Blog

  • Labradoodle verzorgen: wat te doen bij wormen?

    Labradoodle verzorgen: wat te doen bij wormen?

    Wormen zijn niet alleen erg vervelend voor je hond, ze kunnen ook een risico vormen voor je eigen gezondheid en die van jonge kinderen. Veel voorkomende wormen zijn bijvoorbeeld de spoelworm en lintworm. Je Labradoodle kan ze overal oplopen. Let dus goed op. Hieronder leggen we uit wat voor wormen het zijn en wat je er tegen moet doen (lees ook dit artikel over vlooien bij de Labradoodle).

    Lintwormen

    Lintwormen zijn platte wormen die zich aan de darmwand, van de dunne darm, van je hond bevestigen. Als baas kan je lintworminfecties zien omdat er kleine witte wormpjes in de ontlasting van de hond zitten. De lintworm wordt vooral door eitjes van vlooien overgebracht. Als je hond een besmette vlo heeft opgegeten, komt de larf in zijn darmkanaal tot ontwikkeling.

    Bij honden met lintwormen komen meestal geen problemen voor, alleen jeuk aan de anus. De hond gaat dan met zijn kont over de grond heen schuren, ook wel sleetje rijden genoemd. Bij een lintworminfectie kun je soms rond de anus en op zijn ligplaats kleine stukjes van de lintworm zien. Bij ernstige infecties kan buikpijn, geringe diarree en afvallen voorkomen.

    Voor het ontdoen van lintwormen bij de hond zijn diverse middelen verkrijgbaar, bijvoorbeeld bij Zooplus. Om lintwormen te voorkomen is het belangrijk om je hond goed te ontvlooien.

    lintworm-bij-honden

    Spoelwormen

    Spoelwormen komen regelmatig terug. Pups worden al via moedermelk besmet. Spoelwormen worden ook verspreid door de ontlasting. Alle plekken waar katten en honden lopen zijn besmettingsplaatsen. Dit gebeurt al door ‘rond te snuffelen’. Dus ook in je eigen achtertuin.

    De spoelwormen veroorzaken diarree, vermagering en stagnerende groei. In ernstige gevallen is de pup mager, maar heeft hij wel een opgezwollen buik. Het kan zelfs voorkomen dat hij wormen uitbraakt. Ze zien eruit als spaghetti-achtige slierten. De hond krijgt ook vaak een doffe vacht.

    Pups zijn gevoeliger voor spoelwormen dan volwassen honden. Puppy’s krijgen het zogeheten ‘wormenbuikje’. Een pup krijgt dan een opgezette buik, maar blijft verder mager en groeit slecht. Door de spoelwormen werken de darmen niet goed en krijgt de pup last van diarree, gasvorming en gaat braken.

    Een spoelworm leeft in de darm en is niet te zien. Bij ernstige infecties kan de hond de spoelwormen uitspugen en zie je witte wormpjes (elastiekjes) van 4 tot 12 cm groot. Zie je een kleinere worm? Dan is het een lintworm. De dierenarts onderzoekt de hond op spoelworm door ontlastingsonderzoek, waarbij er gezocht wordt naar microscopisch kleine wormpjes.

    spoelworm-bij-honden

    Elke pup wordt geboren met spoelwormen. Het advies is om pups vanaf een leeftijd van 2 weken, elke 2 weken te ontwormen totdat 2 maanden oud zijn. Je fokker is, als het goed is, hiermee al begonnen op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken. Daarna moet je de pups maandelijks ontwormen totdat de pups 6 maanden oud zijn.

    Volwassen honden met spoelwormen hebben geen ziekte beeld. Het ontwormingsadvies voor volwassen honden is ongeveer 3 tot 4 keer per jaar. Let vooral op bij diarree en met kleine kinderen.

