven je kinderen hem niet meer uit te laten.

    Grommen is een manier waarop een hond communiceert. Het betekent niet altijd agressie, maar het is wel een signaal dat je serieus moet nemen. In dit artikel leer je waarom je Labradoodle gromt en hoe je dit op een positieve manier kunt afleren.

    Waarom gromt een hond?

    Honden grommen niet zomaar. Ze gebruiken dit geluid als een communicatiemiddel. Labradoodles zijn van nature sociale en vriendelijke honden, maar soms kan hun grommen een teken zijn van spanning, onzekerheid of een verkeerde associatie met bepaalde mensen of situaties.

    1. Onzekerheid of angst

    Gromt je Labradoodle vooral naar onbekende mensen of honden? Dan kan het zijn dat hij zich onzeker voelt en zichzelf probeert te beschermen. Vooral honden die onvoldoende gesocialiseerd zijn, kunnen moeite hebben met nieuwe prikkels.

    2. Beschermend gedrag

    Sommige Labradoodles ontwikkelen een waakinstinct en kunnen grommen als ze denken dat ze hun baasje, gezin of eigen territorium moeten beschermen.

    3. Frustratie of opwinding

    Labradoodles zijn energieke honden en kunnen gefrustreerd raken als ze niet begrijpen wat er van hen verwacht wordt. Dit zie je vaak bij honden die aan de lijn trekken en grommen uit frustratie.

    4. Pijn of lichamelijk ongemak

    Soms grommen honden omdat ze pijn hebben. Een hond met gewrichtsproblemen of lichamelijke ongemakken kan sneller prikkelbaar zijn.

    5. Grommen tijdens de puberteit

    Net als pubers kunnen jonge Labradoodles tijdens de puberteit plots ander gedrag vertonen, waaronder grommen. Dit is vaak tijdelijk, maar vraagt wel om consequente begeleiding.

    Bange hond laat tanden zien

    Wat kun je doen om het grommen af te leren?

    Het belangrijkste is om het grommen niet te bestraffen, maar om te begrijpen waarom je Labradoodle gromt en hem te helpen zich veilig en zeker te voelen in verschillende situaties.

    1. Straf het grommen niet af

    Grommen is een waarschuwing. Als je dit afstraft, leert je hond om zijn gevoelens niet te uiten, maar hij zal nog steeds spanning ervaren. Dit kan leiden tot plotseling uitvallen of bijten zonder waarschuwing.

    2. Werk aan socialisatie

    • Neem snoepjes of een speeltje mee en beloon hem zodra hij rustig blijft.
    • Oefen met rustige ontmoetingen, bijvoorbeeld met een bekende hond die sociaal en stabiel is.
    • Laat vreemden hem niet direct benaderen, maar geef hem tijd om zelf contact te zoeken.

    3. Train alternatief gedrag

    • Zie je dat je hond nerveus wordt? Vraag hem om “kijk” (naar jou kijken) of “zit”.
    • Beloon hem direct als hij dit doet.
    • Herhaal dit telkens als je een prikkel tegenkomt die normaal grommen uitlokt.

    4. Beloon rust en kalmte

    • Beloon je Labradoodle als hij ontspannen langs mensen of honden loopt.
    • Gebruik je stem op een kalme, vrolijke toon om spanning te doorbreken.
    • Oefen regelmatig korte, positieve ontmoetingen.

    5. Voorkom spannende situaties

    • Zie je dat je hond fixerend kijkt naar een kind of hond? Loop een andere kant op of maak een boog.
    • Merkt je hond een onbekend persoon op? Vraag hem om een simpele oefening te doen voordat hij reageert.

    6. Herken de signalen vóór het grommen

    • Gapen zonder dat je hond moe is
    • Overmatig likken aan de lippen
    • Wegkijken of juist staren
    • Verstijven of heel stil worden

    Als je deze signalen herkent, kun je vroeg ingrijpen en grommen voorkomen.

