Blog

  • Hoe ben je een goede leider voor je hond?

    Je hebt het woord vast al honderd keer gehoord. Leiderschap. Alsof het iets is dat je even uit de kast trekt en over je schouders hangt. In gesprekken met andere hondeneigenaren hoor ik het op de meest verschillende manieren langskomen. De een bedoelt strenger zijn. De ander ziet het als rust brengen. Soms klinkt het als een soort magische knop die alles oplost. Als je maar leider bent.

    Alleen voelt dat woord in het dagelijks leven heel anders. Helemaal als je een hond hebt die vrolijk uit het raam hangt, bij elke geur een ander plan maakt en bij het zien van een andere hond zijn volledige ziel op standje vuurwerk zet. Dan wordt leiderschap ineens iets heel tastbaars. Iets dat je ziet in de lijn die rustig blijft. In de blik die even bij je terugkomt. In je eigen adem die niet omhoog schiet. 

    En precies dat wil ik in dit artikel behandelen. Wat leiderschap nu echt is in de relatie met je hond.

    Hoe beweeg jij eigenlijk?

    Als ik het over leiderschap heb, denken mensen soms dat ik een soort strenge generaal ben. Maar het tegendeel is waar. Ik kijk vooral naar hoe een hond me leest. Want dat doen ze. In elke beweging. In hoe jij de voordeur uit stapt. In de spanning die in je schouders zit als je die ene hond al van ver ziet aankomen.

    En hoe langer ik met honden werk, hoe meer ik zie hoe scherp ze zijn. Ze hoeven geen woord van je te kennen om precies te voelen waar jij zit. Je kunt nog zo vriendelijk praten, maar als je lijf iets anders zegt, hoort je hond vooral dat lijf. Soms zie ik mensen in het bos die vol goede bedoelingen honderd keer “kom maar” roepen, terwijl hun schouders strak staan, alsof ze klaar zijn voor de file op een maandagochtend. De hond hoort die spanning. Niet de woorden.

    Honden spiegelen geen theorie. Ze reageren op energie. Niet zweverig, gewoon letterlijk op wat jij laat zien. Loop je gejaagd de kamer door, dan loopt je hond mee in dat tempo. Sta je stil bij de deur en adem je even uit, dan zakt je hond meestal met je mee. Ik zie het zelfs gebeuren tijdens het omdoen van een riem. Als iemand haast heeft, wordt de hond wiebeliger. Als iemand even stopt, voelt de hond de ruimte. Dat is geen dominantie. Dat is duidelijkheid.

    Eerst binnen. Daarna buiten.

    Veel mensen vragen me hoe ze hun hond beter naar zich kunnen laten luisteren. En dan bedoelen ze meestal buiten, wanneer alle prikkels op standje festival staan. Alleen begint luisteren veel eerder. Binnen, wanneer je hond nog helder is en niet wordt meegezogen door de wereld.

    Als je hond binnen al niet echt bij je incheckt, wordt dat buiten niet ineens beter. Daarom kijk ik altijd naar de kleine momenten. Komt hij als je hem roept in de woonkamer? Kan hij even wachten als je zijn eten neerzet? Kan hij een seconde naar je kijken als jij iets vraagt dat niet heel spannend is?

    Het zijn die minidingetjes die bepalen of jouw stem straks ook waarde heeft wanneer er drie duiven, een kind op een step en een enthousiaste hond op je af komen.

    Lopen jullie of trekt iemand?

    Goed aan de lijn wandelen. Het is misschien de meest gestelde vraag die ik krijg. “Hoe voorkom ik trekken zonder steeds te corrigeren?”

    Ik zie de lijn als een gesprek. Niet als een touw dat iemand wint. Als je hond trekt, is dat meestal geen opstandigheid. Het is gewoon te veel energie naar voren. Te veel plannen, waardoor hij vergeet dat jij er ook nog bent. Bij sommige honden zie je het al in hun eerste stappen buiten. Alsof ze denken dat de buurt op hen staat te wachten.

    Ik maak de lijn dan kort genoeg om contact te houden, maar lang genoeg om adem te geven. En ik let op mezelf. Trek ik terug? Dan trek ik eigenlijk een gesprek dicht. Loop ik een fractie rustiger, dan zakt hij vaak mee. Niet altijd. Maar vaak wel.

    labradoodle-kijkt-naar-baasje-aan-de-lijn

    Soms stoppen we gewoon even. Niet boos. Meer alsof we samen even opnieuw beginnen. Dat werkt bij veel labradoodles verrassend snel, omdat ze gevoelig zijn voor ritme. Even pauze. Een kleine verschuiving van tempo. En ineens heb je weer contact. Soms duurt het tien seconden. Soms een minuut. Maar die momenten vormen de basis. Niet de perfect gelopen route, maar die kleine gedeelde ademteugen onderweg.

    Luistert hij overal? Of soms gewoon niet?

    De vraag komt vaak: hoe zorg ik dat mijn hond overal naar me luistert? In theorie kan dat. In de praktijk hangt het af van twee dingen: hoe stabiel jij bent op dat moment, en hoe hoog zijn interne volumeknop staat.

    Een labradoodle die net het bos in mag na een dag binnen zitten, zit soms op standje 130. Dan kun je de grootste leider ter wereld zijn, maar zijn lijf zit vol dynamiet. Dan is luisteren geen onwil; dan is zijn lijf gewoon sneller dan zijn hoofd.

    Leiderschap betekent dat je dat ziet. Dat je accepteert dat je hond geen robot is. Dat je voorkomt dat hij in situaties komt die hij nog niet aankan. En dat je trots bent op kleine stukjes luisteren, niet alleen op de perfecte uitvoering.

    Die andere hond. Wat doet dat met jullie?

    Dit is er eentje die veel baasjes herkennen. Een hond die, zodra hij een soortgenoot ziet, verandert in een lopende emotie. Kwispels, spanning, piepen, trekken. Soms uit enthousiasme. Soms uit onzekerheid. Soms een combi.

    Leiderschap betekent hier niet dat je je hond dwingt om door te lopen. Het betekent dat jij de emotie opvangt nog voor deze explodeert. Dat je zijn tempo iets terugneemt. Dat je hem eerder bij je laat kijken. Dat je er niet met grote stappen doorheen loopt, maar de intensiteit verlaagt.

    Ik heb het zelf vaak meegemaakt dat mijn hond al drie straten verder leefde in zijn hoofd. Dan helpt het om even opzij te stappen. Een rustige bocht. Een zucht. Een kort contactmoment. Niet om hem te controleren, maar om hem weer landingsruimte te geven.

    Gedrag zegt iets. Geen oordeel.

    Veel gedragsproblemen ontstaan niet door een slechte hond of een slecht baasje. Ze ontstaan door misverstanden. Jij denkt dat je duidelijk bent, maar je hond leest iets anders. Hij denkt dat jij hem laat beslissen, terwijl jij dacht dat je leiding gaf.

    honden-op-straat-tegen-elkaar-gespannen

    Neem een hond die tegen andere honden uitvalt. Dat begint vaak bij spanning die niemand op tijd zag. Of een hond die totaal niet meer lukt om te concentreren buiten. Dat is meestal geen koppigheid, maar simpelweg een volle emmer.

    Leiderschap betekent dat je die signalen leert zien. Kleine dingen: snelle adem, oren die net iets te hoog staan, de blik die niet meer bij jou blijft. Dat moment waarop je hond eigenlijk al aangeeft dat hij het moeilijk heeft. Als je dat op tijd ziet, kun je het gedrag voor zijn.

    Duidelijk. Niet dominant.

    Veel mensen zijn bang om duidelijk te zijn, omdat het voelt alsof je dan streng moet zijn. Maar duidelijkheid heeft niks te maken met hard optreden. Het gaat om voorspelbaarheid. Om rustig aan te geven wat wel en niet kan.

    Hoe vaker ik dit zie, hoe meer ik merk dat honden juist ontspannen wanneer jij helder bent. Niet streng. Helder. Alsof zij denken: fijn, ik hoef even niet te puzzelen.

    Een voorbeeld: thuis staat mijn hond soms te springen als ik zijn riem pak. Vroeger haastte ik me dan. Ik deed snel de deur open. En elke keer werd het drukker. Alsof mijn haast olie op zijn vuur was. Nu wacht ik. Even. Niet eindeloos. Gewoon tot de druk van zijn lijf zakt. En dan pas gaan we.