    Spoelwormen kan je niet echt voorkomen, maar als je het wil verminderen let dan vooral op het volgende:

    • Laat je hond uit op een plek met weinig hondenpoep
    • Ruim de ontlasting van je hond op en vraag andere mensen dit zelfde te doen.
    • Gooi de ontlasting bij het restafval.
    • Ontworm je hond regelmatig.

    Door ontwormen en vaccineren niet te laten samenvallen, voorkom je eventuele problemen. Probeer er een paar dagen tussen te laten zitten.

    Haakwormen

    Haakwormen zijn erg klein (een centimeter lang) en komen in Nederland soms voor. Een hond krijgt een haakworm doordat de worm binnen dringt in de huid (meestal via de poten), bijvoorbeeld tijdens een wandeling. Haakwormen leven in de dunne darm en voeden zich met het bloed van jouw hond.

    Symptomen zijn bloederige diarree en bloedarmoede. Dit kun je herkennen aan witte slijmvliezen bij de ogen en blank tandvlees. Andere symptomen zijn een langzame groei (bij pups en junioren) en verlies van conditie.

    Hartwormen

    Tot slot zijn er hartwormen. Deze wormen komen alleen bijna niet voor in Nederland. De hartworm leeft vooral in Frankrijk, Spanje, Italië en andere landen rond de Middellandse zee. Dus mocht je hier naar op vakantie, controleer je hond goed op deze wormen. Deze worm wordt overgebracht door muggen. In het lichaam van de hond groeit de worm tot 20 cm lang en zit rond het hart en de longslagaders.

    Symptomen zijn:

    • Koorts
    • Benauwdheid
    • Vermoeidheid
    • Gewichtsverlies
    • Hoesten
    • Hartritmestoornissen

    Heb je het idee dat je hond hier last van heeft? Ga dan snel naar een dierenarts in de buurt en laat je hond controleren. Wacht hier niet te lang mee!

  • Vlooien bij de Labradoodle: wat te doen?

    Vlooien bij de Labradoodle: wat te doen?

    Vlooien, het kan voorkomen bij je hond of kat. Zo ook je (Australian) Labradoodle. Veel baasjes onderhouden hun hond goed en geven ze bijvoorbeeld schapenvet (met knoflook) of fenegriekzaad. Een goede weerstand en voeding zijn heel belangrijk tegen vlooien. Dit helpt het immuunsysteem.  Alleen je kan het nooit voorkomen. In dit artikel vertellen we je wat je hieraan kan doen en hoe je jouw hond goed moet verzorgen.

    Vlooien voeden zich met het bloed van de hond. Ze veroorzaken jeuk en huidklachten en kunnen infecties overdragen. Een hond kan ook allergisch zijn voor het speeksel van de vlo en dat kan ernstige huidaandoeningen tot gevolg hebben. Daarom moet je vlooien zo goed mogelijk bestrijden.

    In dierenwinkels, of online bij Zooplus of Bol.com, en bij de dierenarts zijn allerlei middelen verkrijgbaar om vlooien te bestrijden. De middelen zijn:

    • Druppels voor in de nek.
    • Druppels voor in het voer.
    • Vlooienband.
    • Lang werkende sprays.
    • Vlooienpoeders.

    Je moet niet alleen je hond vrij van vlooien houden, ook je huis moet vlooi vrij zijn. Om opgezogen vlooien en eitjes te doden kun je na het legen of verwisselen van de stofzuigerzak een stukje vlooienband opzuigen. Een andere optie zijn sprays. Kies een spray die zowel volwassen vlooien als larven doodt.

    Vlooien kunnen ook op andere huisdieren overgaan en het is belangrijk dat je die ook behandelt tegen vlooien.

    Let op bij de toepassing van de spray. Wanneer je een aquarium in huis hebt staan moet je deze goed afdekken. Als de spray op het water neerslaat is dat dodelijk voor de vissen.

    Heeft je Labradoodle wormen? Lees dan dit artikel “Labradoodle verzorgen: wat te doen bij wormen?”