    7. Wat je vooral níet moet doen

    • Niet boos worden of straffen – dit onderdrukt het signaal maar lost het probleem niet op
    • Je hond forceren om ergens naartoe te gaan waar hij zich niet prettig voelt
    • De situatie negeren – grommen is een teken dat je hond hulp nodig heeft

    Wanneer professionele hulp inschakelen?

    Soms is grommen een hardnekkig probleem en kan professionele begeleiding nodig zijn. Overweeg een hondengedragstherapeut als:

    • Je hond blijft grommen, zelfs na training.
    • Hij uitvalt of agressiever gedrag vertoont.
    • Het grommen erger wordt in plaats van minder.

    Twijfel je tussen een hondenschool en gedragstherapeut? Een gedragstherapeut kijkt dieper naar emoties en gedrag, en werkt vaak één-op-één met jou en je hond.

    Veelgestelde vragen over grommen 

    Mijn Labradoodle gromt alleen aan de lijn, maar niet los. Hoe kan dat?

    Dit heet “leash reactivity”. Honden voelen zich soms ingeperkt aan de lijn en reageren daardoor anders op hun omgeving. Oefen met ontspanningsoefeningen en een losse lijntechniek.

    Hoe lang duurt het voordat mijn hond stopt met grommen?

    Dit hangt af van de oorzaak en de training. Met consequente oefening en geduld kun je binnen een paar weken tot maanden verbetering zien.

    Mijn Labradoodle gromt naar kinderen. Wat nu?

    Kinderen kunnen onvoorspelbaar en druk zijn, wat spannend kan zijn voor een hond. Laat je hond nooit alleen met jonge kinderen, begeleid het contact actief en oefen met rustige, voorspelbare situaties waarbij je hond positief wordt beloond voor kalm gedrag.

    Kan voeding invloed hebben op gromgedrag?

    Ja, in sommige gevallen kan een onevenwichtige voeding bijdragen aan onrustig of prikkelbaar gedrag. Bespreek met je dierenarts of een gedragsdeskundige of je hond mogelijk baat heeft bij aanpassingen in zijn voeding.

    Conclusie

    Grommen is communicatie, geen agressie. Je Labradoodle laat weten dat hij iets spannend vindt of zich niet prettig voelt. Het is jouw taak als eigenaar om te kijken waar dit vandaan komt en hoe je hem kunt helpen.

    Door:

    • Zijn triggers te herkennen,
    • Positieve associaties te creëren,
    • Alternatief gedrag aan te leren,
    • Socialisatie op een rustige manier op te bouwen,
    • En het gedrag niet te onderdrukken maar te begeleiden,

    Het is jouw taak als baasje om je hond te helpen om zich veiliger en zekerder te voelen. En daarmee wordt wandelen met je hond weer ontspannen en gezellig.

  • Is een Labradoodle geschikt voor mensen en kinderen met autisme?

    Is een Labradoodle geschikt voor mensen en kinderen met autisme?

    Heb jij weleens gemerkt hoe jouw Labradoodle precies lijkt aan te voelen hoe je je voelt? Misschien keek je hond je aan met die warme blik, precies toen je een mindere dag had. Of zag je hoe je Labradoodle spontaan rustig werd toen je kind gespannen thuiskwam. 

    Niet voor niets staat de Labradoodle bekend als een uitstekende therapiehond. Maar is dit ras ook geschikt voor mensen en kinderen met autisme? Ontdek het hier!

    Een prettig gezinslid

    Als je een gezinslid hebt met autisme, wil je natuurlijk dat iedereen zich prettig voelt in huis. Honden kunnen daarbij geweldig ondersteunen, maar niet elk ras is geschikt. Labradoodles zijn bijzonder omdat ze opvallend goed emoties kunnen aanvoelen. Ze maken een uniek oogcontact en hebben een speels, maar evenwichtig karakter. 