    Afronding

    Leiderschap gaat niet over macht, strengheid of stoere woorden. Het gaat over hoe jij beweegt, ademt en keuzes maakt. Het gaat over kleine signalen die jij ziet en waar je iets mee doet. Over samen vertragen als het nodig is. Over duidelijk zijn zonder hard te worden. En vooral: over de band die ontstaat wanneer je hond voelt dat jij hem begrijpt.

    Dat is leiderschap. Niet opgelegd. Maar geleefd.

  • Beweging, discipline en affectie zijn allemaal met elkaar verbonden!

    Soms valt een woord pas op wanneer je het te vaak hoort. Beweging. Discipline. Affectie. Ze klinken bijna alsof ze op een poster horen, netjes naast elkaar, alsof iemand ze ooit bedacht heeft als formule. Maar als je eerlijk kijkt, zie je dat ze vooral tot leven komen in de rommelige praktijk. In dat moment waarop je de voordeur nog open hebt staan en je hond al klaarstaat. In de lichte twijfel wanneer je een grens moet stellen, terwijl je eigenlijk haast hebt. In die kleine zucht die door een hondenlijf gaat zodra jouw hand precies op het goede moment landt. 

    Het zijn geen grote concepten. Het zijn dagelijkse gebaren die iets vertellen over hoe jij en je hond samen bewegen door een gewone dag. En precies dat is wat ik in dit artikel wil bespreken. Niet de theorie, maar de werkelijkheid waar wij iedere ochtend en avond middenin staan.

    Hoe beweging doorwerkt in gedrag

    Ik loop al jaren rond met labradoodles en blijf me verbazen over hoe sterk beweging, discipline en affectie met elkaar verweven zijn. Zeker bij een labradoodle, die combinatie van scherpe neus, zachte aard en dat typische energieke lijf. Je kunt ze niet netjes scheiden. Ze lopen door elkaar heen alsof ze één geheel vormen. Het ene duwt, het andere vangt op.

    Wanneer mijn eigen labradoodle een paar dagen minder lange wandelingen krijgt, zie ik het direct terug. Niet in grote drama’s. In kleine dingen. Het extra kijken naar het raam. Die vrolijke, maar onrustige rondjes door de woonkamer. Dat lichte stuiteren dat bijna ongemerkt begint en dan langzaam overal tussendoor kruipt. Soms hoor ik hem zelfs zachtjes door de kamer schuiven terwijl ik nog in mijn inbox zit te turen. Dan weet ik genoeg. We hebben nog iets openstaan.

    Labradoodles hebben een opvallend gevoelige manier van spanning opslaan. Je ziet het niet meteen, maar je voelt het wel in hoe hun lijf net iets voller wordt. Ze hebben geen woorden om het kwijt te raken. Ze moeten het eruit bewegen. Letterlijk. Tijdens het lopen lijkt alles wat vastzit weer los te trillen. Zijn neus doet het voorwerk, zijn lijf volgt. Energie, frustratie, spanning. Het zakt in de grond of waait met de wind mee. Soms voel ik het zelfs in de lijn. Die wordt lichter, alsof hij weer ademt.

    En dan zijn er de dagen waarop ik denk dat een kort rondje wel voldoende is. Nou, dat is bij een labradoodle eigenlijk nooit zo. Het komt later als een boemerang terug. Hij wordt dan net wat voller in zijn gedrag. Een tikje alerter. Een fractie sneller bij elk geluid. Kleine signalen die samen iets groters vertellen.

    Wat ik mooi vind, is dat beweging bij een labradoodle meer doet dan energie verbranden. Het maakt hem weer beschikbaar. Voor contact. Voor leren. Voor simpelweg samenleven. Na een stevig rondje lopen zie ik hem anders kijken. Zachter. Alsof hij eindelijk weer op zijn plek valt. En precies daar begint de rest van de dag eigenlijk pas. Het klinkt simpel, maar je voelt het vooral in hoe een labradoodle daarna weer in zijn lijf zakt.

    Discipline als stille richting

    Toch is beweging alleen niet genoeg. Als dat zo was, kon iedereen het oplossen met drie extra rondjes om het plein. Discipline klinkt vaak als iets hards, maar voor mij is het meer een soort zachte ruggengraat. Duidelijk, maar niet streng. Ik merk het wanneer ik een grens net wat later neerleg, omdat ik mijn eigen hoofd er niet helemaal bij had. Dan zie ik het terug in hem. Alsof hij zich afvraagt of het nu de bedoeling is dat hij doorloopt of wacht. Een voorspelbare grens geeft meer rust dan een knuffel op een willekeurig moment.

    Wat me telkens opvalt, is hoe gevoelig honden zijn voor onze timing. Niet alleen voor wat we doen, maar vooral voor wanneer we het doen. Als ik te laat reageer, zie ik hem net iets meer initiatief nemen. Niet omdat hij de leiding wil nemen, maar omdat hij de leegte probeert op te vullen. Dat kleine moment waarop een hond vooruitloopt terwijl jij nog nadenkt, zegt vaak meer dan een uitgebreid trainingsschema ooit kan vertellen. Het laat zien hoe sterk honden leunen op duidelijkheid, zelfs wanneer ze dat zelf niet bewust kiezen.

    Soms gebeurt het tijdens het wachten bij een zebrapad. Ik sta nog te rommelen met mijn telefoon. Hij kijkt omhoog, dan naar links, dan naar mij. Alsof hij probeert te bepalen wie hier eigenlijk verantwoordelijk is voor het vervolg. Zodra ik weer op de situatie ben aangesloten, zie je zijn lijf verzachten. Dat is discipline in zijn meest dagelijkse vorm. Geen correcties. Geen grote woorden. Gewoon leiding geven op een manier die een hond begrijpt.

    Ik denk vaak terug aan een middag waarop we langs een speelveld liepen. Een paar kinderen renden achter een bal aan en mijn hond werd er zichtbaar door aangetrokken. Hij wilde meedoen, maar wist niet goed of hij mocht. Ik hoefde niets te zeggen. Het enige wat ik deed, was even stilstaan en met mijn hand een klein gebaar maken. Dat was genoeg. Hij keek, ademde uit en liet het los. Dat soort momenten voelen klein, maar voor een hond zijn ze groot. Daar zit veiligheid in.

    Het is dan ook niet vreemd dat de American Veterinary Society of Animal Behavior benadrukt dat consistente en hondvriendelijke begeleiding essentieel is voor stabiel gedrag bij volwassen honden (AVSAB, 2018). Wat mij betreft gaat dat niet alleen over regels, maar juist over die stille overeenkomst tussen jou en je hond. Dat hij weet dat jij kijkt. Dat jij het ritme bewaakt. Dat jij degene bent die de wereld voorspelbaar maakt, stap voor stap.

    Affectie op het moment dat het past

    En dan affectie. Het warmste woord van de drie en misschien ook het meest misbegrepen. Affectie is geen trofee die je uitdeelt wanneer je hond het goed doet. Het is ook geen pleister voor onzeker gedrag. Affectie is die zachte lijm die overal tussendoor zit. Maar het werkt pas écht wanneer het past in het ritme van de dag. Een knuffel na een grens voelt anders dan een knuffel die een grens moet vervangen. En een knuffel na een stevige wandeling voelt nog weer anders. Dan is er ruimte. Letterlijk. In zijn lijf én in zijn hoofd.

    Toch merk ik vaak dat mensen affectie zien als iets dat je vooral moet geven, terwijl ik het zelf meer ervaar als iets dat je deelt. Een hond voelt feilloos of jouw aandacht echt bij hem is of dat je met je gedachten nog ergens halverwege de dag hangt. Het gebeurt mij ook. Ik aai hem soms terwijl ik eigenlijk nog in een telefoongesprek zit. En hij voelt dat. Zijn lijf blijft dan net iets gespannen, alsof de aanraking wel klopt, maar het moment niet.

    Daar zit iets bijzonders in. Een hond laat je namelijk precies zien wanneer affectie binnenkomt. Zijn ademhaling verandert. Zijn ogen worden zachter. Zijn schouders zakken een millimeter. Het zijn kleine signalen, maar samen vertellen ze alles. En wanneer dat ontbreekt, weet je dat je niet op hetzelfde ritme zit.

    Ik zie het vaak gebeuren thuis. Na een lange ochtendronde, wanneer de wereld voor hem weer klopt, ploft hij neer. Niet omdat hij uitgeput is, maar omdat hij weer op zijn plek zit. Dan ga ik rustig naast hem zitten. Mijn hand op zijn ribben. Dat is affectie op het goede moment. Niet eerder. Niet later. Het is alsof we dan even dezelfde taal spreken zonder woorden.