  • Een Labradoodle trimmen of laten trimmen?

    Een Labradoodle trimmen of laten trimmen?

    Veel mensen kiezen voor een Labradoodle omdat deze veel minder verhaart dan andere honden (lees hier meer over de Labradoodle vacht). En dat is prettig als je allergisch bent voor los vliegende haren. Helaas zijn er wel veel mensen die er niet over nadenken dat een Labradoodle toch getrimd moet worden. Wij vertellen je graag meer over de Labradoodle trimmen of de hond laten trimmen door een professionele trimsalon.

    Moet je een Labradoodle trimmen?

    Het antwoord is ja! De hond verhaart niet zo heftig als een andere hond, maar toch zie je kleine vlokjes rond z’n vacht. Dit betekent dat de haren blijven groeien. Zeker in de zomer zien we dan ook veel Labradoodles rondlopen die even lekker naar de trimsalon zijn geweest.

    Als je een Labradoodle niet laat trimmen of niet zelf trimt, dan worden de haren te lang. Dit heeft nare gevolgen, niet alleen voor jou als eigenaar van de hond, maar vooral ook voor de hond zelf. Een Labradoodle trimmen is dus heel belangrijk. Ook bij een fleece vacht.

    Wat gebeurt er als ik de hond niet trim? 

    Er zijn mensen die een Labradoodle trimmen teveel werk vinden en die het ook te duur vinden om te laten trimmen in een trimsalon. Dit kan nare gevolgen hebben.

    Je zal zien dat je hond er steeds slechter uit gaat zien en dat deze zich ook ongelukkiger gaat voelen. Hij kan last krijgen van jeuk en er kunnen behoorlijke klitten in de vacht ontstaan. De hond kan niet meer uit de ogen kijken en bij het doen van de behoefte blijft er van alles in de vacht hangen.

    Kan je het zelf doen?

    Ja, dit kan je zeker! Een Labradoodle trimmen is eigenlijk niet moeilijk. Je moet de juiste spullen hebben, denk aan een goede kam, en het kan geen tijd om online te zoeken naar voorbeeld video’s. Pas wel op bij het kammen en behandelen. Je kan de hond snel pijn doen.

    Heb geduld tijdens het kammen. Het zal niet de eerste hond zijn die het trimmen niet leuk vindt en daardoor niet stil blijft staan.

    De hond naar de trimsalon

    Je kan de Labradoodle laten trimmen bij een trimsalon in je eigen omgeving. Er zijn er zoveel in Nederland dat er eigenlijk altijd wel eentje ‘om de hoek’ te vinden is. Een Labradoodle trimmen is een vak apart. Als je niet zeker bent van je eigen kwaliteiten, laat het dan over aan de professionele trimmer.

    Trimmen in de winter – minder vaak, maar slimmer

    In de winter twijfelen veel baasjes: laten we de vacht groeien tegen de kou, of trimmen we door? De beste aanpak ligt in het midden.

    Laat de vacht iets langer, maar borstel vaker. Een te volle vacht houdt vocht vast en gaat klitten. Let op sneeuw en modder. Lang haar bij poten en buik zuigt water op en kan zelfs bevriezen. Binnen is het warm. Door de verwarming kan de huid uitdrogen, dus verzorg de vacht met een hydraterende spray of olie. Verzorgingstips: gebruik een slickerborstel en kam tot op de huid. Een antiklit-spray met aloë vera helpt om de vacht soepel te houden.

    💡 Praktische tip: plan in de winter één onderhoudsbeurt minder, maar verleng het borstelmoment naar twee keer per week.

  • Labradoodle verzorging: hoe moet je een Australian Labradoodle knippen?

    Labradoodle verzorging: hoe moet je een Australian Labradoodle knippen?