    Zeker bij autisme kan dit ras helpen om stress te verminderen en rust te brengen in het gezin. 

    Unieke kwaliteiten

    Labradoodles hebben unieke kwaliteiten waardoor ze extra geschikt zijn voor gezinnen met autisme. Ze maken intens oogcontact, zijn empathisch en stemmen zich gemakkelijk af op emoties. Het oogcontact dat Labradoodles maken is anders dan bij andere honden: diep, rustig en geruststellend. 

    Dit kan juist voor mensen met autisme heel prettig zijn, omdat het structuur en veiligheid biedt.

    Daarnaast zijn Labradoodles speels maar niet overmatig druk, als ze de puppytijd voorbij zijn, waardoor ze goed passen bij kinderen die gevoelig zijn voor prikkels. 

    Uit onderzoek (1) blijkt bovendien dat contact met dieren zoals honden stresshormonen verlaagt en de aanmaak van gelukshormonen zoals oxytocine stimuleert  en het niveau van cortisol verlaagt, wat bijdraagt aan een gevoel van welzijn.

    Wat maakt de Labradoodle bijzonder als therapiehond?

    • Speciaal oogcontact: Labradoodles zoeken bewust en oprecht oogcontact, wat communicatie met kinderen met autisme makkelijker maakt.
    • Intuïtief vermogen: Ze voelen stemmingen en emoties uitstekend aan en reageren daar gepast op. Bijvoorbeeld door rustig te gaan liggen bij stress of juist te spelen wanneer afleiding nodig is.
    • Sociaal en vriendelijk karakter: Hun vriendelijke aard helpt bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden bij kinderen met autisme.

    Tips bij het kiezen van een Labradoodle als therapiehond

    1. Zoek een gespecialiseerde fokker

    Niet elke Labradoodle is automatisch een geschikte therapiehond. Let bij de fokker op hoe pups reageren op mensen en oogcontact maken. Kies een fokker die ervaring heeft met hulphonden en die pups selecteert op karaktereigenschappen zoals geduld, oogcontact en aanpassingsvermogen.

    Let op deze signalen bij de pup:

    • Rustig en comfortabel oogcontact
    • Nieuwsgierig maar niet te opdringerig
    • Kalme reactie op onverwachte geluiden of situaties

    2. Overweeg begeleiding

    Het is belangrijk om na het aanschaffen van de hond professionele begeleiding te zoeken. Hierdoor leren jij, je kind én de Labradoodle elkaar beter begrijpen. Professionele begeleiding helpt om duidelijkheid te geven over de mogelijkheden en grenzen van je Labradoodle, waardoor jullie optimaal kunnen genieten van de interactie met de hond.

    Labradoodle Nuxe die je aankijkt

    Samenvatting 

    • Labradoodles maken uitstekend oogcontact en voelen emoties aan, ideaal voor kinderen met autisme.
    • Dit ras is speels zonder druk te zijn en kan stress aanzienlijk verminderen.
    • Goede begeleiding helpt jou, je kind en de Labradoodle optimaal samenwerken en elkaar beter begrijpen.

    Bronnen

    1) Odendaal, J. S. J., & Meintjes, R. A. (2003). Neurophysiological correlates of affiliative behaviour between humans and dogs. The Veterinary Journal, 165(3), 296-301. https://doi.org/10.1016/S1090-0233(02)00237-X

  • Mijn Labradoodle gaat liggen als hij andere honden ziet: wat moet ik doen?

    Mijn Labradoodle gaat liggen als hij andere honden ziet: wat moet ik doen?

    Onlangs kreeg ik deze vraag:

    “Als mijn Labradoodle een andere hond tegenkomt, gaat hij liggen. Ik ben dan niet boos, maar probeer hem naar me toe te lokken. Alleen mijn hond blijft gewoon liggen totdat de andere hond weg is. Wat kan ik hieraan doen?”