    Soms blijft hij daarna nog even liggen en voel ik hoe zijn ademhaling mijn eigen tempo meeneemt. Het is zo'n klein moment dat je het bijna zou missen, maar juist daarin zie je hoe affectie en rust met elkaar verweven zijn. Het wordt geen beloning. Geen gebaar van verplichting. Het is simpelweg samen aanwezig zijn. En misschien is dat wel waar affectie het meest tot zijn recht komt.

    Waarom ze elkaar nodig hebben

    Wanneer mensen vragen waarom die drie woorden zo vaak samen worden genoemd, probeer ik uit te leggen dat ze elkaar nodig hebben. Beweging haalt de scherpe randjes weg. Discipline geeft richting. Affectie maakt het geheel warm en veilig. Bij volwassen honden werkt het pas echt wanneer ze niet hoeven te vechten om aandacht. Wanneer geen van de drie het werk van de ander hoeft op te vangen. Als één te groot wordt, kantelt het geheel. En dat kantelen zie je soms al in details. Een hond die nét iets drukker is na te weinig beweging. Een hond die nét iets onzekerder is wanneer grenzen even wegvallen. Of een hond die affectie vraagt op momenten waarop hij eigenlijk houvast nodig heeft.

    Hoe langer ik met honden werk, hoe duidelijker die driehoek voor me wordt. Het is geen model. Het is een soort subtiel evenwicht dat de hele dag door verschuift. Soms draagt beweging het meeste bij. Soms discipline. Soms affectie. En vaak wisselen ze elkaar in stilte af zonder dat je er woorden aan geeft. Je merkt het bijvoorbeeld in de overgangsmomenten. Zodra je thuiskomt. Tijdens het aantrekken van je schoenen. In de auto. In die kleine stukjes tijd zie je precies waar de balans staat.

    Je ziet het in de simpelste momenten. De manier waarop een hond door de kamer schuift na een goede dag. Het zachte wiebelen van de staart, dat nauwelijks een beweging is. De rust in de ogen. Alsof alles net iets beter in elkaar klikt dan gisteren, zonder dat je precies kunt aanwijzen wat er anders was. Soms merk je het zelfs aan de stilte in huis. Alsof er minder lucht trilt. Alsof jullie allebei net iets meer landen op dezelfde plek.

    Ik denk vaak aan hoe een dag voelt wanneer het wél klopt. Je loopt samen. Je stuurt bij waar nodig. Je deelt een zacht moment zonder dat het geforceerd voelt. Het zijn geen bijzondere dagen. Juist de gewone. De dagen waarop je ineens doorhebt dat jullie elkaar minder proberen te sturen en meer met elkaar meebewegen. Daar, in dat soepele stuk van de dag, zie je waarom die woorden elkaar nodig hebben.

    En misschien is dat wel het echte geheim van die drie woorden. Dat ze geen systeem vormen, geen trucje. Dat ze alleen maar werken wanneer jij en je hond elkaar weer even vinden in hetzelfde ritme. Niet perfect. Gewoon mens en hond die samen proberen. En soms is precies dat genoeg.

  • 5 momenten waarop je beter geen andere honden laat begroeten

    Je ziet het overal. In parken, in de stad, bij winkels. Soms nog voordat je de riem goed hebt vastgepakt. Twee honden die elkaar naderen en meteen wordt verwacht dat ze maar even hallo zeggen. Alsof elke ontmoeting vanzelf een vrolijk snuffelfeest wordt. Maar jij voelt het soms al voordat de lijnen strak staan. Dat kleine twijfeltje in je buik. Dat moment waarop je labradoodle nét iets rechter gaat lopen of zijn adem inhoudt.

    Soms zie ik het zelfs al eerder. Die kleine verandering in zijn tempo. Alsof hij zegt: wacht even, ik moet dit eerst inschatten. En terwijl de wereld om je heen gewoon doorgaat, gebeurt er tussen jullie twee iets kleins, maar belangrijks. Jij leest hem. Hij leest jou. En precies dan besef je hoe vaak we van honden verwachten dat ze sociaal doen, terwijl ze eigenlijk vooral duidelijkheid nodig hebben.

    En precies daar gaat dit artikel over.

    1. Wanneer een van de twee gespannen is

    Je merkt het vaak eerder dan je denkt. Een lijf dat wat stijver wordt. Oren nét te alert. Een snuit die strak vooruit blijft wijzen. Of jouw lijn die langzaam als een vioolsnaar voelt. Soms zie je zelfs dat kleine hapje lucht dat je labradoodle neemt, alsof hij de situatie nog één keer checkt voordat hij besluit wat veilig voelt.

    Gespannen honden zoeken geen contact. Ze zoeken ruimte. Dat zie ik regelmatig bij mijn eigen labradoodle wanneer hij in het park een hond op zich af ziet lopen. Zijn hele houding verandert dan, alsof iemand het licht in hem iets dimt. Hij houdt zijn kop lager, zet zijn poten steviger neer, zijn lichaam wordt net een fractie rechter. Het is geen ongehoorzaamheid, geen dramatiek. Het is zelfbescherming. En eerlijk gezegd herken ik het maar al te goed van mezelf op drukke plekken.

    Soms zie je zelfs dat de spanning helemaal niet van jouw hond komt, maar van de ander. Een hond die wat te nadrukkelijk staart of in een rechte lijn op jullie afloopt. Ook dat is een signaal dat er weinig ruimte is voor een ontspannen kennismaking. Twee gespannen honden samenbrengen voelt vaak alsof je twee mensen in een volle wachtkamer per se wilt laten handen schudden.

    Als jij dat ziet gebeuren, loop je gewoon door. Rustig. Zonder schuldgevoel. Het is geen afwijzing, het is kiezen voor rust. Voor je hond en voor jezelf.

    2. Wanneer jouw hond aan de lijn zit en de ander losloopt

    Dit is zo'n moment dat je in je buik voelt rommelen. Jij houdt je hond vast. De ander draait vrolijk rond, alsof de wereld één grote speeltuin is. Soms zie je zelfs dat de loslopende hond in een rechte lijn op jullie afkomt, zonder pauze, zonder boogje, gewoon recht eropaf. Dan voel je je eigen arm al iets strakker worden, nog voordat je hond ook maar één stap verzet heeft.

    Een aangelijnde hond kan niet wegdraaien of afstand nemen. Hij staat vast, terwijl de ander alle kanten op mag. Dat voelt voor veel honden alsof ze in een hoek staan. En in die hoek ontstaat snel spanning. Ik zie het vaak gebeuren in het park, waar mensen roepen dat hun hond "alleen maar wil spelen", terwijl mijn doodle al lang laat zien dat hij liever afstand houdt. Die miscommunicatie tussen mensen zorgt dan voor méér spanning dan de honden zelf.

    Het lastige is dat een loslopende hond niet meteen iets hoeft te willen. Soms is hij gewoon nieuwsgierig. Maar zelfs nieuwsgierigheid kan te veel zijn wanneer jouw hond de ruimte niet heeft om zelf te bepalen hoe dichtbij hij het wil. Die ongelijkheid maakt ontmoetingen onvoorspelbaar en eerlijk gezegd ook onnodig risicovol.

    Dus als je een loslopende hond ziet aankomen en het voelt niet goed, draai rustig weg en kies een andere richting. Een boogje lopen is geen zwakte. Het is helderheid. Soms voelt het zelfs als een kleine zucht van opluchting tussen jou en je hond in. Alsof jullie allebei even denken: fijn, we hoeven dit niet op te lossen, maar mogen gewoon onze eigen route volgen.

    3. Wanneer je hond moe, ziek of overprikkeld is

    Sommige dagen zijn gewoon op. Je kent het vast. Na een drukke ochtend, veel geluiden of na een lange tocht door het bos. Soms merk je het al wanneer je de riem uit de kast pakt en je labradoodle niet meteen opspringt, maar je vooral aankijkt alsof hij zegt: moeten we echt nog een rondje?

    Honden hebben dat ook. Mijn doodle kan na een middag spelen met een paar vaste honden compleet klaar zijn. Dan hoeft hij echt geen nieuwe snuffelvriend. Zijn lichaamstaal wordt zachter, zijn staart lager, zijn tempo slomer. Soms blijft hij zelfs even staan om diep te zuchten, zo'n lange hondenadem die alles zegt zonder woorden.

    nuxe-ziek-in-bed

    Je ziet het ook aan kleine dingen. Hij snuffelt minder, kijkt minder om zich heen, zoekt vaker jouw nabijheid. Het zijn van die signalen die snel over het hoofd worden gezien, omdat ze zo subtiel zijn. Maar juist die subtiele tekenen vertellen dat zijn hoofd en lijf even vol zijn.