    Een Australian Labradoodle heeft een prettige vacht. Of het nou een fleecevacht of wolvacht is, je zal het altijd moeten verzorgen en knippen. Anders ziet je Australian Labradoodle er straks minder mooi uit. In dit artikel leggen we je uit hoe je de hond moet knippen.

    Het haar in het gezicht van de Australian Labradoodle groeit heel snel. Het is voor jou en de hond prettig om de ogen vrij te houden. Om het gezicht van de hond te knippen trek je een denkbeeldige lijn van de ene ooghoek naar de andere. Je kamt het haar vervolgens omlaag en knipt het af. Zo houd je de ogen vrij.

    Ook de baard en de snor moeten goed worden bijgehouden en kort geknipt worden. Dan blijft er ook niet veel viezigheid rond de bek hangen. Wel moet je de kop rond knippen. Het haar onder de hangende oren moet lekker kort gehouden worden, zo krijgen klitten op deze plek minder kans en krijgen de oren bij beweging frisse lucht.

    Het knippen van de poten is prettig omdat de Australian Labradoodle niet verhaart, maar wel vuil mee naar binnen neemt. Knip het overhangende haar van de poten weg, maar zorg dat de tenen niet zichtbaar zijn. Tussen de kussentjes kan je met een klein schaartje het haar lekker kort houden.

    Verder is het handig om de buik heel kort te knippen, zodat daar niet te veel vuil blijft hangen. Zodoende zal het ook minder klitten. Wees wel zorgvuldig met knippen en zorg ervoor dat de kale buik niet te zien is als de hond gaat zitten.

    Houd de vacht ook goed kort rond de anus en het staatinplant. Zo kan er geen poep aan de haren blijven hangen en zorgt het voor een frisser effect. Als je dit niet bijhoudt dan zal de Australian Labradoodle moeite krijgen met z’n behoefte te doen. Door dichtgeplakt haar zit er dan een soort zegel op de anus en is de uitgang afgesloten.

  • Labradoodle verzorging: borstelen en wassen

    Labradoodle verzorging: borstelen en wassen

    De vacht van de Australian Labradoodle is ideaal voor mensen met een allergie omdat hij minder verhaart. Alleen het is wel belangrijk dat je de vacht goed onderhoud en dat kost tijd. Sowieso elke 2 dagen borstelen zorgt ervoor dat de vacht in goede conditie blijft. In dit artikel vertellen we je alles over borstelen en wassen.

    Borstelen

    De meest voorkomende fout is dat men denkt de hond goed te borstelen, maar alleen de bovenkant behandelt. De onderkant wordt dan niet meegenomen. Na een borstelbeurt lijkt de hond er mooi uit te zien, maar de schok is groot als er aan de onderkant van de vacht grote en gevilte klitten blijken te zitten. Die worden dan over het hoofd gezien.

    Hoe borstelen?

    Je begint met het haar in lagen te spreiden en dan tegen de richting van de haargroei in te borstelen. Daarna borstel je laag voor laag met de groeirichting mee. Een goede borstel is de “Activet borstel”. Begin altijd onderaan en werk dan laagje voor laagje naar boven (lees ook dit artikel over de vacht). Dus onderaan de poot beginnen en dan langzaam naar de buik en de rug en zo naar het hoofd.

    Borstel met stevige slagen en als de vacht erg geklit is, dan kun je met talkpoeder de klit ontvetten. Mocht dit niet lukken? Dan kun je de klit altijd doorknippen. Knip altijd met de haarrichting mee. Na afloop kan de hond er pluizig uitzien. Gebruik dan een plantenspuit en spray water over de vacht. De vacht zal meteen herstellen en gaan krullen.

    labradoodle-verzorging-borstelen-en-wassen

    Wassen

    Het advies is om de Australian Labradoodle niet te vaak te wassen. In principe hoeft de hond niet gewassen te worden omdat de vacht een zelfreinigend vermogen heeft. Mocht het echt niet anders kunnen, bijvoorbeeld omdat de hond enorm vies is, kies dan een milde shampoo.