    Dit gedrag komt vaker voor bij Labradoodles en heeft meestal te maken met spanning en onzekerheid. Een ontspannen hond past zijn gedrag nauwelijks aan bij het zien van soortgenoten. Maar compleet plat gaan liggen en afwachten, dat is een ander verhaal. Dit kan wijzen op een combinatie van spanning, fixatie en onzekerheid.

    In dit artikel leg ik uit waarom je Labradoodle dit doet en wat jij kunt doen om hem te helpen zich prettiger te voelen in sociale situaties.

    Waarom gaat mijn Labradoodle liggen als hij een andere hond ziet?

    Honden communiceren met hun lichaam en plat op de grond gaan liggen is daar een voorbeeld van. Afhankelijk van de situatie kan het verschillende betekenissen hebben:

    1. Spanning en onzekerheid

    Sommige honden vinden het spannend om een andere hond tegen te komen. Door te gaan liggen, nemen ze een afwachtende houding aan. Dit helpt hen om de situatie in te schatten voordat ze reageren.

    2. Sluipgedrag

    Sommige Labradoodles gebruiken deze houding als een manier om zichzelf laag en onopvallend te maken. Dit kan lijken op sluipen, zoals honden met een sterke jachtdrift doen.

    bruine-labradoodle-puppy-liggend-in-het-gras

    3. Een speelse uitnodiging

    Soms betekent plat op de grond liggen gewoon: “Ik wil spelen!” Dit zie je vaak als een hond daarna enthousiast opspringt en begint te rennen zodra de andere hond dichterbij komt.

    4. Confrontatie vermijden

    Honden die onzeker zijn of sociale situaties lastig vinden, gebruiken dit gedrag soms om conflicten te vermijden. Door te gaan liggen, proberen ze te laten zien dat ze geen bedreiging vormen.

    Hoe herken je of je Labradoodle spanning ervaart?

    Niet elke hond die gaat liggen, doet dit uit onzekerheid. Let op de volgende signalen:

    • Fixeren: je hond staart onafgebroken naar de andere hond.
    • Verstijven van het lichaam, soms met een lage houding.
    • Hijgen of likken over de lippen zonder duidelijke reden.
    • Gapen terwijl er geen sprake is van vermoeidheid.
    • Een lage of tussen de achterpoten geklemde staart.

    Wat kun je doen als je Labradoodle blijft liggen?

    1. Voorkom dat de spanning te hoog oploopt

    Zie je dat je hond een andere hond opmerkt en langzamer begint te lopen? Dit is hét moment om in te grijpen.

    • Leid zijn aandacht af met een voertje of speeltje.
    • Verander van looproute om de ontmoeting minder direct te maken.
    • Laat hem een simpele oefening doen, zoals "kijk naar mij" of "volg".

    2. Zorg dat jij de veilige factor bent

    Als jouw Labradoodle zich ongemakkelijk voelt bij andere honden, moet hij leren dat jij de situatie onder controle hebt. Dit doe je door:

    • Kalm en zelfverzekerd te blijven.
    • Voorspelbaar te zijn in je reacties.
    • Goed gedrag (zoals ontspannen blijven) te belonen.

    blonde-labradoodle-volwassen-in-het-gras

    3. Gebruik een afleidingstechniek

    Merk je dat je hond begint te fixeren op een andere hond? Doorbreek dit met een positieve afleiding:

    • Voertjespel: Strooi wat snoepjes in het gras, zodat hij gaat snuffelen (snuffelen verlaagt stress).
    • Speeloefening: Vraag hem een simpele oefening te doen zoals "zit" of "poot" om zijn focus op jou te leggen.

    4. Leer je hond om andere honden positief te benaderen

    Regelmatig positieve ervaringen met andere honden helpen je Labradoodle om meer zelfvertrouwen te krijgen.

    • Begin op een afstand waar je hond zich nog ontspannen voelt.
    • Beloon hem als hij kalm blijft.
    • Laat hem kennis maken met rustige, stabiele honden.