    Dat is geen ongeïnteresseerd gedrag. Dat is herstel. Een soort reset die honden zo hard nodig hebben. En daar past geen nieuwe ontmoeting bij. Juist dan is rust waardevoller dan welke begroeting dan ook.

    4. Wanneer de andere hond duidelijk geen zin heeft

    We kijken vaak vooral naar onze eigen hond. Maar de ander vertelt net zoveel. Een hond die achter zijn baas blijft. Een hond die wegkijkt of zich kleiner maakt. Oren die plat liggen. Soms zie je zelfs dat hij een halve stap terugdoet of zijn staart een klein stukje laat zakken. Soms zie je een klein tongpuntje verschijnen, zo'n subtiel kalmeringssignaal dat bijna fluistert dat hij liever wat ruimte wil. Het zijn allemaal beleefde manieren van zeggen: laat me even. Veel honden proberen eerst vriendelijk afstand te houden voordat het duidelijker wordt. En juist die zachte signalen verdienen aandacht, omdat ze laten zien hoe hard honden hun best doen om conflicten te vermijden.

    Door dat te respecteren geef je beide honden rust. Het scheelt spanning, misverstanden en soms zelfs een snauw. Het maakt de wandeling lichter voor iedereen. Je merkt vaak dat je eigen hond ook makkelijker ademt wanneer jij die keuze voor hem maakt. En het gevoel dat je een situatie niet hoeft te forceren, geeft vaak meer ontspanning dan een geslaagde begroeting ooit zou kunnen doen.

    5. Wanneer jij er zelf geen goed gevoel bij hebt

    Ik heb geleerd dat mijn eigen lijf het vaak eerder weet dan mijn hoofd. Als ik twijfel, trek ik een kleine bocht. Niet uit angst. Uit duidelijkheid. Soms voel ik al bij het zien van een bepaalde houding of een bepaald tempo dat mijn doodle en ik dit moment beter kunnen laten passeren. Het is dat kleine knikje van binnen dat zegt: we hoeven hier niets van te maken.

    Je hond voelt jouw spanning feilloos aan. Dus als jij denkt: dit is geen handig moment, dan is dat genoeg. Jij bepaalt. Altijd. En vaak zie je dat jouw hond direct ontspant zodra jij die keuze maakt. Alsof hij opgelucht is dat hij niet hoeft te reageren op iets waar hij zelf al geen goed gevoel bij had. Dat samenspel maakt zulke momenten juist waardevol. Het laat zien hoe fijn het is wanneer jij voor duidelijkheid zorgt.

    het-karakter-van-een-australian-labradoodle-deel-2-2

    Beleefd "nee" zeggen tegen andere baasjes

    Soms is het lastiger om een mens af te remmen dan een hond. Een paar zinnen die voor mij werken. Omdat mensen soms met de beste bedoelingen vol enthousiasme naar je toe stappen, terwijl jij allang ziet dat dit niet het juiste moment is. En dan voelt het bijna alsof je twee gesprekken tegelijk voert: eentje in woorden met het baasje en eentje in lichaamstaal met je hond.

    Je kunt dan het beste je grens aangeven en eerlijk zijn. Op een vriendelijke manier. Hieronder geef ik je een paar voorbeeldzinnen die je dan kunt gebruiken: 

    • "We oefenen vandaag even het rustig doorlopen." Vaak zie je dat mensen dan meteen begrijpen dat er een bedoeling achter zit.
    • "Hij vindt begroeten aan de lijn niet zo fijn." Dat haalt de druk weg zonder dat iemand zich aangesproken hoeft te voelen.
    • Gewoon glimlachen en doorlopen. Soms is dat genoeg. Je voelt direct hoe jouw rust de situatie kleiner maakt.

    Grenzen stellen is geen strengheid. Het is zorg. En soms is het precies die zachte duidelijkheid die een wandeling rustig houdt.

    Tot slot

    In dit artikel kwam iets naar boven dat we vaak vergeten: niet elke ontmoeting hoeft een ontmoeting te zijn. Soms is voorbijlopen precies wat je hond nodig heeft. Soms jij ook. Misschien zie je nu iets scherper waar de rust zit in jouw wandelingen. Waar je doodle eigenlijk al een klein signaal gaf dat je eerder miste. En misschien hoor je voortaan in dat stille moment voor een begroeting al genoeg.

  • Consequent zijn, is belangrijker dan streng

    Sommige hondeneigenaren lopen met borst vooruit door het leven. Streng is zo’n woord. Mensen op het hondenveldje die met half ingehouden stem zeggen dat ze nu echt strenger moeten worden. Maar is strenger worden het idee? Of consequent zijn beter?

    Maar als je het woord 'streng' loskoppelt van dat beeld, blijft er iets kleins over. Iets wat eigenlijk vooral hoort bij situaties waarin iemand de controle kwijt is. Terwijl het bij honden, zeker bij labradoodles, zelden over controle gaat. Het gaat over duidelijkheid. Over voorspelbare regels in een huis waar de ene dag soepeler voelt dan de andere.

    Ik merk het elke week opnieuw. Hoe snel een slimme doodle doorheeft dat wij mensen variëren. Dat regels schuiven. Dat vermoeidheid deuren opent die normaal dicht blijven. En dat precies daar het misverstand ontstaat tussen streng en consequent.

    In dit artikel duik ik in dat verschil. Niet om streng af te serveren als slecht, maar om te laten zien waarom consequent zijn zoveel beter werkt voor puberende en volwassen labradoodles. Je bereikt er veel meer mee, dan af en toe eens streng zijn.

    Labradoodles zien kansen

    Hier in huis zie ik het vaak gebeuren. Dat kleine moment waarop hij denkt: nu gok ik het. Hij loopt nonchalant door de kamer, maar zijn blik blijft hangen op een schaal met lekkernijen. Je ziet zijn hersens draaien. Niet uitdagend. Gewoon berekenend. Hij weet dat ik gisteren zachtjes zei: nee, vriend. En hij weet dat ik eergisteren te moe was om iets te zeggen.

    Het is fascinerend hoe zo’n hond patronen leest. Als ik met een vol hoofd binnenkom, is de kans groter dat hij iets probeert. Als mijn partner thuis is en vrolijk doet, is de kans nóg groter. Niet omdat hij brutaal is, maar omdat hij de ruimte voelt.

    Een labradoodle die blijft proberen is dus niet koppig. Het is een hond die logisch nadenkt. Die merkt dat regels soms verplaatsen. De ene dag rood licht, de andere dag groen. En soms oranje dat te lang blijft branden. En dan kun je streng worden, maar daarmee worden de verkeerslichten niet stabieler.

    Streng maakt het niet duidelijker

    Ik heb het zelf vaak geprobeerd. Je kent het misschien. Je voelt irritatie opkomen. Je stem wordt net wat harder, terwijl je dat helemaal niet wilt. Hij kijkt op, oren half achteruit, maar zijn lijf vertelt vooral dat hij het niet helemaal begrijpt. Streng klinkt namelijk als dreiging, niet als uitleg.

    Vooral in de puberfase is dat zichtbaar. Alles is dan al intenser. Nieuwe prikkels. Grenzen die opnieuw getest worden. Je voelt jezelf soms terugglijden in die strengere toon, omdat het lijkt alsof het moet.

    Maar het helpt nauwelijks. Een labradoodle leert niet van volume. Hij leert van logica. Van volgorde. Van wat gisteren hetzelfde was als vandaag.

    Dus als jij zegt: niet op de bank, maar iemand anders zegt: kom erbij, dan leert hij vooral dat het de moeite waard is om het te blijven proberen. Een labradoodle is slim genoeg om te scoren op zwakke momenten. En eerlijk, ik kan hem daar alleen maar om waarderen.

    nuxe-in-de-duinen

    Consequentie voelt anders voor een hond

    Het mooie aan consequent zijn is dat het geen harde energie vraagt. Het is geen strijd. Het is ritme.

    Toen ik begon met het deurmoment vlak voordat ik hem ga uitlaten, heb ik dat echt moeten oefenen. En elke keer hetzelfde aanleren en aangeven. Consequent zijn. Elke keer dezelfde verwachting. Wachten. Rustig blijven staan. Geen stemverheffing. Geen irritatie. Alleen herhaling.

    In het begin testte hij natuurlijk. Hij probeerde erlangs te duiken. Hij dacht dat ik misschien even niet oplette. Maar ik merkte dat zodra ik zelf stabiel bleef, er iets in hem zakte. Niet onderdanigheid. Geen angst. Gewoon duidelijkheid.