    Houd er wel rekening mee dat met te veel wassen, het evenwicht van de vacht en de huid verloren gaat. Af en toe even afspoelen is vaak genoeg om het stof uit de vacht te krijgen.

    labradoodle-verzorging-borstelen-en-wassen-foto-nat

    Maak het je zelf gemakkelijk

    Tot slot willen we je nog een handige tip geven. Om het je zelf gemakkelijk te maken als je de Australian Labradoodle gaat borstelen, is het handig om de hond op een hoge tafel te plaatsen. Dit is beter voor jezelf en de hond. Maak je hond vast aan de riem en borst goed door. Een tip is om de hond te laten liggen, dan is hij rustiger en kan je overal goed bij. Op jonge leeftijd starten is zeker een must.

    Leer de hond dat borstelen moet en stel hem gerust. Het is geen speeltijd, dus sta speels gedrag ook niet toe. Tijdens het borstelen of achteraf belonen is altijd goed!

  • Labradoodle vacht: fleecevacht of wolvacht

    Labradoodle vacht: fleecevacht of wolvacht

    Laten we eerst beginnen te zeggen dat de vacht van de Australian Labradoodle bijzonder te noemen is. Het maakt de hond uniek voor mensen met een allergie. De Australian Labradoodle heeft 2 soorten vacht, namelijk de fleecevacht of de wolvacht. Lees hieronder meer.

    Doordat de Australian Labradoodle niet verhaart kunnen mensen met een allergie voor huisdieren prima deze hond in huis halen. Maar dat is niet alles, met bepaalde eigenschappen is de vacht op z’n mooist.

    De vacht is op z’n mooist als deze ongeveer 10 – 15 cm lang is. De haren zijn recht, golvend of in spiraalvorm in lagen vallen. De vacht mag niet te dik of te vol zijn, maar ook zeker niet pluizig of dun.

    Fleecevacht

    De haren van de fleecevacht moeten licht en zijdeachtig aanvoelen. Het mag bijna stijl maar ook golvend zijn.

    Wolvacht

    De wolvacht is veel dikker dan de fleecevacht. De Australian Labradoodle lijkt dan meer op een schaap en hij moet er bijna zo uitzien als pijpenkrullen. Deze vacht is lastiger te onderhouden dan de fleecevacht.

    Unieke eigenschappen

    Beide vachten hebben geen ondervacht, geven geen geur af en mogen niet verharen. De vacht van de Australian Labradoodle is, als je het vergelijkt met andere honden, een onderhoudsvriendelijke vacht. Het unieke is dat de nieuwe vacht door de oude heen groeit.

    Je kan helaas niet voorkomen dat er allergenen in de vacht achterblijven, bijvoorbeeld pollen van grassen. Het is belangrijk dat je de vacht dus schoon en allergeenvrij houdt, om allergische reacties te voorkomen. Een regelmatige  verzorging van de vacht is dus nodig!

    Ons advies is om in ieder geval de hond 3x per week te kammen en borstelen. Een stevige borstelbeurt is wel noodzakelijk en het voordeel is dat de hond hieraan gewend raakt. Je begint beneden met borstelen en je werkt dan van laagje voor laagje naar boven. Begin bij de poten en werk zo naar de kop.

    Het is verder heel normaal dat de vacht van de pup verandert als hij volwassen wordt. Deze verandering vindt plaats tussen de 9e en de 14e maand.

    Tip: regelmatig korter knippen

    Het advies is om de vacht van de Australian Labradoodle regelmatig iets korter te laten knippen. Dit scheelt een hoop onderhoud voor jezelf en de hond. Maar pas op, laat de hond niet zomaar scheren. Dat is lang niet altijd nodig.

  • Dit zijn de 12 kleuren van de Australian Labradoodle

    Dit zijn de 12 kleuren van de Australian Labradoodle

    De Australian Labradoodle is er tegenwoordig in veel verschillende kleuren. Van zwart tot rood tot zilver. In dit artikel hebben we alle kleuren op een rij gezet en leggen we uit wat Parti en Phantom betekent.