    5. Wat als hij blijft liggen en fixeren?

    Als je hond al in fixatie-modus zit, en niet meer reageert op jou, probeer dan:

    • Tussen je hond en de andere hond te gaan staan, zodat je zijn zicht blokkeert.
    • Een sterk ruikende beloning (zoals worst of kaas) vlak voor zijn neus te houden om de fixatie te doorbreken.
    • Rustig weg te lopen en hem uit te nodigen om met je mee te gaan.

    Wat als het gedrag verergert?

    Als je niets doet, kan dit gedrag verergeren. Je hond leert dan: "Als ik blijf liggen, wordt de andere hond vanzelf minder spannend." Op de lange termijn kan dit hem minder flexibel maken in sociale situaties.

    Wat als mijn Labradoodle het doet om de andere hond uit te dagen?

    Niet alle honden liggen uit angst. Soms is het juist een voorbode van een plotselinge uitval:

    • Fixeert je hond zonder met zijn ogen te knipperen?
    • Blijft hij gespannen liggen tot de andere hond dichtbij komt?

    Dan kan dit een tactiek zijn om de andere hond uit te lokken. In dit geval is het belangrijk om:

    • De fixatie te doorbreken voordat hij in actie komt.
    • Een speelse afleiding in te zetten.
    • De looproute aan te passen om de situatie te ontladen.

    bruine-labradoodle-puppy-liggend-op-het-pad-in-het-bos

    Wanneer professionele hulp inschakelen?

    Blijft je hond altijd liggen bij het zien van andere honden? Blijft hij fixeren en lukt het je niet om hem eruit te halen? Dan kan begeleiding van een gedragstherapeut helpen.

    Conclusie

    Wanneer je Labradoodle plat op de grond gaat liggen bij het zien van andere honden, kan dit een teken zijn van spanning, onzekerheid of sluipgedrag. Door hem goed te observeren en positief te begeleiden, help je hem zich zekerder te voelen.

    Met de juiste aanpak leert hij dat andere honden geen reden zijn om te bevriezen, maar juist een kans om ontspannen en sociaal te zijn.

  • Mijn Labradoodle springt tegen iedereen op – Wat kan ik doen?

    Mijn Labradoodle springt tegen iedereen op – Wat kan ik doen?

    Onlangs kreeg ik deze vraag binnen:

    “Onze Blackey is nog erg ongeremd als er bezoek komt, of als we een voetganger tegenkomen, hij denkt dat iedereen zijn vriendje is en springt dolenthousiast op iedereen af.”

    Een opspringende hond wordt niemand vrolijk van. Dit soort gedrag moet je als eigenaar snel afleren. Door goede training, het op de juiste momenten belonen en je eigen zekere houding kun je dit corrigeren. Geef je hond niet eerder aandacht dan op het moment dat hij kalm is. Hij moet nu al leren dat hij niet wordt beloond voor aandacht vragen of tegen iemand opspringen. 

    Meer over de basisprincipes van hondenopvoeding lees je in dit artikel over hondenopvoeding.

    Waarom springt mijn Labradoodle op?

    1. Aandacht zoeken

    Labradoodles zijn sociale honden en willen hun blijdschap tonen door fysiek contact te maken. Als ze als pup zijn beloond met knuffels of aandacht wanneer ze opsprongen, hebben ze geleerd dat dit werkt. Labradoodle-puppy's zijn vaak extra energiek en intuïtief. Lees meer over hun unieke eigenschappen in dit artikel over Labradoodle-puppy's.

    2. Overstimulatie en opwinding

    Een Labradoodle is een energiek ras dat snel enthousiast wordt. Bij thuiskomst van het baasje of bij bezoek kan de opwinding zo groot worden dat de hond dit fysiek uit. Dit kan zich ook uiten in hyperactief gedrag. Wil je weten hoe je hiermee omgaat? Bekijk dan deze tips over hyperactieve honden.