    Het is alsof zijn koppie even stopt met rekenen. De regel staat vast. Daar hoeft hij niets meer mee. En dát maakt een hond rustig.

    Ook in andere situaties werkt dat zo. Het opspringen bij bezoek. Het bedelen aan tafel. Het stiekem in de slaapkamer gaan liggen. Hoe voorspelbaarder wij reageren, hoe sneller het kwartje valt. Een labradoodle hoeft geen harde grenzen. Hij heeft vaste lijnen nodig.

    Iedereen in het gezin is een puzzelstukje

    Het lastige in gezinnen is dat iedereen z'n eigen aanpak heeft. De één is heel streng, de ander is heel lief, de ander heeft minder geduld, etc. En een slimme hond als de labradoodle maakt daar dankbaar gebruik van. En hij weet van kinderen, tja, die hebben vaak een zwak voor die vrolijke krullen en dat koppie dat net iets schever gaat hangen.

    Een labradoodle ziet dat haarscherp. Hij weet precies wie de soepele is. Wie de strenge. Wie de vergeetachtige. En hij past zich daarop aan. Niet omdat hij manipulatief is, maar omdat dit voor hem gewone informatie is. Daar speelt hij op in.

    Pas toen wij thuis afspraken maakten, merkte ik hoe snel het effect had. Niet ieder detail strak. Het leven blijft chaos. Maar dezelfde basis. Geen bank. Geen eten van tafel. Wachten bij de deur. Rust voor bezoek.

    Het was alsof alle puzzelstukjes die al bestonden eindelijk in elkaar schoven. En ik zag hoe hij ontspande. Een hond die weet waar hij aan toe is, hoeft namelijk niet steeds opnieuw na te denken over wat vandaag wel of niet mag.

    labradoodle-op-de-bank

    Een slimme hond blijft het proberen

    Wat ik mooi vind aan labradoodles is dat ze humor hebben. Tenminste, zo voelt het. Hij kan me aankijken met zo’n schuine blik waarvan je bijna hoort hoe hij denkt: dit was jouw punt, maar ik laat het er niet bij zitten. Soms doet hij er nog een klein sprongetje bij, alsof hij wil zeggen: ik was het bijna van plan hoor. En precies daar zit iets aandoenlijks. Een soort speelsheid die niet draait om brutale streken, maar om nieuwsgierigheid. Om het aftasten van de ruimte die wij mensen achterlaten.

    En eerlijk, dat is precies hoe een slimme hond functioneert. Proberen. Kijken. Kleine openingen zoeken. Niet om je uit te dagen, maar om te leren hoe flexibel de wereld is. Ik zie hem soms echt puzzelen. Alsof hij de dag van gisteren naast die van vandaag legt. Alsof hij denkt: wacht even, gisteren was dit anders, misschien lukt het nu wel. Soms zie ik hem zelfs halverwege een poging afhaken, omdat hij ineens doorheeft dat ik hem heb doorzien. Dan loopt hij weg met zo’n kwispel die half zegt jammer en half zegt ik probeer het later nog.

    Dat voortdurende testen hoort erbij. Het is geen teken dat je hond je niet serieus neemt. Het is een teken dat hij helder nadenkt. Dat hij het leven leest zoals het komt. En dat is precies waarom consequent zijn soms intensiever voelt dan streng zijn. Streng kun je in één explosieve seconde doen. Even stoom eruit, even druk erop. Maar dat verandert weinig aan de logica die een hond nodig heeft.

    Consequent zijn gebeurt in kleine herhalingen. Elke dag opnieuw. Momenten die misschien onbelangrijk lijken, maar die samen de structuur vormen waarin een hond kan landen. En ja, dat vraagt discipline. Soms ook geduld dat je liever had bewaard voor een andere dag. Maar het betaalt zich uit. Je krijgt een hond die jouw regels begrijpt en niet hoeft te gokken. Een hond die niet steeds hoeft te raden wat vandaag wel of niet mag. Een hond die ruimte voelt om rustig te zijn omdat jij voorspelbaar bent.

    Afsluiting

    Als ik terugkijk op wat hier voorbij kwam, zie ik hoe logisch het eigenlijk is. Niet de strengheid maakt het verschil, maar de voorspelbaarheid in al die kleine momenten. De herhalingen die nauwelijks opvallen, maar die voor een hond het verschil maken tussen gokken en begrijpen. Een doodle leest ons nauwkeuriger dan we soms denken en juist daarom maakt consequent reageren de wereld voor hem simpeler.

    En misschien is dat wel de kern die boven komt drijven. Duidelijkheid hoeft niet hard te zijn om sterk te voelen. Het zit in zachte lijnen die elke dag hetzelfde blijven. In een hond die daarop leert vertrouwen. En in dat vertrouwen zit iets krachtigs dat nog lang blijft hangen.

  • Op zoek naar een therapeut voor je labradoodle?

    Een labradoodle eigenaar mailde mij laatste met de vraag of ik een goede therapeut wist voor haar hond. In dit artikel neem ik je mee in wanneer therapie helpend kan zijn, hoe zo’n traject eruitziet en waar je op kunt letten als je iemand zoekt die past bij jou en je hond. 

    Therapie voor honden

    Ik heb door de jaren heen gemerkt dat labradoodles soms nét wat gevoeliger zijn dan je op het eerste gezicht denkt. Dat zit in de mix van retriever en poedel. Slim, sociaal, leergierig, maar ook snel onder de indruk als er veel prikkels zijn of als de spanning oploopt.

    Soms is gedrag gewoon gedrag. Even blaffen naar een geluid. Even stuiteren als er visite komt. Maar er zijn ook momenten waarop ik dacht: dit zit dieper. Als een hond bijvoorbeeld niet meer tot rust komt, of steeds vaker uitvalt naar andere honden. Dan is het fijn om iemand naast je te hebben die meekijkt.

    Hoe eerder je erbij bent, hoe beter je voorkomt dat kleine dingen groot worden. Veel problemen sluipen er langzaam in. En eerlijk: ik heb zelf ook weleens te lang gewacht, omdat ik dacht dat het wel weer over zou waaien.

    Veelvoorkomende gedragsproblemen

    Bij labradoodles zie ik vaak dezelfde problemen voorbij komen: verlatingsangst, overmatig blaffen, trekken aan de lijn, blaffen naar prikkels, opspringen bij enthousiasme en soms bijten uit onzekerheid. Het zijn slimme honden. Ze snappen snel patronen, maar kunnen daardoor ook sneller in een soort automatische reactie schieten.

    Sommige labradoodles reageren heftig op veranderingen. Een nieuwe bank. Een andere looproute. Een oppas die het nét anders doet. Ik had eens een pup die ontplofte van energie zodra er drie dingen tegelijk gebeurden. Te veel geluid, te veel beweging, te veel van alles.

    Een keer sprak ik een baasje dat echt vastliep. De hond kauwde overal op, blafte naar alles en raakte overprikkeld tijdens elke wandeling. Je zag zowel hond als mens langzaam vastdraaien. Dat is precies zo’n moment waarop een therapeut het verschil kan maken.

    Wat doet een hondengedragstherapeut?

    Een therapeut kijkt niet alleen naar de hond, maar vooral naar het geheel. Het huis. De routines. De interactie tussen jou en je hond. Volgens de NVGH is het belangrijk dat een therapeut is aangesloten bij een erkende organisatie, omdat het beroep niet beschermd is. Dat voorkomt dat je iemand treft die werkt vanuit achterhaalde of onvriendelijke methodes.

    blonde-labradoodle-buiten

    Je hebt verschillende soorten begeleiders: een hondencoach, een trainer en een gedragstherapeut. Een trainer richt zich vooral op vaardigheden zoals zit, blijf of netjes meelopen. Een coach kijkt meer naar de samenwerking. Een gedragstherapeut duikt dieper in waarom bepaald gedrag ontstaat en hoe je daar stap voor stap aan kunt werken.

    Meestal begint het met een huisbezoek. De therapeut observeert, stelt vragen en maakt daarna een plan van aanpak. Bij Spin en Kwispel doen ze dat bijvoorbeeld door eerst een uitgebreide intake te doen en daarna een traject op maat samen te stellen.

    Het traject

    Bij de meeste trajecten begint het met een gesprek en een observatie. Daarna volgt een behandelplan. Dat betekent niet dat je ineens van alles moet veranderen, maar eerder dat je kleine stappen zet die je hond helpen om weer overzicht te krijgen.