    Oplichten van de vacht

    Veel mensen maken zich zorgen als de vacht oplicht qua kleur, maar dit is heel normaal en hoef je je geen zorgen over te maken. Dit komt omdat de Australian Labradoodle graag buiten is en door het zonlicht krijgen ze aan de punten andere kleuren.

    1. Abrikoos

    Deze kleur kan je vergelijken met de binnenkant van een rijpe abrikoos. De kleur kan verschillen van licht tot donker. De kleur van de neus is zwart.

    2. Blauw

    Wanneer een Australian Labradoodle deze kleur heeft kan het van donker tot grijzig blauw zijn. Ongeveer te vergelijken met de kleur van olie. Alle blauwharige Australian Labradoodles worden zwart geboren maar hebben wel een blauw/grijze huid.

    De blauwe vacht ontwikkelt zich daarna de eerste 3 jaar. Het pigment van de neus is roze, maar wel in dezelfde kleursamenstelling als de vacht.

    3. Café

    Deze kleur verschilt van melkchocolade tot zilver/beige. Ook deze kleur ontwikkelt zich in de eerste 3 jaar en de neus is bij deze soort roze.

    4. Chocolade

    Bij de chocolade kleur moet je denken aan de pure, donkere, chocolade. Echte chocolade puppies worden bijna zwart/bruin geboren en houden deze donkere kleur voor de rest van hun leven. De neus is roze.

    5. Crème

    Deze kleur lijkt het meest op crème met tinten abrikoos en karamel erdoor. Het pigment van de neus is zwart of roze.

    6. Kalk

    De kalkkleur zit tegen het witte aan, maar je de Australian Labradoodle naast wit houdt zie je dat hij of zij meer een kalkkleur heeft. Het pigment van de neus is roze of zwart.

    7. Karamel

    Van donker goud tot abrikoos met een egale tint over het hele lichaam. Dat is hoe de karamel kleurige Australian Labradoodle eruit ziet. Ook hier is de neus roze.

    8. Lavendel

    De lavendelkleur is een gerookt lavandel/bruin uitziende kleur, met een lilakleurige gloed. Lavendelkleurige Australian Labradoodles worden bruin geboren en de kleur ontwikkelt zich in de eerste 3 jaar. Deze kleur zie je zelden.

    9. Parchment

    Deze kleur is een soort beige die doet denken aan een kop koffie met veel melk. Deze honden worden geboren met een kleur melkchocolade en na één tot drie jaar verandert de kleur in Parchment. De neuzen zijn altijd roze.

    10. Rood

    Wanneer je een rode Australian Labradoodle koopt moet hij of zij een egale, dieprode kleur hebben. Een echt rode hond mag niet lichter zijn bij de wortels. Roodharigen kunnen wel oplichten naarmate ze ouder worden. Het pigment van de neus is altijd zwart.

    11. Zilver

    Deze kleur kan in verschillende kleuren voorkomen. Van licht tot donker. De meeste Australian Labradoodle liefhebbers willen een egale kleur zien, maar dat hoeft niet. Zilveren Australian Labradoodles worden zwart gebeuren en daarna ontwikkelt de kleur zich. De neus is zwart.

    12. Zwart

    De zwarte Australian Labradoodle moet helemaal zwart zijn. Er mag geen andere kleur in de vacht voorkomen. Ook de neus is zwart.

    Wat is Parti en Phantom?

    Dit zijn Australian Labradoodles met meerdere kleuren. De parti heeft 50% witte vlekken in zijn vacht en één andere kleur. De phantom heeft meerdere kleuren in de vacht.