    3. Onderstimulatie en verveling

    Sommige honden springen niet alleen uit blijdschap, maar ook omdat ze simpelweg te weinig beweging of mentale uitdaging krijgen. Ze zoeken interactie op de enige manier die ze kennen: door opspringen.

    4. Onzekerheid of verwarring

    Soms springen honden op om hun onzekerheid te maskeren. Dit zie je vaak bij honden die wisselend beloond en gecorrigeerd zijn voor hetzelfde gedrag.

    Waarom is opspringen problematisch?

    • Springen tegen kinderen of ouderen kan gevaarlijk zijn. Een enthousiaste hond kan per ongeluk iemand omver duwen.
    • Niet iedereen houdt van honden, en een onverwachte sprong kan ongemakkelijk of zelfs beangstigend zijn.
    • Modderige poten kunnen kleding ruïneren.
    • Het gedrag kan zich uitbreiden. Als een Labradoodle merkt dat opspringen werkt, kan hij dit ook gaan doen tegen vreemden op straat.

    Hoe leer je je Labradoodle af om te springen?

    1. Negeer het opspringen

    Geef je hond geen aandacht als hij opspringt. Draai je om, kijk weg en wacht tot hij met vier poten op de grond staat. Zodra hij rustig is, geef je hem wél aandacht en een beloning.

    2. Geef een alternatief gedrag

    Leer je hond een alternatief gedrag aan, zoals "zit". Beloon hem direct zodra hij zit en herhaal dit consequent bij elke begroeting. Een goed getrainde hond is niet alleen prettiger in de omgang, maar ook veiliger en socialer. Lees meer over waarom training zo belangrijk is in dit artikel over hondentraining.

    3. Voorzie in mentale en fysieke uitdaging

    Honden die te weinig beweging of mentale stimulatie krijgen, gaan sneller ongewenst gedrag vertonen. Zorg voor voldoende wandelingen, speelsessies en hersenwerk.

    4. Zorg dat bezoek meewerkt

    Vraag gasten om je hond geen aandacht te geven als hij springt en pas te begroeten als hij met vier poten op de grond staat of netjes zit.

    5. Gebruik een korte time-out bij hardnekkig springen

    Als je hond blijft springen, loop je zonder iets te zeggen de kamer uit. Kom na 30 seconden terug en probeer opnieuw. Je hond leert zo dat opspringen betekent dat hij juist geen aandacht krijgt.

    labradoodle-blond-op-het-strand

    Opspringen afleren in verschillende situaties

    • Bij thuiskomst: Kom rustig binnen en geef pas aandacht als je hond kalm is.
    • Bij bezoek: Gebruik een vast trainingsschema met "zit" of een vaste begroetingsplek.
    • Op straat bij vreemden: Als je Labradoodle enthousiast is en wil springen, leid hem dan af met een commando zoals "naast" en beloon rustig gedrag.

    Conclusie

    Opspringen is een aangeleerd gedrag dat vaak voortkomt uit enthousiasme en aandacht zoeken. Door consequent te zijn, de juiste technieken te gebruiken en te zorgen dat iedereen in het huishouden (en je bezoek) zich eraan houdt, kun je dit gedrag afleren.

    Negeer opspringen, beloon alternatief gedrag en wees geduldig – uiteindelijk zal je Labradoodle begrijpen dat rustig blijven meer oplevert dan springen. En dat betekent niet alleen een relaxtere hond, maar ook een prettiger ontvangst voor jou en je gasten!

  • Mijn Labradoodle puppy trekt aan de riem – Hoe los ik dit op?

    Mijn Labradoodle puppy trekt aan de riem – Hoe los ik dit op?

    Herken je dit? Je stapt met goede moed de deur uit met je enthousiaste Labradoodle puppy, maar voordat je het weet hangt hij al aan de lijn te trekken. Je puppy ziet een vogel, kat of andere hond en trekt ineens zo hard aan de riem dat je bijna je arm uit de kom voelt schieten. Herkenbaar? Je bent zeker niet de enige! 