    Je rol als eigenaar is groot. Soms vond ik dat spannend, want het voelt alsof je het allemaal goed moet doen. Maar het helpt om te weten dat consistentie belangrijker is dan perfectie.

    Bij een pup die snel overprikkeld raakt, kan een therapeut bijvoorbeeld werken aan kortere wandelingen, meer voorspelbaarheid en duidelijke rustmomenten. En jij zorgt ervoor dat je thuis dezelfde lijn vasthoudt.

    Therapie werkt het best als de tijd en omstandigheden meewerken. Leeftijd, hoe lang het probleem speelt en hoe de omgeving reageert, bepalen veel. Er bestaat geen snelle fix. Maar ik heb vaak gezien dat er wél mooie vooruitgang mogelijk is.

    Soms blijkt er een medische oorzaak te zijn. Pijn, allergieën, hormonale veranderingen. Het is dus niet vreemd als een therapeut je adviseert om eerst de dierenarts te laten meekijken.

    Hoe je een goede therapeut kiest

    Omdat het beroep niet beschermd is, is het slim om te zoeken naar iemand met een erkende opleiding of lidmaatschap bij een vereniging zoals de NVGH. Vraag gerust naar de methode die ze gebruiken. En of ze ervaring hebben met labradoodles of gevoelige rassen.

    Ik stel zelf altijd vragen als: 

    • Werk je met huisbezoeken? 
    • Hoe betrek je mij in het proces? 
    • Hoe lang duurt een traject meestal? 
    • En wat gebeurt er tussen de sessies?

    Praktische dingen tellen ook. Het budget. De tijd die je beschikbaar hebt. En of online begeleiding past bij jouw situatie.

    Bij verlatingsangst werkt online soms verrassend goed, omdat de therapeut je hond ziet zoals hij normaal is. Maar bij agressie of complexe spanning is een fysieke sessie vaak onmisbaar.

    labradoodle-in-het-gras-lekker-buiten

    Checklist om mee te nemen

    • Heb je ervaring met labradoodles?
    • Welke methoden gebruik je?
    • Wat is jouw rol en wat is mijn rol?
    • Hoe lang duurt het traject meestal?
    • Wat als het niet werkt?
    • Welke resultaten zijn realistisch?
    • Hoeveel sessies zijn er gemiddeld nodig?
    • Wat gebeurt er tussen de afspraken door?

    Therapeuten in Nederland

    Het NVGH heeft een overzicht gemaakt van aangesloten gedragstherapeuten in Nederland. Je kunt eenvoudig op de kaart klikken en je gewenste therapeut benaderen. 

    Ga naar: Vind een NVGH gedragstherapeut in de buurt.

    Kleine dingen die je zelf al kunt doen

    Ik merk dat structuur en rust vaak al veel brengen. Een voorspelbare dag, duidelijke wandelmomenten en voldoende rust thuis. Soms helpt het om even een stapje terug te doen als je merkt dat je hond te veel prikkels heeft gehad.

    Dat maakt de start met een therapeut vaak makkelijker. Je hond krijgt meer ademruimte en jij ook.

    Afsluiting

    Als je beter begrijpt waar het gedrag vandaan komt, voelt het allemaal minder groot. Het hoort bij een slimme, gevoelige hond om soms vast te lopen. En je staat er niet alleen in.

    Uiteindelijk zoeken jij en je labradoodle gewoon weer naar balans. Rust, aandacht en een beetje geduld brengen je verder dan je denkt.

  • Waarom jouw energie aan de lijn bepalend is voor je labradoodle

    Je labradoodle voelt jouw spanning aan de lijn feilloos aan. Ontdek hoe jouw energie zijn gedrag beïnvloedt en hoe je samen ontspannen kunt wandelen.

    Je loopt een blokje om met je labradoodle. De zon schijnt, je gedachten dwalen af naar werk, en ineens zie je in de verte een andere hond. Nog voordat je iets zegt, spant je hand de lijn iets aan. Je hond voelt het meteen. De oren gaan omhoog, de adem stokt. Daar is het al – spanning, van jou naar hem.

    Veel baasjes onderschatten hoe sterk honden onze energie voelen. Jij hoeft niets te zeggen; jouw ademhaling, tempo en lichaamshouding vertellen alles. En juist aan de lijn is dat effect het grootst.

    Wat er gebeurt tussen jou en je hond

    Een lijn is letterlijk een verbinding. Elke trilling, elke beweging gaat van jouw hand naar zijn halsband of tuig. Als jij gespannen bent, geef je dat onbewust door. Een hond die onzeker is, zoekt richting bij jou. En als hij daar spanning voelt, denkt hij: “Er klopt iets niet.”

    Het werkt ook andersom. Wanneer jij rustig bent, volgt je hond vanzelf. Niet omdat jij hem dwingt, maar omdat je vertrouwen uitstraalt. Honden spiegelen onze gemoedstoestand sneller dan we denken.

    Herkenbare voorbeelden

    • Je bent gestrest en houdt de lijn iets te strak. Je hond trekt juist harder.
    • Je bent relaxed, praat zacht en laat de lijn losjes hangen. Je hond loopt keurig naast je.
    • Je schrikt van een blaffende hond achter een hek. Je labradoodle schrikt mee – niet van die hond, maar van jouw schrik.

    Wat je kunt doen om rustiger te wandelen

    Het begint niet bij je hond, maar bij jezelf. Rust is besmettelijk, net als spanning. Dat vraagt geen perfectie, alleen aandacht. Hoe kalmer jij bent, hoe veiliger het voor je hond voelt. En dat merk je direct aan zijn gedrag.

    Praktische tips

    • Adem uit. Letterlijk. Als je spanning voelt, haal één keer diep adem en laat je schouders zakken.
    • Gebruik een korte pauze. Blijf even stilstaan, laat je hond snuffelen en ontspan je hand.
    • Laat los. Niet alleen de lijn, ook de controle. Vertrouw erop dat jouw hond het ook wel kan.
    • Kijk niet te ver vooruit. Zie je een hond aankomen, richt je dan eerst op je eigen ademhaling in plaats van op wat er “kan” gebeuren.
    • Sluit de wandeling rustig af. Geen haast terug naar huis. Laat het tempo zakken, zodat jullie allebei ontspannen eindigen.

    Tot slot

    Je hond hoeft niet perfect te luisteren. Hij heeft vooral behoefte aan jouw rust, niet aan jouw controle. Iedere wandeling is een oefening in kalmte – voor jullie allebei.

    Hoe rustiger jij loopt, hoe meer je labradoodle je volgt – niet omdat hij moet, maar omdat het veilig voelt.

  • Is de Labradoodle écht allergievriendelijk?

    Veel mensen vallen voor de labradoodle, omdat ze ‘niet verharen’ en dus ideaal zouden zijn voor mensen met een allergie. Maar klopt dat eigenlijk wel? Of is het vooral een hardnekkige mythe die te vaak wordt herhaald? Tijd om het rustig en feitelijk te bekijken: wat zegt de wetenschap, en wat merken baasjes in de praktijk?

    Allergieën & honden: wat veroorzaakt het?

    De meeste mensen zijn niet allergisch voor hondenharen zelf, maar voor het eiwit Can f 1. Dat zit in huidschilfers, speeksel en urine van alle honden — dus ook van Labradoodles. Dat eiwit komt via kwispelende staarten, vachtverzorging en knuffelmomenten in huis terecht.

    • Honden die minder verharen, verspreiden mogelijk iets minder huidschilfers in de lucht.
    • Regelmatig wassen en borstelen kan de hoeveelheid allergenen in huis beperken.
    • Maar: volledig “hypoallergeen” is geen enkel hondenras.

    Dat laatste wordt ook bevestigd in meerdere onderzoeken. In een studie uit 2012, gepubliceerd via het Amerikaanse National Institutes of Health, werd geen significant verschil gevonden tussen huizen met zogenoemde ‘hypoallergene honden’ en gewone honden als het gaat om het niveau van allergenen in de lucht.1

    Wat zegt onderzoek over de labradoodle?

    Wetenschappers hebben nog maar beperkt onderzoek gedaan naar Labradoodles specifiek. De paar beschikbare studies tonen aan dat sommige individuele honden iets minder allergenen produceren, maar gemiddeld is er geen statistisch bewijs dat Labradoodles structureel minder allergenen afgeven dan andere rassen.2

    Toch melden veel mensen met milde allergie dat ze bij een Labradoodle minder klachten ervaren. Dat kan te maken hebben met drie factoren:

    • Vachttype: doodles met een dichte, wolachtige vacht verliezen minder losse haren, waardoor huidschilfers minder snel verspreid raken.
    • Verzorging: regelmatig wassen, borstelen en stofzuigen helpt de hoeveelheid allergenen in huis te beperken.
    • Individuele gevoeligheid: elke allergie is anders — wat bij de één goed gaat, kan bij een ander alsnog klachten geven.