  • De uiterlijke kenmerken van een (Australian) Labradoodle

    De uiterlijke kenmerken van een (Australian) Labradoodle

    Een Australian Labradoodle is niet alleen lief van karakter, maar ziet er ook lief uit. Net als voor andere honden heeft een Australian Labradoodle ook specifieke kenmerken en eisen waar ze aan moeten voldoen. Omdat het ras geen erkend hondenras is (niet erkend door Federation Cynologique Internationale), ontstaan er wel eens afwijkingen. Gelukkig komt dit tot op heden nog zelden voor. In dit artikel lees je alles over de uiterlijke kenmerken van de Australian Labradoodle.

    De Australian Labradoodle ziet er gezond, levenslustig en sierlijk uit. De vacht valt het meeste op. Deze verhaart niet en verspreidt geen onaangename luchtjes. Dit komt o.a. omdat de Australian Labradoodle geen ondervacht heeft en dit zorgt er voor dat ook mensen met een allergie deze hond prima in huis kunnen nemen.

    Verder zijn dit de specifieke kenmerken waar de Australian Labradoodle aan dient te voldoen. Omdat het ras niet erkend is, zijn dit meer richtlijnen dan harde eisen.

    Grootte

    De Australian Labradoodle is er in 3 formaten. De hoogte wordt gemeten vanaf de plek waarde nek overgaat in de rug tot aan de grond. De 3 formaten zijn:

    1. Mini: 35 cm – 42 cm
    2. Medium: 43 cm – 52 cm
    3. Standaard: 53 cm – 63 cm

    Gewicht

    Het gewicht varieert van ongeveer 7 kg tot 30 kg.

    Ogen

    De ogen zijn groot, levendig, lief, vriendelijk en ovaal van vorm. De Australian Labradoodles hebben mooie lange wimpers die je beter niet moet afknippen.

    de-uiterlijke-kenmerken-van-een-australian-labradoodle

    Kop

    De kop is breed met welgevormde wenkbrauwen. De ogen staan wat verder uitelkaar en het voorhoofd is korter dan het schedel. Bij mooie Australian Labradoodles is de kop in verhouding tot het lichaam.

    Neus

    De neus is groot, breed en meer vierkant dan rond. De grote vierkante neus is een echt kenmerk van de Australian Labradoodle. Hij mag niet puntig of smal zijn.

    Oren

    De aanhechting van de oren begint iets boven de ogen. Ze hangen langs de kop en zijn in verhouding tot de kop van de hond. Let op dat er niet te veel haar in de oren groeien. Qua lengte mogen de oren ook de onderkaak niet passeren.

    Mond

    Het schaargebit is het beste gebit. De boventanden moeten iets over het ondergebit heen staan. Het tandvlees moet gezond en doorbloed zijn.

    de-uiterlijke-kenmerken-van-een-australian-labradoodle-loopje

    Voorpoten

    De voorpoten zijn lang in verhouding tot het lichaam. Ze zijn wel gestructureerd, heel sterk en dikke voetzolen (kussentjes). De voeten mogen niet naar buiten of naar binnen wijzen.

    Achterpoten

    De achterpoten en dijen zijn sterk ontwikkeld, waardoor de Australian Labradoodle hoog kan springen. Soms tot wel 1.8 meter. Verder is een Australian Labradoodle snel, soepel en atletisch. Als je de hond ziet rennen lijkt hij te zweven en de poten zet hij keurig naast elkaar neer.

    Staart

    De staart begint vrij laag en krult omhoog.

  • Labradoodle pups te koop: waar moet je op letten?

    Labradoodle pups te koop: waar moet je op letten?

    Als je hebt besloten om een Labradoodle pup in huis te nemen, let je natuurlijk goed op waar ze te koop worden aangeboden. Als je besluit tot de aanschaf van een pup, dan is het wel raadzaam om op een aantal dingen te letten. Zo voorkom je dat je een kat in de zak koopt en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

    Je wilt immers een lieve, speelse en vrolijke hond die gezond is. In deze blog lees je tips over waarop je moet letten als je een Labradoodle pup wilt lopen.