    Veel Labradoodle-eigenaren lopen tegen dit probleem aan. Maar waarom doet jouw pup dit eigenlijk? En belangrijker nog: wat kun je eraan doen? 

    In dit artikel geef ik je duidelijke uitleg en praktische tips om je Labradoodle puppy netjes naast je te leren lopen.

    Waarom trekt jouw Labradoodle puppy zo hard aan de lijn?

    Het trekken aan de lijn is typisch puppygedrag. Jonge Labradoodles zitten vol energie, nieuwsgierigheid en enthousiasme. Ze willen de wereld ontdekken en begrijpen nog niet dat wandelen aan de lijn iets anders is dan vrij rondrennen. 

    Vaak belonen we trekken zonder dat we het doorhebben, bijvoorbeeld door de pup toe te staan toch verder te lopen of door sneller te lopen om het trekken te stoppen. Hierdoor leert jouw Labradoodle juist dat trekken werkt om sneller vooruit te komen!

    Je pup trekt meestal omdat hij nog niet geleerd heeft hoe hij rustig naast jou moet lopen. Uit enthousiasme en nieuwsgierigheid trekken ze dan. Puppies hebben van nature veel energie en willen hun omgeving verkennen.

    Door steeds toe te geven als je pup trekt, leert hij dat trekken hem brengt wat hij wil. En deze slimme honden die snel leren, en fout gedrag aanleren, leren dan dat trekken loont. 

    Veel voorkomende situaties

    Jouw pup ziet een andere hond en rent erop af, waardoor je moeite hebt om hem onder controle te houden. Of je Labradoodle wil overal snuffelen, waardoor het lijkt alsof je van struik naar struik wordt meegesleurd. Tijdens wandelingen trekt je pup zo hard dat je spieren en gewrichten belast raken.

    Hoe kun je dit oplossen? 

    Zo leer je jouw Labradoodle puppy netjes wandelen zonder trekken:

    • Begin thuis al met trainen: laat je pup eerst wennen aan een halsband of tuigje en lijn in huis voordat je naar buiten gaat. Hierdoor wordt de eerste wandeling minder overweldigend.
    • Stop zodra je pup trekt: zodra je pup begint te trekken, sta je stil en loop je pas verder als de lijn weer ontspannen is. Op deze manier leert jouw pup dat trekken niks oplevert.
    • Gebruik de juiste riem: kies liever voor een korte, standaard riem en vermijd flexibele rollijnen. Een korte riem geeft jou meer controle en duidelijkheid voor de pup.
    • Beloon gewenst gedrag: beloon jouw puppy regelmatig met iets lekkers of een compliment zodra hij netjes naast je loopt. Zo stimuleer je rustig en ontspannen gedrag. 
    • Korte trainingssessies werken beter: maak geen lange wandelingen met jouw pup, maar kies voor korte trainingssessies van maximaal 10 minuten per keer. Dit houdt het positief en overzichtelijk voor je pup.

    Hulpmiddelen gebruiken

    Gebruik hulpmiddelen indien nodig (zoals een gentle walker). Een gentle walker kan goed helpen als jouw pup extreem trekt. Dit tuigje leidt de hond rustig om zodra hij trekt, zonder pijn of ongemak te veroorzaken. Het is ideaal om snel controle terug te krijgen, zeker wanneer je pup enthousiast raakt door andere dieren of situaties buiten.

    Je Labradoodle pup leren om netjes te wandelen kost tijd en geduld. Onthoud dat elke pup een eigen tempo heeft. Blijf positief, geduldig en consequent. Met rust en duidelijkheid kom je uiteindelijk het verst!

    Maak je wandelingen leuker 

    Wil jij direct aan de slag met praktische trainingen en nog meer handige tips? Download dan nu het gratis exemplaar van het Hondenprotocol en maak van je Labradoodle een rustige, blije wandelmaat.