    Wil je meer leren over de verschillende vachttypes? Bekijk onze Rasbeschrijving of lees onze Verzorgingstips voor een gezonde, goed onderhouden vacht.

    Praktijkervaring van eigenaren

    Veel doodle-eigenaars met een lichte allergie merken dat het thuis beter gaat dan bij eerdere honden, vooral als ze de vacht goed bijhouden. Hun aanpak is vaak simpel, maar effectief:

    • Wekelijks borstelen en maandelijks wassen met een milde hondenshampoo.
    • Een vaste slaapplek voor de hond (bij voorkeur niet in bed).
    • Een stofzuiger met HEPA-filter of luchtzuiveraar gebruiken.

    Wie ernstige klachten heeft, doet er goed aan om voor aanschaf een allergietest te doen of een dag te logeren bij een fokker of gezin met labradoodles. Zo ontdek je of jouw lichaam reageert op de specifieke vacht en omgeving van de hond.

    Wat kun je hieruit meenemen?

    De labradoodle is niet “magisch” allergievrij — maar wél een ras dat bij sommige mensen met milde allergie beter verdragen wordt dan gemiddeld. Dat komt vooral door hun vachtstructuur en het feit dat veel baasjes bewust omgaan met verzorging en hygiëne. Toch blijft het persoonlijk: de enige manier om zekerheid te krijgen is testen, ervaren en eerlijk advies vragen aan je arts en fokker.

    De wetenschap is duidelijk: geen enkel ras is hypoallergeen. Maar een goed onderhouden doodle, met een wol- of fleecevacht, kan voor sommige gezinnen wél een haalbare en prettige keuze zijn.

    Bronnen

    1) Brunekreef B. et al. (2012). “Can f 1 levels in hair and homes of different dog breeds: Lack of evidence to describe any dog breed as hypoallergenic.” American Journal of Rhinology and Allergy. Beschikbaar via NIH PMC.

    2) Vredegoor DW. et al. (2012). “Allergen levels in different dog breeds: hypoallergenic dogs do not exist.” Journal of Allergy and Clinical Immunology. Zie PubMed.

  • Hoe lang moet je wachten op een Labradoodle-pup? Ongeveer de wachttijden in 2025!

    Je hebt de knoop doorgehakt: er komt een labradoodle in je leven. Je ziet het al helemaal voor je — dat vrolijke koppie, die zachte krullen, de wandelingen samen. Maar dan hoor je het: “De wachtlijst is… tja, het ligt eraan.” En precies dát is eerlijk: wachttijden verschillen sterk per fokker, formaat en planning. In dit artikel krijg je een realistisch beeld, met voorzichtige indicaties en tips om je wachttijd slim te gebruiken.

    Waarom zijn de wachttijden zo lang geworden?

    De labradoodle is razend populair. Verantwoorde fokkers werken kleinschalig, plannen een beperkt aantal nestjes en testen ouderdieren zorgvuldig. Dat is goed voor de honden, maar betekent ook dat vraag en aanbod niet altijd gelijk oplopen. Veel fokkers werken daarom met een wachtlijst of met inschrijving voor toekomstige nestjes. Sommige kennels sluiten (tijdelijk) de wachtlijst of communiceren pas bij een bevestigd nest — dat verschilt per fokker.

    • Bij diverse Nederlandse fokkers is er structureel een wachtlijst of wordt de planning per nest gecommuniceerd, soms zelfs met inschrijvingen richting 2026 (bijv. algemene wachtlijst open voor voorjaar/zomer 2026).1
    • Andere fokkers melden een gemiddelde wachttijd van circa 6 maanden (indicatie, afhankelijk van voorkeuren).2
    • Weer anderen starten kleinschalig en geven aan dat er “praktisch geen wachtlijst” is op dit moment — vooral bij nieuwe of kleine programma’s.3

    Conclusie: de wachttijd is geen vast getal maar een bandbreedte die per fokker, nestplanning, maat (mini/medium/standard) en jouw voorkeuren (kleur, vachttype, reu/teef) kan schuiven.

    Gemiddelde wachttijd per formaat (voorzichtig, indicatief)

    Er bestaan geen officiële landelijke cijfers per formaat. Op basis van wat fokkers publiekelijk delen, kun je het zó benaderen:

    • Mini: vaak de meest gewilde maat voor gezinnen en stedelijke huishoudens. Doorgaans enkele maanden wachten; bij populaire combinaties kan dit richting een jaar of langer schuiven. Concrete wachttijd altijd navragen.
    • Medium: veelgevraagd “middenformaat”. Sommige fokkers communiceren rond 6 maanden als gemiddelde indicatie, maar ook hier varieert het sterk per planning.2
    • Standard: iets minder gevraagd dan mini/medium bij sommige kennels; daardoor kán de wachttijd korter uitvallen. Toch blijven verschillen per fokker groot; check de actuele status.

    Belangrijk: zie deze punten als richtlijnen, geen garanties. De échte wachttijd hoor je bij de fokker zelf, in het hier en nu.

    Wat kun je doen terwijl je wacht? (voorbereiding & checks)

    Wachten hoeft geen verloren tijd te zijn. Integendeel: voorbereiding maakt straks het verschil.

    • Verdiep je in het ras: begin bij mijn Rasbeschrijving en ontdek wat een Labradoodle echt nodig heeft qua energie, verzorging en aandacht.
    • Check je thuissituatie: tijd, ritme en grenzen. Mijn Aanschafftips helpen je eerlijk kijken naar planning, opvang en gezin.
    • Plan je eerste weken: pups vragen rust, regelmaat en toezicht. Lees alvast over voorkomen en herkennen van verlatingsangst.
    • Vraag door bij fokkers: informeer naar huidige wachttijd, maatbeschikbaarheid (mini/medium/standard), socialisatieplan, gezondheidstesten en contract. Let op: sommige fokkers sluiten tijdelijk lijsten of werken zonder algemene wachtlijst en communiceren per bevestigd nest.4
    • Financieel vooruitdenken: naast de aanschafprijs komen er kosten voor voer, trimsalon, verzekering en training. Een budget maakt je rustiger en voorkomt verrassingen.

    Rust in de wachttijd

    Elke week die je nu investeert, betaalt zich dubbel terug. Zie de wachttijd als kans om straks een kalme, goed voorbereide baas te zijn. Jouw toekomstige doodle merkt het meteen: duidelijke routines, een zachte hand en realistische verwachtingen.

    Bronnen

    1) Wachtlijst open richting 2026 (voorjaar/zomer): algemene aankondiging van een Nederlandse fokkerij over beschikbaarheid en planning. geldersedoodles.nl.

    2) Indicatie “gemiddeld rond zes maanden” (afhankelijk van voorkeuren): orangeaussiedogs.nl – info voor pupkopers en margrietlabradoodles.nl – wachtlijst.

    3) “Praktisch geen wachtlijst” bij kleinschalige/nieuwe fokker (momentopname): casalabradoodle.nl – wachtlijst.

    4) Voorbeeld van andere wachtlijst-werkwijze (geen algemene lijst; communiceren per daadwerkelijk nest): dreamdoodles.nl – onze werkwijze. Daarnaast: updates/inschrijvingen per maat of tijdelijke sluiting, bijv. “medium wachtlijst dicht”. newlifelabradoodles.nl.

  • Honden laten kennismaken aan de lijn: wel of niet doen?

    Je kent het vast: je loopt met je labradoodle door het park en in de verte komt er een andere hond aan. Jij glimlacht, de andere baas ook. Voor je het weet staan jullie honden neus aan neus, met twee lijnen die in elkaar verstrikt raken. Nog voordat je iets kunt zeggen, begint een van de twee te grommen. Of te springen. Of allebei.

    Het voelt zo logisch – honden zijn sociale dieren, dus waarom zouden ze niet gewoon even mogen snuffelen? Toch is een ontmoeting aan de lijn meestal géén goed idee. En dat heeft meer te maken met onszelf dan met de honden.

    Waarom ontmoetingen aan de lijn vaak misgaan

    Een lijn beperkt niet alleen de beweging van je hond, maar ook zijn communicatie. Honden gebruiken subtiele lichaamstaal om elkaar te lezen: boogjes lopen, even wegkijken, langzaam naderen. Aan de lijn kan dat allemaal niet. Jij bepaalt het tempo, de richting en de afstand – niet je hond.