    Hoe groeien de pups op?

    Als je ziet dat er Labradoodle pups te koop worden aangeboden, bijvoorbeeld op Marktplaats, via een zoektocht op Google of via de ALAEU (Australian Labradoodle Association Europe) Australian Labradoodle Club Nederland is het van belang om een aantal zaken in acht te nemen. Zo heeft de ALAEU een aantal richtlijnen opgesteld waar fokkers van Labradoodles zich aan moeten houden.

    Zo is het belangrijk dat labradoodle pups al op zeer jonge leeftijd worden gesocialiseerd, bijvoorbeeld in de omgang met kinderen en met situaties die voor oudere honden normaal zijn, zoals buiten lopen of aan de lijn lopen. Ook is het van belang dat de ouderhond (minimaal de moederhond) aanwezig is en dat de fokker uitgebreid de tijd neemt om je alles over de hond en het ras te vertellen?

    Vraag om informatie over erfelijke afwijkingen

    Juist omdat de Labradoodle een populaire hond is, zijn er ook fokkers die uitsluitend uit zijn op financieel gewin en die bijvoorbeeld de pups in een schuur houden en die de ouderhonden niet laten onderzoeken op aandoeningen als ED en HD (elleboogdyplasie en heupdysplasie).

    Omdat Labradoodle ook vaak worden ingezet als hulphond is het zaak dat ze door een dierenarts volledig vrij van ED en HD zijn beoordeeld. Anders kan het zijn dat de zorgverzekeraar de kosten van de hond niet volledig vergoedt.

    Extra kosten: puppy uitzet en puppycursus

    Heb je een goede fokker gevonden die pups te koop heeft? En besluit je om een pup van deze fokker aan te schaffen? Dan zul je een aantal dingen moeten aanschaffen, zoals een bench, bakken voor voer en water.

    Maar vergeet ook niet een mooie halsband, een lijn en natuurlijk leuke speeltjes voor je pup. Ook is het verstandig om met de pup op puppycursus te gaan. Daar krijg je goede tips en handreikingen waarmee je je labradoodle pup kunt opvoeden.

  • Slim en leergierig: dat is de Labradoodle zeker

    Slim en leergierig: dat is de Labradoodle zeker

    De Labradoodle is erg slim en leergierig. Nieuwe kennis nemen ze snel op en iets nieuws hoeft ze vaak maar één keer verteld te worden. Het nadeel is dat je net zo snel ongewenst gedrag aanleert en dat eigen maakt. Daarom is training erg belangrijk.

    Bij je arm pakken

    Ze hebben een “Retrieverinstinct” en zijn daarom zacht van aard. Een andere karaktereigenschap van een Labrador is dat ze spullen heel zachtjes uit je hand pakken. Dat doen Labradoodles ook.

    Omdat ze graag met hun mond werken, pakken ze ook vaak je arm. Ze willen je dan ergens mee naartoe nemen. Vat dit niet op als bijten, het is hun manier om je mee te nemen.

    meisje-en-labradoodle-high-five-min

    Geen waakhonden!

    Labradoodles zijn dus niet geschikt als waakhond. Daarvoor moet je echt een ander ras kiezen. Als er vreemden in je huis rondlopen willen ze wel blaffen, maar op het moment dat iemand echt je huis of tuin betreedt zal de hond hen vrolijk begroeten.

    Wat belangrijk is bij de opvoeding en het hebben van een Labradoodle is het menselijk contact. Je moet de hond echt onderdeel uit laten maken van je leven en overal bij betrekken. Iedereen, jong en oud, kan in dit ras de perfecte hond vinden.

    Ben je veel van huis? Dan is dit niet de juiste hond.

    Maar als je jouw Labradoodle alle tijd, aandacht en liefde geeft dan krijg je er een geweldige lieve en trouwe hond voor terug.