    Bovendien staat er spanning op de lijn. Letterlijk. Als jij je riem strak vasthoudt, voelt je hond die spanning direct. Voor hem betekent dat: “er is iets aan de hand”. En dat kan het moment van begroeten al beladen maken, nog voor er iets gebeurt.

    Drie herkenbare situaties

    • Je hond wil snuffelen, maar jij houdt de lijn iets te strak uit angst dat het misgaat – precies dát zorgt voor spanning.
    • De andere baas heeft een uitrolriem en laat zijn hond enthousiast op jouw labradoodle afrennen – jouw hond weet niet waar hij aan toe is.
    • Beide honden staan neus aan neus terwijl de lijnen draaien en trekken – niemand kan nog weg, en dan escaleert het.

    Wat je beter kunt doen

    Laat je hond niet zomaar elke hond begroeten. Dat is niet asociaal, dat is verstandig. Jij bent de baas van de situatie, niet van de ander. En soms betekent dat: gewoon vriendelijk doorlopen.

    Een hond hoeft niet met elke soortgenoot vrienden te zijn – net zoals jij niet met iedereen een praatje hoeft te maken in de supermarkt.

    Praktische tips

    • Gebruik een losse lijn. Hoe losser de lijn, hoe rustiger je hond zich voelt.
    • Loop rustig door als je spanning voelt. Je hond voelt jouw aarzeling feilloos aan.
    • Laat ontmoetingen liever los plaatsvinden. In een losloopgebied of op neutraal terrein kan een hond zijn lichaamstaal beter gebruiken.
    • Kijk naar signalen. Snuffelen, boogjes lopen, wegkijken – dat zijn tekenen van rust. Springen, staren of stijve houding betekent: spanning.
    • Wees niet bang om “nee” te zeggen. Zeg gerust: “Mijn hond vindt begroeten aan de lijn niet prettig.” De meeste baasjes begrijpen dat prima.

    Tot slot

    Je hond hoeft niet elke andere hond te ontmoeten om sociaal te zijn. Rust, voorspelbaarheid en duidelijke grenzen zijn minstens zo belangrijk. Soms is het vriendelijkste wat je kunt doen: gewoon doorlopen.

    Want echte ontspanning aan de lijn begint bij jouw keuze om het moment niet te forceren.

  • Is een Y-tuig echt beter voor je hond?

    Iedere Labradoodle-eigenaar kent het: je wil gewoon een fijne wandeling maken, maar je hond trekt, blijft stilstaan of schiet ineens een andere kant op. Dan is een goed tuigje geen luxe, maar pure noodzaak. Alleen: welk tuig kies je? Er zijn er zó veel: jachtlijnen, halsbanden, antitrektuigen, Y-tuigen. En iedereen heeft er een mening over. Tijd om het simpel te maken: wat is een Y-tuig precies, waarom kiezen veel hondeneigenaren hiervoor, en wanneer is het de beste optie voor jouw hond?

    Wat is een Y-tuig?

    Een Y-tuig is een type hondentuig dat de vorm van een Y heeft over de borst van de hond. De band loopt tussen de voorpoten door en over de borst naar boven, waardoor de schouders vrij blijven. Dat klinkt misschien technisch, maar het heeft een belangrijk voordeel: je hond kan vrij en natuurlijk bewegen tijdens het lopen, rennen en spelen.

    Bij labradoodles, die vaak een actieve bouw en soepele schouders hebben, voorkomt een Y-tuig schuurplekken onder de oksels en beperkingen in de beweging. Het voelt comfortabeler aan en verdeelt de druk beter dan een klassieke halsband of horizontaal tuig.

    Verschillende manieren van aanlijnen

    Er zijn meerdere manieren om je hond aan te lijnen, maar de drie meest gebruikte zijn:

    1. De halsband

    Een halsband is licht en eenvoudig. Prima voor honden die rustig meelopen en niet trekken. Maar bij een hond die af en toe een ruk aan de lijn geeft — of enthousiast reageert op alles wat beweegt — kan dat hard aankomen. Zeker bij gevoelige rassen zoals de Labradoodle, waar nek- en rugspieren snel overbelast raken. Een paar keer flink trekken kan al tot pijn of stijfheid leiden.

    2. De jachtlijn

    Een jachtlijn is een riem en halsband in één. Handig voor goed getrainde honden die veel loslopen of zwemmen. Maar bij honden die trekken of corrigeren niet gewend zijn, is het minder geschikt. Zonder stop kan de lus zelfs te strak trekken, en dat is niet diervriendelijk.

    3. Het Y-tuig

    Het Y-tuig is ontworpen om de druk gelijkmatig over de borst te verdelen, in plaats van op de nek. De schouders en oksels blijven vrij, wat zorgt voor maximale bewegingsvrijheid. Dat is niet alleen prettiger voor je hond, maar ook veiliger voor zijn gewrichten en spieren. Zeker bij jonge labradoodles, die nog in de groei zijn.

    “Een goed passend Y-tuig voelt voor een hond niet als een beperking, maar als vrijheid aan een lijntje.”

    Y-tuig versus horizontaal tuig

    Een horizontaal tuig heeft een band die recht over de borst loopt, ter hoogte van de schouders. Dat kan de beweging belemmeren, vooral bij middelgrote en kleine honden. Sommige grote honden hebben er minder last van, maar bij de meeste labradoodles werkt het juist averechts: ze gaan compenseren in hun houding of krijgen irritatie onder de oksels.

    Een Y-tuig sluit beter aan bij de natuurlijke bouw. Het voorkomt druk op de schouders, laat de borst vrij en is ideaal voor lange wandelingen of actieve honden. Merken zoals Hurtta, Ruffwear en Hunter staan bekend om goed ontworpen Y-tuigen met zachte padding en stevige sluitingen. Zo zit het tuig niet alleen comfortabel, maar ook veilig.

    Een tuig voor in de auto

    Ga je met de auto op pad? Dan is een tuig niet alleen handig, maar zelfs essentieel voor de veiligheid. Bij een plotselinge remactie of botsing kan je hond door de auto vliegen — en met een halsband zou al die kracht op zijn nek terechtkomen. Dat wil je niet. Een autotuig verdeelt de druk over de borst, waardoor de kans op letsel veel kleiner is.

    Zowel Ruffwear als Hunter maakt speciale tuigjes die geschikt zijn voor autoritten. Ze zijn stevig, comfortabel en makkelijk te bevestigen aan een gordel of veiligheidssysteem. Een kleine moeite voor veel gemoedsrust.

    Easy Walk-tuig: hulp bij trekken

    Heb je een hond die veel aan de lijn trekt? Dan kan een easy walk tuig (zoals de Halti tuig) helpen. Het zorgt ervoor dat de lijn iets aan de zijkant trekt, waardoor je de aandacht van je hond makkelijker terugkrijgt. Zo leer je samen op een rustige, ontspannen manier wandelen.

    Let wel: dit is geen wondermiddel. Als de hond veel spanning of opwinding heeft bij het wandelen, is het goed om ook te kijken waarom hij trekt. Is het enthousiasme, onzekerheid of simpelweg een gebrek aan training? Met hulp van een gedragsspecialist pak je de oorzaak aan, niet alleen het gevolg.

    Hoe kies je het juiste tuig?

    Geen hond is hetzelfde — ook niet binnen hetzelfde ras. Let bij het kiezen van een tuig op:

    • De bouw van je hond – een slanke labradoodle heeft andere verhoudingen dan een brede labrador.
    • De pasvorm – het tuig mag niet knellen, schuiven of te los zitten.
    • Het materiaal – kies voor een zacht gevoerde binnenkant (nylon met padding of neopreen).
    • Het gebruik – wandelen, hardlopen, autoritten of training? Elk doel vraagt iets anders.

    Vraag in een dierenspeciaalzaak om het tuig te passen. De juiste maat maakt het verschil tussen een hond die meeloopt en een hond die tegenwerkt.

    Tot slot

    Een Y-tuig is voor de meeste labradoodles een comfortabele, veilige en diervriendelijke keuze. Het geeft bewegingsvrijheid, voorkomt druk op de nek en maakt wandelingen prettiger voor jullie allebei. Kijk naar de bouw van je hond, probeer verschillende merken en luister vooral naar wat hij je laat zien. Een hond die zich fijn voelt, loopt vanzelf met plezier met je mee.

    De juiste uitrusting maakt het verschil tussen trekken en samenlopen. En daar draait het uiteindelijk om.